Verkeersplan van wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade is ontoereikend

10 januari 2022 Consultancy.nl 3 min. leestijd

Het verkeersplan van de wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade 2022 is ontoereikend. Dat concludeert adviesbureau HIRS in een onderzoeksrapport. 

Sinds 1851 vinden er wereldtentoonstellingen plaats. Dat zijn exposities waarmee landen willen laten zien hoe ze er op verschillende vlakken voor staan. Zo organiseerde Frankrijk in 1889 – honderd jaar na de bestorming van de Bastille – een wereldtentoonstelling, ter gelegenheid waarvan de Eiffeltoren werd gebouwd.

In ons land vindt ieder decennium ook een wereldtentoonstelling plaats. De eerste versie van de Floriade werd georganiseerd in Rotterdam in 1960, gevolgd door twee edities in Amsterdam (1972 en 1982). Hierna streek de wereldtuinbouwtentoonstelling neer in Zoetermeer (1992), Haarlemmermeer (2002) en Venlo (2012)

Verkeersplan van de wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade is ontoereikend

Dit jaar (van 14 april tot en met 22 oktober) wordt de zevende editie van de Floriade georganiseerd in Almere. Begin 2019 werd begonnen met de aanleg van het terrein, dat een oppervlakte zal hebben van 60 hectare. Ter vergelijking: anderhalf keer zo groot als het nabijgelegen attractiepark Walibi Holland – best omvangrijk dus. 

Noodzaak van een doordacht verkeersplan

De Floriade van 2012 werd bezochten door meer dan 2 miljoen mensen. Omgerekend zijn dat gemiddeld genomen een half jaar lang ruim 11.000 bezoekers per dag. Voor de aankomende editie van het evenement verwacht de organisatie een vergelijkbare hoeveelheid bezoekers te mogen ontvangen. 

En dat vraagt logischerwijs om een gedegen verkeersplan. Want zonder zo’n plan kan het flink misgaan. Denk aan overvolle treinen en een ontregelde spoordienstregeling tussen Almere en de rest van Nederland. Of aan vele kilometers file op de wegen in het zuidoosten van Flevoland omdat er te weinig parkeerplekken zijn.

Maar waar is dat plan?

Toch is zo’n essentieel verkeersplan er nog niet, stelt adviesbureau HIRS in een onlangs verschenen onderzoeksrapport. “Wij bevelen de gemeente Almere op basis van de huidige planvorming aan géén vergunning te verlenen aan de organisator van het evenement.” 

Voor hun studie analyseerden de onderzoekers van HIRS – in opdracht van de gemeente Almere – het mobiliteitsplan van het evenement. Maar dat is volgens het adviesbureau in veel te grote mate gebaseerd op de Floriade van 2012. 

“Hiermee wordt het fundament broos en ontbreekt een duidelijke lijn vanuit waar maatregelen naar voren komen. In tien jaar tijd is er een hoop gewijzigd. Het is derhalve risicovol om zonder onderbouwde visie en duidelijke doelstellingen een project van deze orde aan te vliegen.” 

Daarnaast rekent de organisator erop dat er deze editie meer bezoekers met het openbaar vervoer naar het evenement zullen reizen, terwijl daar geen aannemelijke argumenten tegenover staan, laten de experts van adviesbureau HIRS weten in hun rapport. 

“De onderbouwing voor het openbaar vervoer als alternatief voor de auto wordt niet gegeven. Hoe verhouden de reistijd van het openbaar vervoer en de reistijd per auto zich tot elkaar? Ontstaat er op deze wijze wel een serieus alternatief?”

Verder ontbreekt in de plannen nog andere informatie die bezoekers nodig hebben om een beslissing te kunnen maken over hun heen- en terugreis naar de Floriade. Zo zijn de prijzen van een parkeerticket niet bekend, net zoals het niet duidelijk is hoeveelheid een kaartje voor de pendelboot zal kosten. 

Kleine knulligheid? Of exemplarisch?

In het mobiliteitsplan van de Floriade 2022 wordt meermaals gebruikgemaakt van de verkeerde naam voor het hoofdstation van Almere. De organisator spreekt geregeld over Almere Centraal, terwijl dat station niet bestaat: het heet Almere Centrum. 

Volgens de onderzoekers van HIRS betreft dit geen kleine knulligheid. “Dit getuigt van onvoldoende verdieping in het openbaar vervoer en maakt de lezer onzeker over de mate waarin de organisator van het evenement op de hoogte is van de werking van het openbaar vervoer en de mate waarin de vervoerders betrokken zijn in de planvorming.”