Nederlanders voelen zich op straat veiliger dan online

19 oktober 2020 Consultancy.nl
Profiel
Meer nieuws over

Bijna de helft van de Nederlanders voelt zich met enige regelmaat onveilig, zo blijkt uit Capgemini’s ‘Trends in Veiligheid 2020’-onderzoek. De uitkomsten laten zien hoezeer we vandaag de dag in een digitale wereld leven: waar we ons traditioneel vooral onveilig voelen op straat, is het gevoel van onveiligheid online inmiddels groter

Het is de tiende keer dat Capgemini het onderzoek uitvoert. In het afgelopen decennium is het veiligheidsgevoel onder Nederlanders afgenomen: in 2010 voelde 33% zich weleens onveilig, dit jaar is dat 45%. Waar komt dit toegenomen gevoel van onveiligheid vandaan? De onderzoekers weten het zelf ook niet helemaal: “Hoewel meer mensen aangeven dat zij zich weleens onveilig voelen, kan met niet goed duiden waardoor men zich precies onveilig voelt.”

Een mogelijke verklaring zien ze wel in het toegenomen bewustzijn rond de gevaren van cybercriminaliteit. Dit zou ook aardig in lijn zijn met de onderzoeksresultaten: slechts 21% voelt zich online ‘zeer veilig’. Daarmee is het gevoel van veiligheid op straat net iets groter (23%). Weinig verrassend voelen mensen zich thuis nog altijd en veruit het veiligst (61%).

Gevoel van veiligheid

Terwijl maar weinigen zich online geheel veilig voelen, daalde het aantal mensen dat een vorm van cybercriminaliteit heeft meegemaakt de laatste tien jaar van 71% naar 57%. Een ruime meerderheid van 62% geeft aan nog nooit online oplichting te hebben meegemaakt. Anderzijds betekent dit dat 38% er weleens mee in aanraking is gekomen. Bij het grootste deel hiervan (24%) bleef het bij een poging tot oplichting, de overige 14% werd daadwerkelijk opgelicht.

De meest voorkomende vormen van cybercrime zijn duidelijk spam en phishing/nepmail. 36% is weleens slachtoffer geworden van spam en 43% ziet het als de meest waarschijnlijke vorm van cybercriminaliteit om in de toekomst door te worden getroffen. Het sterk gerelateerde phishing/nepmail eindigt vlak daarachter met respectievelijk 33% en 39%. Andere veelgenoemde dreigingen zijn virussen en namaakwebsites.

Welke vorm van cybercrime

De in het onderzoek gemeten daling in cybercriminaliteit staat haaks op berichten in de media, waarin steevast wordt gemeld dat de cybercrime juist toeneemt. De mogelijke verklaring voor deze discrepantie is volgens Capgemini grofweg dezelfde als die voor het toegenomen onveiligheidsgevoel: ons toegenomen bewustzijn.

Mede door nationale publieksvoorlichtingscampagnes over digitale veiligheid, gericht op hacks en datalekken, zijn burgers zich meer bewust van hun online veiligheid en hoe die te waarborgen, zoals het vermijden van verdachte websites, het regelmatig updaten van software, het gebruik van sterke wachtwoorden en het regelmatig vernieuwen van deze wachtwoorden”, aldus de onderzoekers.

Maatregelen om online privacy te beschermenOok lijken Nederlanders steeds beter in staat phishing en nepmails te identificeren en doen ze er steeds vaker melding van. Bijna twee derde (64%) geeft aan goed in staat te zijn nepmails/phishing te onderscheiden van ‘echte’ mail. Voor de overige 36% blijft dit lastig.

Het toegenomen bewustzijn gaat hand in hand met een stijgend gevoel van eigen verantwoordelijkheid. Tien jaar geleden hielden de meeste Nederlanders (60%) internetproviders verantwoordelijk voor het waarborgen van hun online veiligheid. Nu ziet een duidelijke meerderheid (62%) het vooral als eigen verantwoordelijkheid. Toch ziet nog bijna de helft (47%) het ook als verantwoordelijkheid van de internetproviders, en een kwart (24%) als verantwoordelijkheid van website-/appontwikkelaars en -eigenaren.

Verantwoordelijkheid voor digitale veiligheidDaarnaast ligt volgens de respondenten ook een verantwoordelijkheid bij de landelijke politiek (21%), de Europese Unie (10%) en politie (7%). Ruim de helft vindt bovendien dat bij de overheid en politie extra moet worden geïnvesteerd in technische middelen (54%) en kennis (53%). Andere mogelijkheden zijn extra mankracht (44%), bevoegdheden (36%) en geld (25%).

Dat de overheid zich beter moet wapenen tegen cybercriminaliteit komt ook tot uiting in het feit dat een digitale aanval in Nederland inmiddels veel waarschijnlijker wordt geacht dan een fysieke aanval. De helft van de Nederlanders (49%) acht een digitale aanval waarschijnlijker, 43% acht beide even waarschijnlijk, en slechts 8% acht een fysieke aanval waarschijnlijker.

Beleid rond digitale veiligheid

De verschuiving van de dreiging naar online vraagt volgens velen dan ook om beleidsaanpassingen. Bijna driekwart van de respondenten (72%) vindt het een goed idee als de politie voor lastig internetspeurwerk burgers inschakelt die handig zijn met IT. Een ruime meerderheid (57%) vindt daarnaast dat Nederland het kenbaar moet maken als het een cyberaanval heeft uitgevoerd of voorkomen.

De helft (50%) ziet een cyberaanval als oorlogshandeling en een iets kleinere groep (44%) maakt zich zorgen over een digitale aanval van andere landen op Nederland. Een derde (34%) vindt in dit kader dat Nederland defensiebudget moet verschuiven van fysiek materieel naar digitale defensie. Ruim een kwart (27%) lijkt het een goed idee als Nederland ook actief cyberaanvallen uitvoert.