Het Netwerkimpactmodel maakt de effecten van samenwerking inzichtelijk en bespreekbaar

Het Netwerkimpactmodel maakt de effecten van samenwerking inzichtelijk en bespreekbaar

09 februari 2026 Consultancy.nl
Het Netwerkimpactmodel maakt de effecten van samenwerking inzichtelijk en bespreekbaar

Complexe maatschappelijke opgaven vragen vaak om netwerksamenwerking. Dergelijke samenwerkingen kosten veel tijd, middelen en capaciteit, maar wat ze opleveren is vaak veel minder duidelijk. Om deze impact meer inzichtelijk te maken, ontwikkelden Common Eye, SvRK en het Leiden Education Fieldlab het Netwerkimpactmodel. We spraken Common Eye-adviseur en medebedenker Matthijs Hemink over de werking en achtergronden van het model.

Van klimaatverandering tot de toegankelijkheid van de zorg, van de veranderende arbeidsmarkt tot de woningnood en van de voedseltransitie tot sociale ongelijkheid – we leven in een tijd vol grote maatschappelijke opgaven.

Over de vraag hoe we dergelijke uitdagingen het beste kunnen aanpakken lopen de opvattingen geregeld uiteen, maar één ding is in ieder geval duidelijk: het zijn stuk voor stuk opgaven die te groot zijn om door één partij te worden opgelost – ze vereisen brede netwerksamenwerking.

De voorbeelden van dergelijke samenwerkingsverbanden zijn dan ook talrijk. “Denk onder meer aan regionale netwerken vanuit het Integraal Zorg Akkoord, de vorming van de Onderwijsregio’s en netwerken gericht op het vormgeven van de energietransitie”, noemt Matthijs Hemink er enkele.

Impact laat zich lastig vangen

Net zoals de opgaven waarop ze zich richten, zijn dergelijke netwerken inherent complex. Naast de inhoudelijke complexiteit speelt ook de betrokkenheid en diversiteit van de vele partijen hierin een centrale rol. Die resulteert niet alleen in een complex speelveld waarin het des te uitdagender is om samen impact te realiseren, maar maakt ook het meten van die impact een stuk lastiger.

“We zien dat partijen de resultaten van samenwerking regelmatig verschillend interpreteren en wegen”, vertelt Hemink. “Vaak ontbreekt een gezamenlijk begrip: Wat bedoelen we precies met impact, voor wie moet het netwerk effect hebben? En hoe komt dit effect tot stand?”

Causale complexiteit

Ook is het niet zo eenvoudig om causale verbanden hard te maken. “Waar we idealiter zouden zien dat interventie A direct leidt tot resultaat B, zien we dat allerlei factoren en partijen van invloed zijn en vanuit samenhang effect sorteren op de uiteindelijke uitkomst.”

“Organisaties moeten kunnen inschatten wat deelname aan een netwerk vraagt aan investeringen en wat dat oplevert.”

Zo’n causaliteitscomplicatie treedt bijvoorbeeld op in preventieprogramma’s. Neem het verschil tussen het jagen op drugsdealers en het inzetten op drugspreventie.

“Als justitie, politie en gemeenten samenwerken aan het oprollen van een drugsbende, is het goed aannemelijk te maken tot welke resultaten dit leidt. Maar stel dat diezelfde partijen samen een gezamenlijke voorlichtingsbijeenkomst organiseren en specialisten laten deelnemen aan een trainingsprogramma, dan is het veel lastiger om de uiteindelijke bijdrage aan het gewenste doel te duiden.”

Investeringen vragen om verantwoording

Opgeteld zorgen deze (én verschillende andere) factoren ervoor dat het voor netwerken niet eenvoudig is om hun effectiviteit scherp inzichtelijk te maken. Tegelijkertijd klinkt steeds vaker een begrijpelijke en legitieme vraag: wat is eigenlijk de meerwaarde van het netwerk?

Dat is niet verwonderlijk, aangezien samenwerkingen een aanzienlijke investering vragen in tijd, middelen en capaciteit. Die investering vraagt om reflectie en verantwoording richting deelnemende organisaties, financiers en de samenleving als geheel.

“Als organisaties weloverwogen beslissingen willen nemen om bij te dragen aan een netwerk, moeten zij kunnen inschatten wat deelname vraagt aan investeringen en wat dat oplevert”, legt Hemink uit. “Niet alleen voor het collectief, maar ook voor de eigen organisatie. Het is dan ook logisch dat de vraag steeds vaker wordt gesteld: wat leveren al die netwerken nu eigenlijk op?”

