Digitale soevereiniteit hoog op de agenda door geopolitieke spanningen
Negen op de tien Nederlandse bedrijven (89%) vrezen dat geopolitieke spanningen belangrijke bedrijfsactiviteiten kunnen verstoren, zo blijkt uit onderzoek van Capgemini. Dat is beduidend meer dan in de meeste andere landen: wereldwijd deelt driekwart (76%) van de bedrijven deze zorgen. Door de oplopende spanningen staat digitale soevereiniteit hoog op de bestuursagenda.
Ook in de rest van continentaal Europa (84%) en in de Aziatisch-Pacifische regio (86%) ligt de vrees voor verstoringen boven het wereldwijde gemiddelde. Aan het andere uiterste bevindt zich de VS, waar slechts 51% zich zorgen maakt.
Geheel verwonderlijk is de kloof niet: het risico op verstoringen hangt grotendeels samen met de sterke digitale afhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen als Microsoft, Google en Amazon. Mocht een geopolitiek conflict ertoe leiden dat de toegang tot hun clouddiensten wordt afgesloten, dan zal dit vooral landen buiten de VS treffen.

In combinatie met de sterk opgelopen geopolitieke spanningen, heeft de afhankelijkheid van Big Tech ervoor gezorgd dat digitale soevereiniteit in recordtempo is uitgegroeid tot een van de belangrijkste boardroomthema’s – uiteraard met name buiten de VS.
“Gartner verwacht dat in 2030 meer dan 75% van de organisaties buiten de Verenigde Staten een dedicated strategie voor digitale soevereiniteit zal hebben”, schrijft Capgemini. “Deze cijfers zijn in lijn met onze enquêteresultaten voor niet-Amerikaanse organisaties.”
Wereldwijd heeft maar liefst 93% van de organisaties het onderwerp besproken met zijn bestuur. De helft heeft een chief sovereignty officer aangesteld of overweegt dit.
44% van de organisaties ziet digitale soevereiniteit inmiddels als de hoogste prioriteit op bestuursniveau. Dit percentage loopt op tot 59% voor de luchtvaart- en defensiesector. Ook binnen de telecomsector (57%) en de financiële dienstverlening (56%) krijgt het onderwerp veel aandacht.
Werk aan de winkel
Tegelijk hebben veel organisaties nog flinke stappen te zetten. Wereldwijd heeft iets meer dan een derde (36%) al een strategie voor digitale soevereiniteit klaarliggen. 43% werkt daar nog aan.

Tussen de verschillende regio’s bestaan op dit vlak geen hele grote verschillen. In continentaal Europa heeft 37% al een strategie voor digitale soevereiniteit, terwijl 47% hier op dit moment aan werkt. In de Aziatisch-Pacifische regio gaat het respectievelijk om 38% en 42%.
Nederland
Ook in Nederland blijft het nog vooral bij ambities. Ruim driekwart van de Nederlandse organisaties (77%) heeft wel budget vrijgemaakt om deze te verwezenlijken, maar de praktijk blijkt weerbarstig.
Zo weten veel organisaties niet goed van welke cloud, software, cybersecurity of AI hun belangrijkste processen afhankelijk zijn. Ook heeft slechts 16% volledig zicht op de eigen digitale leveranciersketen. Een duidelijke verantwoordelijke op bestuursniveau kan helpen bij het creëren van grip, maar slechts 7% van de Nederlandse organisaties heeft al een chief sovereignty officer.
Controle belangrijker dan volledig soeverein
Wereldwijd is de belangrijkste beweegreden voor organisaties om digitale soevereiniteit na te streven het creëren van operationele weerbaarheid tegen geopolitieke instabiliteit (80%), gevolgd door meer autonomie en controle over data, AI-modellen en intellectueel eigendom (76%).

Volgens Jurjen Thie, Cloud Strategist bij Capgemini Nederland, is zelf in controle blijven belangrijker dan volledig soeverein zijn.
Uiteindelijk gaat digitale soevereiniteit volgens hem over autonomie: “Het weten waar je afhankelijk bent en welke controle je nodig hebt om belangrijke processen te laten doorgaan”, licht hij toe. “Organisaties moeten zich afvragen: welke leverancier of technologie is écht kritiek? En hebben we te allen tijden een alternatief dat ook echt werkt?”
Voor zijn studie ondervroeg Capgemini over de hele wereld 1.300 senior leidinggevenden van uiteenlopende organisaties met een minimale omzet van $1 miljard. Daarnaast hield het onderzoeksteam diepte-interviews met 13 topbestuurders van toonaangevende internationale organisaties.


