Nederland verliest wereldwijde koppositie in mobiliteitsinnovaties

25 juni 2018 Consultancy.nl

Waar Nederland op het gebied van persoonsgerichte mobiliteitsinnovaties in 2017 wereldwijd het beste jongetje uit de klas was, moet ons land dit jaar China, Singapore en Zuid-Korea voor laten gaan. De drie Aziatische spelers zijn beter in staat hun land te herinrichten op basis van technologische ontwikkelingen. Dat blijkt uit onderzoek van Roland Berger. Volgens NXP-topman Maurice Geraets zitten er echter technologieën in de pijplijn die de positie van Nederland mogelijk zullen herstellen.  

“Wat we nu aan experimenten doen, is een speeltuin, een zandbak. We missen slagkracht. We hebben een mobiliteitsalliantie; dat is prachtig, maar we lopen vast op veel gepraat. Ons systeem om veranderingen in te zetten, mist snelheid. We moeten dingen uitproberen, maar we doen veel te weinig. Een belangrijke technologiepartij als NXP heeft zijn aandacht verschoven naar Azië”, stelt René Seyger, Partner bij Roland Berger Nederland, tegenover het FD in reactie op de recent gepubliceerde derde editie van het Automotive Disruption Radar-rapport van het adviesbureau.

In de vorige editie van het onderzoek was ons land nog lijstaanvoerder. Volgens Seyger is de vierde positie die Nederland momenteel bekleedt te wijten aan de binnenlandse overlegcultuur – het poldermodel – welke leidt tot een consensusoplossing waar op voorhand geen van de partijen zich écht in kan vinden: “Het is niet voor niks dat deze landen ons inhalen. Het gaat niet alleen over auto's, maar over de herinrichting van de hele mobiliteit van een land. Aziatische landen zijn sneller met aanpassing van de wet en kunnen zo nieuwe concepten snel in de praktijk brengen.”  

Ontwrichtende ontwikkelingen

In het onderzoek wordt gekeken naar vijf aandachtsgebieden waarbinnen de ontwikkelingen nauwlettend zijn geanalyseerd: de wet- en regelgeving (1), klantenbehoeften (2), technologie (3), beschikbaarheid van industriële toepassingen (4) en infrastructuur (5). De prestaties per gebied zijn bepaald middels indicatoren. Zo staat bij de klantbehoeften de vraag centraal of en in welke mate mensen naar autonome voertuigen verlangen. Voor de beantwoording van die vraag worden verschillende indicatoren ingezet. Denk bijvoorbeeld aan een analyse van het online zoekgedrag van mensen naar dat onderwerp.

De beste landen voor mobiliteitsinnovatie

China blijkt gemiddeld genomen het best te scoren op deze indicatoren. Zo geeft ruim 80% van de Chinese respondenten aan een volledig autonome mobiliteitsdienst – zoals een robotaxi – te willen gebruiken. Sowieso staan veel Aziatische landen bereidwilliger tegenover mobiliteitsveranderingen. Circa 80% van de ondervraagden uit deze landen stelt minimaal één iemand te kennen die geen auto wilde kopen omdat hij of zij uitsluitend andere mobiliteitsconcepten gebruikt, zoals bijvoorbeeld autodelen of openbaar vervoer. De grote urbanisatietrend in die regio is daar deels debet aan: het hebben van een eigen auto in een zeer grote stad met overvolle wegen en een uitgebreid metronetwerk is niet altijd voordelig.  

Daarnaast neemt onder meer in China en India de bereidheid toe om een elektrische auto te kopen. In China komt dat deels door een recente overheidsmaatregel. De regering van de Volksrepubliek introduceerde namelijk een zogenaamd e-mobiliteitsquotum, waarbij autofabrikanten een aandeel van 10% elektrische voertuigen moeten produceren in 2019 en 12% in 2020. Daarbovenop investeert de overheid in de benodigde infrastructuur voor elektrische auto’s. Die besluiten hebben een effect gehad, zo laat het FD weten: “In een jaar tijd verdubbelde China de infrastructuur voor elektrische auto's en nam de verkoop van elektrische auto's toe van 1,3% tot 2,1%.”

Een van de uitkomsten van het onderzoek waaruit wel hoop kan worden geput voor Nederland, is dat het enthousiasme van Nederlanders over autonome robotaxi’s aan het toenemen is. In de eerste editie van het onderzoek stelden de meeste Nederlandse ondervraagden dat ze autonome robotaxi’s liever kwijt dan rijk waren. In het nieuwste rapport is echter te lezen dat de meerderheid van de Nederlandse respondenten momenteel liever zou overschakelen van autobezit naar volledig autonome robotaxi’s als deze optie goedkoper zou zijn. 

