In 2030 wordt slechts een derde van het werk hoofdzakelijk verricht door mensen
In 2030 zal slechts 33% van alle werkzaamheden hoofdzakelijk worden verricht door mensen. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek van het World Economic Forum (WEF), uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam (UvA).
“Tussen 2025 en 2030 zal de mondiale arbeidsmarkt een structurele transformatie doorlopen”, vertelt UvA-hoogleraar Henk Volberda. “Zo verwachten bedrijven dat de relatie tussen mens en machine flink gaat veranderen door AI-toepassingen en robotica-oplossingen.”
Over de hele wereld wordt op dit moment zo’n 22% van alle werkzaamheden hoofdzakelijk uitgevoerd door technologie, ongeveer 47% hoofdzakelijk door mensen en circa 30% door een combinatie van mens en techniek.

De komende vijf jaar verschuiven deze verhoudingen. In 2030 wordt nog maar een derde van alle werkzaamheden hoofdzakelijk verricht door mensen. Technologieën dragen dat jaar zorg voor 34% van de taken. De combinatie van mens en machine is verantwoordelijk voor 33% van het werk.
“Het aandeel van werk dat uitsluitend door mensen wordt uitgevoerd neemt in vijf jaar tijd dus af met vijftien procentpunt – dat is niet niets”, zegt Volberda. “De daling is voor meer dan 80% toe te schrijven aan de vooruitgang in automatisering.”
Werkgelegenheidsgroei
Wellicht verrassend, zal de structurele transformatie van de arbeidsmarkt volgens het onderzoek van het WEF en de UvA leiden tot een groei in de werkgelegenheid.

Door technologische ontwikkelingen ontstaan ongeveer 140 miljoen nieuwe banen, tegelijkertijd verdwijnen er zo’n 92 miljoen. “Daarmee groeit de netto werkgelegenheid wereldwijd met 7%”, aldus Volberda. “Dat stemt overeen met zo’n 78 miljoen extra banen.”
Althans, als de ruime meerderheid van de mondiale beroepsbevolking (63%) voldoende wordt om- en bijgeschoold: heel wat werknemers zullen in 2030 andere vaardigheden nodig hebben dan vandaag de dag.
Volgens het onderzoek van het WEF en de UvA zal 39% van de huidige vaardigheden binnen nu en vijf jaar verouderd zijn. “Bij de vorige meting ging het om 44% en in 2020 zelfs om 57%”, zegt Volberda.

Van de huidige wereldwijde beroepsbevolking heeft 41% geen om- of bijscholing nodig. 29% van de werknemers kan met bijscholing zijn huidige functie blijven vervullen, terwijl 19% zowel bij- als omscholing nodig heeft.
En dan is er nog een deel van het personeelsbestand (11%) dat (waarschijnlijk) niet geschikt is voor om- of bijscholing. “Deze professionals moeten er rekening mee houden dat ze de komende jaren hun baan zullen verliezen”, laat Volberda weten.
Voor hun studie ondervroegen de onderzoekers in 55 landen meer dan 1.000 organisaties – waar in totaal 14 miljoen professionals werken – uit 22 verschillende sectoren. De UvA was verantwoordelijk voor de Nederlandse dataverzameling.
