KPMG: ‘Nederlands exceptionalisme’ in corona-aanpak leidde tot extra sterfte

18 oktober 2021 Consultancy.nl 8 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Nederland heeft tijdens de coronacrisis te veel zijn eigen optimistische koers gevaren. Waar de WHO adviseerde in te dammen koos de regering aanvankelijk voor groepsimmuniteit/mitigatie, en waar de WHO hamerde op het belang van testen ontbrak hiervoor lange tijd de capaciteit. Doordat beleid werd gemaakt aan de hand van het aantal ziekenhuisopnames in plaats van het aantal besmettingen werd vaak te laat ingegrepen. De gevolgde aanpak leidde tot extra sterfte en gezondheidsschade, zo concludeert KPMG in een nieuw rapport.

In ‘de lessen na anderhalf jaar coronacrisis’ evalueert het adviesbureau het gevolgde coronacrisisbeleid, om zo lessen te trekken voor “het verder verbeteren van het (publieke) gezondheidszorgstelsel in Nederland”.

Met name “het Nederlands exceptionalisme” wordt bekritiseerd door KPMG. Onder het mom van de ‘intelligente lockdown’ werd een minder streng beleid gevoerd dan in veel andere landen, waarbij optimisme het bij enkele belangrijke beslissingen bovendien won van het zogeheten voorzorgsprincipe. Dit principe stelt dat als een beleidsmaatregel ernstige schade kan veroorzaken aan de samenleving, de bewijslast in het geval van het ontbreken van een wetenschappelijke consensus ligt bij de voorstanders van de ingreep.

KPMG: 'Nederlands exceptionalisme' in corona-aanpak leidde tot extra sterfte

In het geval van de coronacrisis zou dit principe bij twijfel moeten leiden tot de keuze voor indammen, ruim testbeleid en de inzet van mondkapjes. Toch koos de regering in eerste instantie juist voor mitigatie/groepsimmuniteit, was er een krap testbeleid en schoof de regering het besluit over de mondkapjesplicht lange tijd voor zich uit.

Het meest recente voorbeeld van het in de wind slaan van het voorzorgsprincipe stamt van 30 juni dit jaar, toen een groot deel van de maatregelen in één keer werd losgelaten, waarna het aantal besmettingen weer explodeerde. Het principe zegevierde wél met de invoering van de avondklok – die werd van kracht voordat de Britse (alfa)variant dominant werd in Nederland, waarmee een mogelijke ‘code zwart’ werd afgewend.

Meer IC-capaciteit zou hebben geleid tot meer schade

Het zogeheten Nederlands exceptionalisme heeft volgens KPMG geleid tot extra sterfte en gezondheidsschade. Daarbij speelde ook mee dat bij het maken van het beleid vooral werd gekeken naar het aantal ziekenhuis- en IC-opnames, in plaats van het aantal besmettingen. Omdat het aantal opnames altijd achter het aantal besmettingen aanloopt werd daardoor vaak pas te laat ingegrepen.

In het licht van deze strategie concludeert KPMG opvallend genoeg dat het maar goed is dat de ziekenhuizen niet slaagden in hun verwoede pogingen om hun IC-capaciteit nog verder op te schalen, omdat pas werd ingegrepen zodra ziekenhuizen dreigden over te lopen. Daardoor zou meer capaciteit vermoedelijk hebben geleid tot nog later ingrijpen.

“Geen enkele capaciteit is opgewassen tegen exponentiële groei van virussen. Paradoxaal genoeg blijkt uit ons onderzoek dat meer IC-capaciteit waarschijnlijk geleid had tot meer gezondheidsschade als gevolg van de mitigatiestrategie die stuurt op ziekenhuiscapaciteit”, stelt David Ikkersheim, arts, bedrijfskundige en partner bij KPMG en tevens auteur van het rapport.

Gemiddelde oversterfte

Op basis van oversterftecijfers constateert Ikkersheim dat landen die wel direct ingrepen wanneer de besmettingscijfers opliepen het een stuk beter lijken te hebben gedaan: in Nederland stierven ongeveer 24.000 mensen meer dan verwacht, waar bijvoorbeeld Denemarken, Finland en Noorwegen nauwelijks tot geen oversterfte zagen.

“In vergelijking met Noorwegen, Denemarken en Finland was Nederland zowel op de economische groei als op oversterfte beduidend minder goed in staat de pandemie te managen.”

