‘Zomer grotere vitaliteitsuitdaging voor mensen in ploegendienst’
Voor mensen die in onregelmatige diensten werken vormt de zomer een extra uitdaging op hun ritme. Alexander van Eekelen, mede-eigenaar van Dag & Nacht Vitaal (een programma in samenwerking met Aon), legt uit hoe dit zo komt en waarom werkgevers hier rekening mee moeten houden in hun vitaliteitsbeleid.
In de wereld van biologische ritmes, waar de tijd wordt gemeten in cycli van activiteit en rust, is er een fascinerend fenomeen: infradiane ritmiek. Dit fenomeen beïnvloedt ons leven op een schaal die groter is dan we ons vaak realiseren.
Het is een cyclisch patroon dat langer duurt dan een dag, en dat ons gedrag, onze emoties en onze gezondheid op verschillende manieren beïnvloedt. Een van de meest bekende voorbeelden van infradiane ritmiek is de menstruatiecyclus. Deze cyclus, gemiddeld ongeveer 28 dagen lang, wordt gecoördineerd door een complex samenspel van hormonen, waaronder oestrogeen en progesteron.

Daarnaast zijn er tal van andere infradiane ritmes die ons leven beïnvloeden. Denk aan het seizoensgebonden ritme van slaap, dat wordt beïnvloed door veranderingen in daglicht en temperatuur. In de zomer slapen we gemiddeld zo’n drie kwartier korter ten opzichte van de winter. Ook is onze slaap in de zomer minder vast; we worden ’s nachts wat vaker wakker, waardoor de slaap wat minder efficiënt is.
Honger en verzadiging
Of het ritme van honger en verzadiging, dat nauw verbonden is met onze stofwisseling en voedingsgewoonten. Zonder dat we er ons bewust van zijn, veranderen onze eetgewoonten met de seizoenen. In de lente en zomer kiezen we vaker voor koolhydraatrijke, vetarme voeding.
In de herfst en winter is die balans andersom: dan zitten er minder koolhydraten en meer vetten in onze maaltijden. We krijgen daardoor ook zo’n 300 kcal meer binnen ten opzichte van de zomer. Instinctief zijn we nog steeds bezig een ‘voorraadje’ aan te leggen om de koude periode door te komen.
Onregelmatig werk en de seizoenen
Na vele maanden vol regen kunnen we komende dagen flink genieten van de zon. Veel mensen hebben positieve associaties met deze tijd van het jaar. De lente en zomer zijn bijna synoniem aan vrolijkheid, optimisme, ontspanning en meer energie.
Maar dat geldt niet per se voor iedereen. Er is een doelgroep die de komende periode anders ervaart: mensen die in onregelmatige diensten werken.
Onderzoek onder ploegendiensten
In de afgelopen tien jaar hebben we vanuit Dag & Nacht Vitaal veel vragenlijstonderzoek gedaan onder ploegendiensten. Vragen die onder andere gaan over motivatie op het werk en herstel tijdens vrije dagen. De vragenlijsten zijn door het hele jaar afgenomen en daarin zien we duidelijke verschillen terug tussen de seizoenen.
In onze dataset hebben we een groep van 526 medewerkers geselecteerd op basis van homogeniteit: ze werkten allemaal in dezelfde fabriek in de sector petrochemie en in hetzelfde rooster: een kortcyclisch, voorwaarts roterend vijfploegenrooster beginnend met twee ochtenddiensten, dan twee avonddiensten, twee nachtdiensten en daaropvolgend vier dagen vrij.
Na afloop van de reeks van in totaal zes diensten ligt het biologische ritme bij deze medewerkers wat uit het lood, vanwege de steeds wisselende tijden van werken, slapen en eten. In onze lijst zitten vragen die gaan over de mate waarin medewerkers daarna, in hun vrije tijd, in staat zijn om weer in hun eigen ritme te komen.
Dit fenomeen wordt in de wetenschap aangeduid met de term entrainment (ritme-aanpassing), een voor deze doelgroep belangrijke indicatie van herstel.
Lastiger in het ritme komen in de zomer
Een analyse van entrainment over de seizoenen heen toont aan dat in de lente en zomer de mate waarin medewerkers in staat zijn weer in hun eigen ritme te komen zo’n 12% tot 15% lager ligt dan in de winter.

Een mogelijke verklaring daarvoor is dat medewerkers in de ochtend, na hun nachtdiensten op weg naar huis, al volop blootstaan aan daglicht, wat op dat moment de biologische klok nog wat verder in de war brengt. In de winter daarentegen is het nog donker op deze tijdstippen.
We zien ook dat de zomer voor deze groep medewerkers in onregelmatige diensten een relatief ongunstige uitwerking heeft op de werkmotivatie. Ten opzichte van de andere drie seizoenen is de motivatie op het werk juist lager op het moment dat de zon buiten vrolijk schijnt.
Conclusie
De komende periode van goed weer pakt per definitie niet voor iedereen goed uit. Medewerkers in onregelmatige diensten hebben in de lente en zomer juist meer moeite met herstel en motivatie. Uit deze analyse, waarin is gekeken naar de invloed van de seizoenen, blijkt maar weer eens dat voor deze doelgroep andere ‘regels’ gelden dan voor mensen die alleen overdag werken.
Gezondheid, vitaliteit en inzetbaarheid zijn als uitgangspunten voor alle werkenden gelijk, maar hebben voor ploegendienstmedewerkers echt een andere betekenis en daarmee ook een andere aanpak nodig. Vanwege de verschillende effecten van de seizoenen op mensen met onregelmatige werktijden, is het belangrijk dat we niet uitgaan van aannames maar dit goed monitoren en meten.
