Succesfactoren voor de transitie naar een duurzaam voedselsysteem

10 november 2021 Consultancy.nl 7 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

De voedseltransitie – de overgang naar een duurzaam voedselsysteem – zal ertoe leiden dat dat de wijze waarop voedsel wordt geproduceerd en geconsumeerd het komend decennium ingrijpend zal veranderen. Experts van Rijnconsult delen succesfactoren die op systeem- en organisatieniveau bijdragen aan een succesvolle voedseltransitie.

Succesfactoren op systeemniveau

1: Van winst naar waarde
De grootste transitie zit verborgen in het veranderen van het perspectief van het huidig leidende waardemodel, namelijk: van winst naar waarde. Van enkelvoudige waardecreatie naar meervoudige waardecreatie als leidend waardemodel. Door te investeren in materieel, ecologisch, menselijk en sociaal kapitaal in plaats van het te verbruiken, kan echte ontwikkeling richting een duurzaam systeem ontstaan.

De transitie naar een duurzaam voedselsysteem

2: Transparantie in het voedselsysteem
Hoe weten we dat voeding duurzaam, gezond en veilig is? Hoe creëren we vertrouwen? Door transparant te zijn. Door te communiceren wat er gebeurt in de voedselketen en waarom. Transparantie geeft tevens ruimte om op sectorniveau tot oplossingen te komen. Duurzaamheidsstandaarden voor financiële rapporten kunnen bijdragen aan het inzicht in het al dan niet duurzame gedrag van bedrijven.

3: Educatie en voorlichting
Urgentie is de aanzet tot beweging. Hoe duidelijker de urgentie van de problematiek is vastgesteld, hoe meer beweging er in gang wordt gezet binnen het voedselsysteem.

NGO’s en kennisinstituten hebben hier een belangrijke rol in te spelen door onderzoek te doen en kennis te delen en de ernst van de situatie duidelijk te maken. Door goede voorlichting en onderwijs zijn positieve aanpassingen van de leefomgeving mogelijk en wordt verantwoorde keuzes maken gemakkelijker.

4: Nieuw gedrag
Als gevolg van andere waardemodellen, toenemende transparantie en goede educatie en voorlichting zal het gedrag van de systeemspelers ook moeten veranderen. Het is wenselijk dat partijen minder plannen uitrollen en meer organisch ontwikkelen met een duidelijke stip op de horizon. Dit vergt dat het kortetermijndenken plaatsmaakt voor visieontwikkeling met focus op maatschappelijke impact.

Organisaties zullen van concurreren naar co-creëren gaan en zullen leren om kennis te delen in plaats van te beschermen. Hierdoor kunnen waardevolle samenwerkingen ontstaan, krijgen duurzame innovaties prioriteit en de ruimte en worden regionale ketens en clusters versterkt.

5: Het samen werkend maken
Doordat systeemspelers verbinding opzoeken, is het mogelijk het systeem langzaam te veranderen en de voedseltransitie te laten voltrekken. Niemand kan namelijk alleen een systeem zo complex en omvangrijk als het voedselsysteem doen veranderen. Het voedselsysteem bestaat uit heel veel patronen en de (on)logica ervan begrijpen vergt een systemische kijk.

Het systeem aanpassen vergt een integrale aanpak waarbij sectoren, dilemma’s en kennisgebieden met elkaar verbonden worden die in eerste instantie geen link lijken te hebben. Samen kan het dan werkend gemaakt worden.

Succesfactoren op organisatieniveau

Willen bedrijven succesvol meebewegen in de voedseltransitie, dan vergt dit ook op organisatieniveau bepaalde competenties om adequaat te kunnen reageren op datgene wat op hen afkomt:

1: Integraal denken en doen
Een belangrijk succesfactor voor organisaties in de voedseltransitie is integraal denken en doen. De competentie om uitdagingen te kunnen bekijken door een systemische bril. Hierbij wordt de organisatie gezien in de context van een groter geheel en in relatie tot de geschiedenis waarmee zij samenhangt.

