Van traditioneel projectmanagement naar agile: De ‘duivelsdriehoek’ omgedraaid
Projecten die duurder uitvallen dan begroot, langer duren dan gepland of een ander resultaat opleveren dan beoogd – het is voor veel organisaties eerder regel dan uitzondering. Volgens advies- en trainingsbureau Agile Scrum Group ligt de oorzaak vaak in de zogeheten ‘duivelsdriehoek’.
Elk project heeft te maken met vier factoren die elkaar voortdurend beïnvloeden: tijd, budget, scope en kwaliteit. Verandert er iets aan één factor, dan heeft dat direct gevolgen voor de rest: wordt bijvoorbeeld de deadline naar voren gehaald, dan moet de scope worden bijgesteld, de kwaliteit omlaag, of het budget omhoog.
“Welke optie je ook kiest, het voelt altijd als verliezen”, zegt Rik van der Wardt, partner bij Agile Scrum Group. “En dat is waarom we het een duivelsdriehoek noemen.”
In traditioneel projectmanagement wordt de scope aan het begin van een project vastgezet. Op basis daarvan volgen een planning en een begroting. Dat werkt zolang vooraf duidelijk is wat er moet gebeuren en hoeveel werk dat precies is.
“Maar laten we eerlijk zijn”, aldus Van der Wardt, “bij het complexe werk dat we vandaag de dag doen – hoe vaak is dat zo?”
Zodra er nieuwe inzichten komen of wensen veranderen, moet alles opnieuw worden doorgerekend. De planning schuift, het budget loopt op en het projectteam is vooral bezig met bijsturen in plaats van waarde leveren.
De driehoek omdraaien
De agile werkwijze draait de driehoek om. Tijd, budget en kwaliteit worden vastgezet als kaders die niet zomaar veranderen.

Wat wél flexibel is, is de scope. In plaats van vooraf een volledig uitgewerkt plan op te stellen, richt het team zich op het doel van het project. De scope wordt daarmee geen belofte, maar een voorraad mogelijke oplossingen – waarvan niet alles per se hoeft te worden uitgevoerd.
Door in korte iteraties te werken, kan het team zich telkens richten op wat op dat moment de meeste waarde oplevert. Na elke cyclus wordt bij stakeholders getoetst of het resultaat nog aansluit bij de behoefte.
“Aan het einde van het project heb je misschien niet alles gedaan wat je ooit bedacht hebt”, zegt Van der Wardt, “maar wat je wél hebt gedaan, is precies datgene wat het meeste waarde oplevert. Het resultaat: geen verrassingen in tijd en budget, geen concessies op kwaliteit, en de flexibiliteit om mee te bewegen met voortschrijdend inzicht.”