Daarbij maakt hij wel de kanttekening dat oversterftecijfers lastig te vergelijken zijn, omdat bijvoorbeeld ook de bevolkingsdichtheid – die in Nederland relatief hoog ligt – bijdraagt aan de verspreiding van een virus. Europees gezien kwam de oversterfte in Nederland gemiddeld uit. Zo waren er ook landen waar de oversterfte veel hoger lag, zoals Engeland, Spanje, Portugal en Tsjechië.

Valse tegenstelling tussen economie en gezondheid

Waar het nemen van extra maatregelen vaak werd afgewogen tegen het economisch belang, concludeert KPMG dat de landen die een strenger beleid voerden daar geen extra economische schade van ondervonden. En de extra vrijheden moesten we in Nederland na een tijdje toch weer inleveren als de ziekenhuizen weer volliepen – denk aan de strenge lockdown en avondklok die in de winter werden ingevoerd.

Op economisch gebied kwam Nederland de crisis “redelijk” door, stelt KPMG. Met name de steunmaatregelen, de hoge mate van digitalisering en de relatief beperkte afhankelijkheid van toerisme lijken de schade te hebben beperkt. Desondanks kromp de economie met 0,2%, waar enkele Scandinavische landen nog steeds groei noteerden.

Al met al concludeert KPMG dat Nederland in vergelijking met Noorwegen, Denemarken en Finland “zowel op de economische groei als op oversterfte beduidend minder goed in staat was de pandemie te managen”.

Snelheid in crisis net zo belangrijk als zorgvuldigheid

Met het op de markt komen van vaccins kon eind vorig jaar worden overgeschakeld van het managen van de pandemie naar het effectief bestrijden ervan. Ook daarin maakte het kabinet echter de nodige fouten. Zo kwam de vaccinatiecampagne maar traag op gang.

In respons op kritiek daarover herhaalde het kabinet meermaals het adagium “zorgvuldigheid boven snelheid”, maar hoewel dit wellicht klinkt als een verstandige stelregel, is dat volgens Ikkersheim in tijden van crisis vaak niet het geval: “Iets niet 100% goed doen maar wel snel, is in een crisis veel waard”, zegt hij tegenover NRC.

Bovendien bleek Nederland – in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk – niet meerdere scenario’s klaar te hebben liggen voor als de vaccinleveringen anders zouden uitpakken dan verwacht, wat uiteindelijk gebeurde. Wel stelt KPMG vast dat de initiële achterstand is ingelopen en dat de vaccinatiegraad momenteel bovengemiddeld hoog is.

“We zijn ons er goed van bewust dat lessen trekken met de kennis van nu veel makkelijker is dan in de onduidelijkheid van het moment de juiste keuzes maken.”

Ook het deels afwijken van de door de Gezondheidsraad opgestelde vaccinatiestrategie – vaccineer van oud naar jong – was volgens KPMG onverstandig. Het kiezen van de andere koers heeft mogelijk geleid tot gezondheidsschade en onnodig lange extra druk op ziekenhuizen.

Meer internationale afstemming

Waar in het rapport soms forse kritiek wordt geuit over de gekozen aanpak, geven Ikkersheim en medeauteur Laura Dignum (senior consultant bij KPMG Health) aan er niet op uit te zijn om de verantwoordelijke bewindspersonen onderuit te halen: “We zijn ons er goed van bewust dat lessen trekken met de kennis van nu veel makkelijker is dan in de onduidelijkheid van het moment de juiste keuzes maken.”

Het rapport is juist bedoeld om eraan bij te dragen dat het in de toekomst beter gaat. Daartoe adviseren de auteurs onder meer om te zorgen voor meer afstemming met buurlanden. Doordat de maatregelen daar afweken van het beleid in ons land “was het voor burgers moeilijk te begrijpen hoe daarmee om te gaan”. In aanvulling daarop zou het goed zijn om ook buitenlandse expertise toe te voegen aan het OMT, om met dat extra tegengeluid de kans op ‘group think’ te verkleinen.

Verder moeten snelheid en zorgvuldigheid samengaan en is er behoefte aan meer duidelijkheid rondom VWS-regievoering. Ook het moderniseren van wet- en regelgeving voor gezondheidsbevordering wordt aanbevolen, aangezien iemands basisconditie grote invloed heeft op de kans dat hij of zij door Covid-19 in het ziekenhuis belandt.

Tot slot adviseren de auteurs om te zorgen voor meer helderheid in de communicatie richting burgers, en om door te pakken met de goede samenwerking tussen VWS, RIVM en GGD’s – instanties die gaandeweg de crisis al “grote stappen hebben gemaakt in een betere samenwerking in relatie tot bijvoorbeeld het uitwisselen van gegevens en de succesvolle uitvoering van de vaccinatiecampagne”.