Bij een integrale aanpak worden sectoren, dilemma’s, kennisgebieden en netwerken, ketens en clusters aan elkaar verbonden die in eerste instantie geen link lijken te hebben. De voedseltransitie kan namelijk niet gezien worden als een op zichzelf staande beweging. Zo beïnvloedt de transportsector de voedseltransitie door de opkomst van elektrische auto’s met als gevolg de ontwikkeling van elektrische tractoren voor landbouwers.

Daarnaast is het dilemma van het huisvesten van de groeiende Nederlandse bevolking ten opzichte van de afname van biodiversiteit een dilemma waarbij oplossingen elkaar beïnvloeden. Economie, ecologie, sociologie en techniek zijn kennisgebieden die integraal samen zullen moeten komen om tot duurzame oplossingen te komen voor de voedseltransitie.

Kortom, er is sprake van veel samenhang bij de voedseltransitie en het vereist een integrale aanpak om een positief maatschappelijk verschil te maken.

2: Waardevol samenwerken
Het waardevol samenwerken in ketens en netwerken en het benutten van clusters is een essentiële eigenschap van succesvolle organisaties en is zelfs nog relevanter in turbulente tijden van de voedseltransitie. Duurzame transformaties van producten bestrijken de hele keten en hebben vaak verregaande implicaties door de complexiteit van deze ketens.

Een groente conservenfabrikant die een CO2-neutrale productieketen wil opzetten heeft te maken met een complexe uitdaging. Dit betekent namelijk dat alle spelers in de keten waarschijnlijk drastisch hun productieproces moeten aanpassen.

Dit vereist een intensieve samenwerking van alle betrokkenen. Vraagstukken op het gebied van duurzaamheid vergen ook de betrokkenheid van een sterk geografisch cluster en het maximaal benutten van netwerken. Een cluster kan zich op verschillende niveaus afspelen met verschillende type partijen.

3: Wendbaarheid
In een innovatieve, complexe en omvangrijke sector die een transitie aan het ondergaan is moeten organisaties strategisch en operationeel wendbaar zijn. Een wendbare organisatie reageert snel en adequaat op veranderingen in de omgeving en acteert proactief om de omgeving naar haar hand te zetten. In de context van de voedseltransitie betekent dit in staat zijn het oude denken en nieuwe denken te combineren om de vertaalslag naar nieuw doen te maken.

4: Organisch ontwikkelen
Een organisatie heeft richting nodig, maar moet ook niet inflexibel zijn. Een antidotum tot deze paradox is organisch ontwikkelen als strategisch proces. Organisch ontwikkelen houdt in essentie in dat een stip op de horizon gezet wordt en dat de weg ernaartoe flexibel is. Dit vereist de competentie om een visie te hebben en systemisch overzicht.

In de context van de voedseltransitie wordt de stip aan de horizon gecreëerd door doelen te stellen die bijdragen aan de duurzaamheid van het voedselsysteem en de organisatie. Stewardship kan hiervoor als oriëntatie dienen.

Organisaties die zich opstellen als stewards gaan uit van een langetermijnvisie op een duurzame toekomst, waarbij de zorg voor de aarde zich niet beperkt tot het hier en nu, maar zich uitstrekt tot de verre toekomst. Zij nemen in hun denken en handelen hun verantwoordelijkheid en houden rekening met de belangen van anderen en toekomstige generaties. Daardoor sluit een stewardship-oriëntatie naadloos aan op de thematiek van de voedseltransitie.

5: Moderne bedrijfsvoering
Nieuwe manieren van produceren, nieuwe businessmodellen, digitalisering, robotisering, nieuwe samenwerkingen en andere bedrijfsvoering zullen gevraagd worden van bedrijven die bestaansrecht willen behouden in het voedselsysteem. Innovatief zijn gaat in toenemende mate een cruciale rol spelen. Om daarmee om te gaan is operationele wendbaarheid essentieel.

Thema’s als circulariteit en energieneutrale productie zijn evident voor de toekomst van organisaties in het voedselsysteem.