Het Netwerkimpactmodel maakt de effecten van samenwerking inzichtelijk en bespreekbaar

Matthijs Hemink is adviseur bij Common Eye en medebedenker van het Netwerkimpactmodel.

Daarnaast is een helder antwoord op deze vraag belangrijk om de mensen en organisaties die participeren in die netwerken gemotiveerd te houden. Bovendien is netwerksamenwerking een kwestie van voortdurend doen, evalueren, leren en bijsturen. “In dit proces zijn zicht op impact en performance feedback van groot belang”, aldus Hemink.

Het Netwerkimpactmodel

Al met al is er veel behoefte aan manieren om beter inzichtelijk en bespreekbaar te maken wat netwerksamenwerking precies oplevert. Niet alleen om verantwoording af te leggen, maar ook om het gezamenlijke leren en ontwikkelen te ondersteunen.

Daarom ontwikkelden Common Eye, SvRK en het Leiden Education Fieldlab in co-creatie het Netwerkimpactmodel: een instrument en methode om de impact van netwerken zichtbaar, meetbaar en bespreekbaar te maken.

Het model is inzetbaar in verschillende fases van netwerksamenwerking – van het opstarten van een netwerk tot het doorontwikkelen en verduurzamen ervan – en helpt betrokkenen om per fase te reflecteren op opbrengsten, leerprocessen en ontwikkelvragen.

Causale complexiteit

De kerngedachte achter het model is dat het de complexiteit van netwerksamenwerking niet wil reduceren, maar juist probeert te vatten. Net als de vaak ingezette theory of change is het Netwerkimpactmodel erop gericht het gesprek over impact en de gewenste verandering te verdiepen.

Het verschil zit vooral in de manier waarop met causaliteit wordt omgegaan. Waar een theory of Change doorgaans uitgaat van een samenhangend, grotendeels lineair denkmodel, kiest het Netwerkimpactmodel voor een benadering die mogelijk meer recht doet aan de dynamiek en wederkerigheid die kenmerkend zijn voor netwerksamenwerking.

“Een uitgewerkte theory of change probeert de beoogde verandering, inclusief onderliggende factoren en verbanden, zo volledig mogelijk te beschrijven in een logisch opgebouwd proces”, legt Hemink uit. “In een netwerkomgeving, waarin ontwikkelingen vaak parallel lopen en elkaar beïnvloeden, blijkt dat echter niet altijd eenvoudig. Juist daar biedt een minder lineaire benadering ruimte voor betekenisvolle reflectie.”

Rimpeleffecten

Daarom kiest het Netwerkimpactmodel voor een wat andere invalshoek dan strikte lineaire causaliteit, en vormt het idee van rimpeleffecten het uitgangspunt. “Netwerksamenwerking bestaat immers uit uiteenlopende activiteiten – zoals projecten, veranderingsprocessen binnen en tussen organisaties, kleine en grote interventies en het organiseren van bijeenkomsten en events – die allemaal zijn bedoeld om effect te sorteren”, schetst Hemink.

“Het totaal aan directe resultaten én rimpeleffecten bepaalt uiteindelijk de netwerkimpact.”

Die effecten blijven echter niet beperkt tot de directe resultaten van zulke activiteiten. “Samenwerking brengt mensen bij elkaar, vaak op onverwachte manieren”, benadrukt hij. “In die ontmoetingen gaan mensen samen aan de slag, ontstaan nieuwe inzichten en worden nieuwe initiatieven geboren.”

Deze doorwerking van activiteiten, voorbij het oorspronkelijke doel of plan, vormt wat in het Netwerkimpactmodel wordt aangeduid als rimpeleffecten.

Het Netwerkimpactmodel helpt om regelmatig stil te staan bij deze processen door zichtbaar te maken hoe activiteiten, relaties, context en systemen elkaar onderling beïnvloeden – en hoe die wisselwerking zich stap voor stap kan voortzetten. Zo ontstaat een beeld van impact als een dynamisch proces, waarin effecten zich verspreiden, versterken of soms juist uitdoven.

“Het totaal aan directe resultaten én rimpeleffecten bepaalt uiteindelijk de netwerkimpact”, aldus Hemink. “Een enkele bijeenkomst kan een wervelstorm aan nieuwe initiatieven op gang brengen, terwijl andere activiteiten juist weinig vervolg krijgen of zelfs een contraproductief effect hebben.”

