10 adviezen om het aantal thuiszitters terug te dringen

26 mei 2021 Consultancy.nl 4 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Adviesbureau BMC en Gedragswerk hebben Minister Arie Slob van Onderwijs en Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid een advies overhandigd over hoe de overheid de thuiszittersproblematiek beter zou kunnen bestrijden.

Het aantal thuiszitters in Nederland neemt toe. Thuiszitters zijn kort gezegd leerplichtige jongeren (tussen de 5 en 18 jaar) die zonder geldige reden langer dan 3 maanden niet naar school gaan. Dit kan allerlei oorzaken hebben, waarvan psychiatrische problemen, thuisproblematiek, gedragsproblemen en wachten op opvang de meest voorkomende zijn.

In 2016 telde ons land 5,7 thuiszitters per 1.000 leerlingen. Gemiddeld genomen zijn er 2,5 miljoen schoolgaande kinderen (BO, SBO, SO, VO en VSO), dus dat komt neer komt meer dan 14.000 thuiszitters. Volgens de laatste cijfers is het percentage thuiszitters de afgelopen vijf jaar gestegen naar 6,2 thuiszitters per 1.000 leerlingen.

Het aantal thuiszitters in Nederland neemt toe

Deze problematiek – onderwijs, leren en ontwikkelen zijn een grondrecht voor kinderen – was in 2019 aanleiding voor Kinderombudsman Marc Dullaert om samen met Gedragswerk onderzoek te doen naar de situatie. In de rapportage ‘De kracht om door te zetten’ beschreven de onderzoekers een visie over hoe de impasses bij thuiszitten te doorbreken. 

Nu, twee jaar na het eerste rapport, hebben Dullaert (verbonden aan adviesbureau BMC) en Gedragswerk wederom de handen ineengeslagen om vervolgonderzoek uit te voeren met als doel om een tussentijdse balans op te maken. Daarbij is gekeken hoe het werken met de adviezen uit het eerdere onderzoek in de praktijk verloopt.

Hiervoor hebben van juli tot en met oktober 2020 vervolggesprekken plaatsgevonden in de vijf eerder bezochte regio’s en één nieuwe regio verspreid over heel Nederland. Op basis van deze gesprekken zijn de tien eerder opgestelde adviezen geactualiseerd en zijn nieuwe adviezen opgesteld. 

10 aanvullende adviezen

Een overzicht van de aanvullende adviezen voor regionale en lokale partijen:

1. Spreek vanaf nu van ‘Aanwezigheid!’ en ‘afwezigheid’. Het gaat om het missen van kinderen en jongeren in het onderwijs. Verlaat de weg van de onderverdelingen in de terminologie zoals geoorloofd verzuim, ongeoorloofd verzuim en thuiszitten. Stel Aanwezigheid! centraal.

2. Laat Aanwezigheid! ook als zodanig doorwerken in de registratie in zowel het primair onderwijs als voortgezet onderwijs.

3. Geef preventie structureel prioriteit, in zowel beleid als financiering. Maak preventie tastbaar door resultaatgerichte acties te formuleren. Maak preventie zo tot een belangrijk onderdeel van de aanpak in het continuüm van ondersteuning van een kind en jongere.

4. Laat bij alle activiteiten de ontwikkeling en het leren van een kind of jongere centraal staan. Creëer daarvoor gezamenlijke paden waarbij de rode draad alle beleidsterreinen zijn die integraal samenwerken.

5. Maak voor- en nadelen van de aanpak van Aanwezigheid! zo helder mogelijk via businesscases.

6. Geef werkelijk aandacht aan individueel maatwerk, door meer aan te sluiten bij de wezenlijke ondersteuningsvragen van een kind en zijn/haar gezinssituatie.

7. Regel casusregie nog steviger: een centrale ‘trekker’ met mandaat van alle partijen, die zorgdraagt voor werkelijke voortgang. Ook dit vraagt om extra ‘ruimte’ en de mogelijkheid om kracht (geen macht) te organiseren, vast te leggen en te sturen. Met daarbij ruimte voor de benodigde ‘tijd van ondertussen’ om tot de goede acties te komen.

8. Maak ook bij de vele ‘tafels’ (MDO’s, Thuiszitterstafels, Doorbraakteams etc.) ruimte in financiële zin: vorm een eigen (frictie)budget, inclusief flexibele verantwoording (accountant) en creëer zo ook eigen bewegingsruimte om te kunnen handelen. Investeer gezamenlijk en speel budget vrij voor speciale gevallen. Bijvoorbeeld een frictiebudget plus bijbehorend speciaal controleprotocol voor de accountant. Laat het budget het kind volgen.

9. Bedenk, begin, hanteer zoveel mogelijk min of meer voor de hand liggende en praktische oplossingen. Begin daar vooral aan: dóé gewoon, dan wordt het in de loop der tijd wel gewóón doen. De genoemde voorbeelden in de regio’s tonen aan dat hiermee de werkelijke beweging ontstaat, zoals grenzen van de Variawet, onderwijs op andere locatie, specifieke maatwerktrajecten, nieuwe vormen van samenwerking tussen onderwijs en gemeenten. Houd daarbij voor ogen dat het niet altijd ‘groots’ hoeft te zijn. Immers, zegt een variant op een oud Joods spreekwoord: “Wie één kind redt, redt de hele wereld!”

10. Pas onder andere de Variawet aan op de unieke casuïstiek van thuiszitters en geef ook vanuit die kant ruimte voor werkelijk maatwerk voor een in omvang zeer beperkte doelgroep, door:

  • Het hanteren van een vrij (frictie)budget met eenvoudige verantwoording en een duidelijk controleprotocol voor inspectie en accountant.
  • Verminderen van beperkingen zoals het mogelijk maken van 0 tot 100% onderwijs op een andere locatie, het laten vervallen van de verplichting om in twee jaar volledig toe te leiden naar regulier onderwijs, mogelijk maken om van 0 tot 100% onderwijstijd te volgen gedurende langere tijd. 

Voormalig Kinderombudsman Marc Dullaert is sinds maart 2020 (deeltijd) partner bij adviesbureau BMC.