Chiptekort houdt volgens Forrester Consulting aan tot 2023

13 december 2021 Consultancy.nl 4 min. leestijd
Meer nieuws over

Het wereldwijde chiptekort blijft tot zeker 2023 een rol spelen, blijkt uit onderzoek van Forrester Consulting.

Het is allerminst de eerste keer dat een onderzoeksbureau een voorspelling doet over het nijpende gebrek aan halfgeleiders. Zo publiceerde Gartner deze zomer een rapport waarin werd verkondigd dat het chiptekort nog wel twee jaar zou aanhouden

Ook Forrester Consulting – onderdeel van moederbedrijf Forrester Research (omzet: ruim $470 miljoen) – schaart zich achter deze conclusie. “Omdat de vraag hoog zal blijven en het aanbod beperkt, verwachten wij dat dit tekort zal aanhouden tot in 2023”, zegt Glenn O’Donnell, vice president van het Amerikaanse adviesbureau.

Chiptekort houdt volgens Forrester Consulting aan tot 2023

Handelsoorlog

Het chiptekort ontstond door een ruzie tussen twee grootmachten: China en de Verenigde Staten (VS). De Amerikanen kondigden in 2020 een handelsoorlog aan. De reden: de Chinese halfgeleiderproductie zou militaire doeleinden hebben. 

Forse sancties volgden, zoals een handelsverbod voor Amerikaanse organisaties met ruim honderd Chinese techbedrijven. Daarnaast eiste de VS begin maart dit jaar dat chipmachinemaker AMSL uit het Noord-Brabantse Veldhoven per direct zou stoppen met de verkoop van zijn producten aan Chinese bedrijven. 

Maar waarom doet de VS op een ronduit onwettige manier een beroep op ASML? De industriële wereldmacht zou toch ook het heft in eigen handen kunnen nemen? Het korte antwoord is nee: de VS beschikt simpelweg over onvoldoende productiecapaciteit. De chipwereld is in grote en toenemende mate in handen van Azië – waar China de scepter zwaait. 

Met name de autosector gaat al een behoorlijke tijd gebukt onder het chiptekort. Zo hebben fabrikanten als Ford, General Motors, Volkswagen en Toyota door het tekort hun productielijnen moeten stilleggen. Bij elkaar opgeteld heeft dat de mondiale autobranche al meer dan €90 miljard gekost.

Het Covid-19-effect

De coronacrisis heeft het chiptekort nog eens verergerd. En daar ondervonden opnieuw de autofabrikanten de gevolgen van. Toen de eerste lockdowns begin vorig jaar werden afgekondigd, steeg de vraag naar consumentenelektronica – denk onder andere aan laptops, spelcomputers en televisies. 

Tegelijkertijd daalde de vraag naar auto’s, simpelweg omdat mensen door de coronamaatregelen zeer veel tijd binnenshuis besteedden. Chipmakers handelden hiernaar en maakten hun machines geschikt voor chips in consumentenelektronica. 

Toen de automakers deze lente de vraag naar hun producten zagen stijgen en aanklopten bij de chipfabrikanten, kregen ze opnieuw de deksel op hun neus, ook omdat de autosector over weinig inkoopkracht beschikt. Zo worden voor de productie van bijvoorbeeld laptops en smartphones veel meer chips gebruikt dan bij auto’s – als autofabrikant trek je dan aan het kortste eind. 

Verder is het chiptekort tijdens de pandemie ook nog vergroot door het vele thuiswerken, vertelt O’Donnell. “Ook de opmars van cloud computing heeft het tekort in de hand gewerkt. Aanbieders van dergelijke diensten, waaronder AWS en Microsoft Azure, hebben hun capaciteit moeten uitbreiden, wat een impact had op de vraag naar chips.” 

Rimpeleffect voorkomen? Bouwen maar!

In een wereld waarin technologie een steeds grotere rol speelt is het tekort in talloze branches voelbaar: allerlei producten bevatten vandaag de dag chips. O’Donnell: “Halfgeleiders hebben een krachtig rimpeleffect op producten in andere markten. Als het een stekker of een batterij heeft, zit het waarschijnlijk vol met chips. Als de chipvoorraad krap is, lopen deze andere producten vertraging op of worden ze zelfs geannuleerd.”

Valt hier dan niets aan te doen? Niet aan de vraagzijde, zegt O’Donnell. “Chips zijn nou eenmaal aanwezig in zoveel producten. Er moet dus iets wijzigen aan de aanbodzijde. Alleen kost de bouw van een halfgeleiderfabriek vele miljarden dollars en de bouw ervan neemt een tweetal jaar in beslag.” 

Ondertussen hebben verschillende bedrijven – zoals het Koreaanse Samsung en Taiwanese TMSC – al wel laten weten nieuwe chipfabrieken te gaan bouwen. Ook computerbedrijf Intel bracht recent naar buiten te gaan investeren in twee halfgeleiderproductiefaciliteiten. Het prijskaartje: een slordige $20 miljard.