Werken met impactroutes

Het uitgangspunt van rimpeleffecten komt ook duidelijk naar voren in de interactieve visualisatie van het model. Daar zie je dat het model is opgebouwd uit draaibare ringen rondom een as.

“De as wordt gevormd door de kern van het netwerk: de partners en hun gedeelde identiteit, de bronnen die erin worden gestopt – zoals kennis, middelen en infrastructuur – en de activiteiten die ontplooid worden”, legt Hemink uit.

het netwerkimpactmodel

De ringen daaromheen bevatten directe resultaten (1e graads impact), voorwaardelijke veranderingen die daaruit voortkomen (2e graads impact) en beoogde effecten die daar weer door beïnvloed worden (3e graads impact).

De buitenring bevat vier zichtlijnen die antwoord geven op de vraag ‘netwerkeffectiviteit voor wie?’: de partners van het netwerk, de directe doelgroep van het netwerk, de bredere community (bijvoorbeeld de regio of de sector) of de nog bredere maatschappij.

Doordat de ringen afzonderlijk van elkaar draaibaar zijn, kunnen uitwerkingen binnen én tussen de ringen in kaart worden gebracht. Zo ontstaan redeneerlijnen die vervolgens onderzocht kunnen worden.

“Op die manier kun je het model afstemmen op de specifieke stakeholdergroep waar je de aandacht op wil richten”, aldus Hemink. “Je kunt vervolgens bewust tot redeneerlijnen en indicatoren komen die de aanpak legitimeren. Vervolgens kun je onderzoeken of deze effecten ook écht optreden en hoe de invloed van andere factoren er mogelijk uitziet.”

Rimpeleffect in de zorg

Neem een voorbeeld uit de zorg: een regionaal netwerk van huisartsen, wijkverpleegkundigen en een ziekenhuis organiseert een reeks bijeenkomsten om de samenwerking rond kwetsbare ouderen te verbeteren.

Die bijeenkomsten en afspraken vormen de kernactiviteiten van het netwerk. Een direct resultaat is dat professionals elkaar beter leren kennen en sneller contact met elkaar opnemen (1e graads impact).

“Netwerksamenwerking is weerbarstig, maar bovenal noodzakelijk.”

Daardoor worden randvoorwaarden voor samenwerking beïnvloed: overdrachten verlopen soepeler en professionals stemmen zorg eerder met elkaar af (2e graads impact). Uiteindelijk leidt dit tot het beoogde effect dat ouderen langer zelfstandig thuis kunnen blijven en minder ongeplande ziekenhuisopnames hebben (3e graads impact).

“Door in het model de ringen zo te draaien dat de aandacht ligt bij bijvoorbeeld de ouderen zelf als stakeholder, ontstaat een heldere redeneerlijn van netwerkactiviteiten naar ervaren zorgkwaliteit”, legt Hemink uit. “Die redeneerlijnen maken beter inzichtelijk hoe het netwerk waarde wil creëren – en voor wie.”

Samen impact realiseren

En die legitimatie is belangrijk, benadrukt Hemink – maar het Netwerkimpactmodel is niet alleen een verantwoordingsinstrument. Juist in een tijd waarin Nederland voor grote maatschappelijke opgaven staat, die alleen in gezamenlijke inspanning kunnen worden aangepakt, vraagt netwerksamenwerking om een lerende benadering.

“Netwerksamenwerking is weerbarstig, maar bovenal noodzakelijk”, stelt Hemink. “Daarom is het niet alleen relevant om achteraf te kunnen uitleggen wat netwerken opleveren, maar vooral om onderweg bewuster (bij) te sturen op impact.”

Het Netwerkimpactmodel ondersteunt netwerken daarbij door een gezamenlijk denk- en werkkader te bieden waarin aannames en hypotheses expliciet worden gemaakt en worden getoetst, aangescherpt of losgelaten.

Door al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor impact, ontwikkelen netwerken gaandeweg passend instrumentarium en een aanpak die helpt om effectiever samen te werken. “Zo wordt het model een hulpmiddel om lerend en ontwikkelend meer netwerkimpact te realiseren”, aldus Hemink. “Niet alleen om te verantwoorden wat er is gebeurd, maar om samen beter te worden in het creëren van maatschappelijke waarde.”

More on: Common Eye
Netherlands
Company profile
Common Eye is a Netherlands partner of Consultancy.org