Vijf vragen aan Ben Hammer, organisatieadviseur bij Common Eye

19 juli 2023 Consultancy.nl 4 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Ben Hammer werkt deze maand precies vier jaar bij Common Eye. Vier jaren waarin hij al heel wat samenwerkingen heeft begeleid. Hoe kwam hij terecht in het adviesvak? Waarom ligt zijn hart bij samenwerken?

“Het kwam op mijn pad”, begint Hammer over hoe hij het adviesvak is ingerold. Daarvoor zat hij vooral in bestuurlijke functies. Na een jaar of zes als bestuursvoorzitter in de ouderenzorg te hebben gewerkt, vond hij het tijd voor iets nieuws.

Maar wat dan? Tijdens een van zijn laatste visiebijeenkomsten in zijn vorige functie wees een toenmalige collega-bestuurder hem op de begeleiders van de bijeenkomst: Common Eye. Van het een kwam het ander en na een aantal prettige gesprekken ging hij aan de slag bij het organisatieadviesbureau. “Het is een van mijn beste carrièreswitches geweest.”

5 vragen aan Ben Hammer, organisatieadviseur bij Common Eye

De opdrachten van Hammer liggen vooral op het snijvlak van openbaar bestuur, zorg en sociaal domein. Vaak speelt de politieke actualiteit ook een rol. De aard van zijn werk zit vooral in de procesbegeleiding van bestuurders. Hoe kunnen zij vanuit alle verschillende belangen over de domeinen heen, toch stappen in een samenwerking zetten?

Wat spreekt jou aan in samenwerken?

“Samenwerken is een vak. Daar kwam ik pas achter toen ik bij Common Eye ging werken. In mijn vorige functies was samenwerken altijd een logische constante factor. Ik heb altijd al wel het automatisme gehad om andere partijen op te zoeken. Pas later ontdekte ik dat samenwerken veel kansen biedt om zaken voor elkaar te krijgen. Het is onze tweede natuur dat we het niet alleen kunnen. We hebben andere partijen nodig om complexe opgaven op te lossen.”

“Hoe vastgeroester de patronen binnen organisaties, hoe moeilijker het is om een samenwerking verder te krijgen. We vinden het lastig en ingewikkeld om anderen de ruimte te geven en onze autonomie op te geven. Hoewel iedereen de goede wil heeft, is er meer nodig om een samenwerking te laten slagen.”

“Het begint overigens wel met goede intenties. Ik vind het interessant mensen te helpen de goede intenties om te zetten in actie door belangen bespreekbaar te maken en te helpen zoeken naar de gezamenlijkheid.”

Waar haal jij de meeste voldoening uit in je werk?

“Natuurlijk als een samenwerking slaagt. Maar vergis je niet: dat is niet altijd zo. Heel soms komt het voor dat het beter is om een samenwerking te beëindigen. Ik haal er zelf vooral voldoening uit dat ik kleine duwtjes hoef te geven zodat de mensen het zelf doen. Zelf hoef ik niet ‘te shinen’. Wel vind ik het fijn als er energie in een samenwerking zit, waarbij je niet hoeft te duwen en te trekken.”

“In mijn rol als gespreksleider creëer ik graag een veilige omgeving waarin mensen zich kwetsbaar durven opstellen. Verder gaat mijn vlammetje branden van relevante maatschappelijke vraagstukken. Vraagstukken die ertoe doen en waarvan fundamentele zaken in Nederland beter worden.”

Je hebt veel ervaring in bestuurlijke functies. Wat breng je van daaruit vooral mee in het vak van samenwerken?

“Wederzijds begrip. Er wordt veel gevonden van bestuurders. Ik snap hoe ze werken, denken en met welke dilemma’s ze te maken hebben bij maatschappelijke opgaven. Dat vraagt veel van een organisatie. Vanuit mijn ervaring als wethouder weet ik dat een gemeentelijke organisatie iets unieks heeft. Het helpt dat ik de ‘taal’ van bestuurders ken, maar ook de taal van maatschappelijke organisaties.”

“Als bijvoorbeeld een gemeente en een aantal jeugdzorgorganisaties moeten samenwerken, kan ik een brug slaan. Ik help ze bij het laten zien en begrijpen van elkaars behoeften en belangen.”

Over belangen gesproken, hoe ga je om met verschillende belangen in een samenwerking?

“Een gezamenlijk belang is er niet altijd. Maar er is wel altijd een stukje gezamenlijk belang en dat moet je zien te vinden. Twee zaken zijn relevant. Het eerste is het basale besef dat er altijd belangen zijn. Leg de belangen op tafel. Soms is daar begeleiding bij nodig.”

“Mijn tweede punt is dat een vraagstuk áltijd vanuit verschillende perspectieven wordt bekeken. Hoe meer perspectieven, hoe rijker de oplossing. Iedere partij heeft een stukje van de oplossing in handen, maar samen kom je er. Dat vind ik vooral erg leuk. Er is zoveel verborgen. Vaak weten partijen van elkaar niet hoe ze denken. We toetsen en bevragen elkaar te weinig. Er zijn te veel aannames.”

Tot slot: vertel eens iets over jezelf wat (bijna) niemand weet...

“Toen ik jong was heb ik op redelijk hoog niveau piano gespeeld. Ik heb zelfs toen ik 17 jaar was in de Verenigde Staten gespeeld. Ooit kreeg ik de aanbieding om een muziekstudie in Antwerpen te volgen. Toen heb ik toch de keuze gemaakt om politicologie te gaan studeren. Mijn leven had dus heel anders kunnen lopen. Ik ben blij hoe het gegaan is. Thuis speel ik nog altijd graag piano.”