Volgende keer beter

Ondanks dit lichtpuntje toont Seyger zich weinig positief. Hij wijst op verschillende dingen die in Nederland zouden moeten veranderen om het tij te keren en een verdere daling in de ranking te voorkomen. Zo zouden er meer investeerders moeten worden aangetrokken door bijvoorbeeld bepaalde zones in ons land vrij te stellen van de strikte wet- en regelgeving, waardoor nieuwe mobiliteitsconcepten getest kunnen worden. “Doe een leuk stuk in Nederland en zet daar een hek omheen. Neem de Uithof in Utrecht, die steeds moeilijker bereikbaar wordt, de campus in Delft, de High Tech Campus in Eindhoven, maak een verbinding met autonome auto's naar de luchthaven. Zeg tegen universiteiten en bedrijfsleven, jongens ga je gang en succes ermee. Dan komen de investeerders vanzelf”, aldus Seyger tegenover het FD.  

Hij stelt dat ook het openbaar vervoer in ons land beter zou kunnen: “Ons systeem is te rigide. In Nederland besteden we een miljard of drie per jaar aan het ov. Dat is alleen operationeel, dus investeringen niet meegerekend. Als je dat bij aanbestedingen voor tien jaar vastzet in concessies, dan mis je de flexibiliteit en kun je dat spel niet meer meespelen.” Volgens Seyger draait het om het op de juiste manier benutten van wat er al is. Denk daarbij aan de reizigersdata die in het bezit is van ov-bedrijven maar nog niet wordt ingezet: “In die data zit overheidsgeld. Via die data kunnen we het ov op postcodeniveau optimaliseren. Wist je dat een bezettingsgraad van 2,1 per Uber al goedkoper is dan het openbaar vervoer? Dus ik zou als overheid tegen de ov-bedrijven zeggen: het is hoog tijd dat deze data aan iedereen beschikbaar wordt gesteld.”

Hoe presteren landen op het gebied van mobiliteitsinnovatie

Geen man over boord

Het rapport en de uitspraken van Seyger zijn de automotive-industrie niet ontgaan. Maurice Geraets – lid van de raad van bestuur van NXP Nederland en wereldwijd verantwoordelijk voor innovaties binnen de auto-industrie – laat weten dat de vierde positie van Nederland wat hem betreft geen neerwaartse spiraal betreft. Volgens Geraets loopt ons land samen met Noorwegen bijvoorbeeld voorop op het gebied van elektrische en zelfrijdende auto’s: “De Rijksdienst voor het Wegverkeer heeft onlangs een Europese typegoedkeuring verleend voor de automatische piloot van Tesla.” De sterke positie van Nederland op dit punt wordt overigens bevestigd in het Roland Berger-rapport, waar Nederland nog altijd naar voren komt als het meest geavanceerde land als het gaat om typegoedkeuring voor autonome voertuigen*.

Verder zitten er volgens Geraets nog diverse vooruitstrevende technologieën in de pijplijn. Zo heeft NXP een draadloos verkeerslichtregulatiesysteem ontwikkeld voor vrachtwagen, waardoor de doorstroomsnelheid geoptimaliseerd kan worden. Deze technologie kent momenteel weliswaar nog geen toepassing voor personenauto’s – waar het onderzoek van Roland Berger zich op focust – maar dat is slechts een kwestie van tijd, aldus Geraets tegenover het FD: “Volgend jaar zijn alle nieuwe Volkswagens uitgerust met onze chips die kunnen communiceren met deze nieuwe infrastructuur.” Daarnaast kan middels de chip ook brandstof worden bespaard door auto’s op een aerodynamischere wijze achter elkaar te laten rijden: “Bij een snelheid van 90 km/u rijdt een tweede vrachtwagen van 40 ton dan op zeven meter afstand van de eerste, wat algauw tot een brandstofbesparing leidt van 10%. Dat is een aanzienlijke verbetering.”

En terwijl Seyger stelt dat de wetgeving moet worden veranderd op de testmogelijkheden te vergoten, is Geraets juist goed te spreken over de samenwerking met de overheid op dit gebied. Zo werd eind 2017 een nieuwe wet aangenomen – de zogenaamde Experimenteerwet – waarmee de Minister van Infrastructuur & Waterstaat gerechtigd is om vergunningen af te geven voor experimenten op de openbare weg met bestuurders op afstand. Middels deze en andere wetswijzigingen moet Nederland – net zoals alle andere Europese landen – in 2019 klaar zijn om zelfrijdende auto’s op een veilige wijzen op de openbare weg te kunnen toelaten. 

Gerelateerd: Why The Netherlands is the globe's top location for self-driving cars (Consultancy.eu).

* Typegoedkeuring is de bevestiging dat een eerste productiemodel van een type voertuig of voertuigonderdeel voldoet aan alle eisen. Alleen met deze goedkeuring krijgt een voertuig een kenteken en mag het de openbare weg op.

Nieuws