Nederland heeft zesde grootste pensioenkapitaal ter wereld

19 april 2018 Consultancy.nl

Wereldwijd is het afgelopen jaar het pensioenkapitaal van grote landen met maar liefst 13% gegroeid, naar in totaal $41 biljoen. Nederland is ’s werelds zesde grootste haven voor pensioenvermogens, groter dan landen als Duitsland, Italië en Frankrijk. In verhouding tot ons bruto binnenlands product mogen we onszelf zelfs wereldwijde koploper noemen.

Uit het rapport ‘Global Pension Assets Study', een jaarlijks terugkerend onderzoek van Willis Towers Watson naar de 22 belangrijkste pensioenmarkten van de wereld, blijkt dat de grootste pensioenmarkten de snelste groei sinds tien jaar hebben geboekt. De Verenigde Staten heeft met $25 biljoen het grootste pensioenvermogen ter wereld (ter vergelijking: in 1997 was dit nog ongeveer $8 biljoen), wat neerkomt op 131% van het bruto binnenlands product (BBP) van de VS.

Op de twee plaats volgt de UK, met $3,1 biljoen aan pensioenvermogen of 121% van het BBP. Hierna komt Japan, ook met $3,1 biljoen, hoewel met een relatief behoorlijk lager BBP aandeel (63%), wat duidt op de sterke neiging van Japanners om particulier te sparen voor de oude dag. Australië (~$1,9 biljoen; 138%) en Canada (~$1,7 biljoen; 108%) completeren de top-vijf, waarna het eerste Europese land in de lijst Nederland is, met een totaal pensioenvermogen van ongeveer $1,6 biljoen. Van de 22 onderzochte pensioenlanden heeft Spanje het laagste pensioenvermogen: $44 miljard en een BBP-aandeel van 3%. Daarmee heeft Spanje niet het laagste BBP aandeel, dat ligt in handen van China, met 1,5% (en een totaal pensioenvermogen van $177 miljard).
Institutioneel pensioenkapitaal wereldwijd

Nederland

Het vermogen van Nederlandse pensioenfondsen is de afgelopen tien jaar gestaag gegroeid, met gemiddeld 4,2% per jaar (gemeten in $). “Het groeicijfer is gelijk aan het wereldwijd gemiddelde en ligt dicht in de buurt van rendementen op aandelen en obligaties in diezelfde periode”, zegt Jacco Heemskerk, Head of Investment bij Willis Towers Watson.

In verhouding tot het bruto binnenlands product steekt Nederland met het totaal pensioenvermogen met kop en schouders boven de andere landen (cijfer van 194%). Afgezet tegen het BBP is het volgens Heemskerk positief te noemen dat Nederland haar pensioenbeleggingen als percentage van het BBP heeft zien stijgen. “Het is bemoedigend dat we kunnen terugkijken op een lange periode van groei in de Nederlandse pensioenmarkt”, hoewel hij de kanttekening plaatst dat de sterke resultaten van de afgelopen twee jaar het gevolg zijn van een ongebruikelijk hoog marktrendement.

Wanneer de zeven landen met het grootste pensioenkapitaal gecombineerd worden, dan blijkt dat zij tezamen maar liefst 92% van het totale vermogen van de 22 onderzochte pensioenmarkten bezitten.Pensioenkapitaal per land Nederland geldt verder als een koploper in het gebruik van toegezegde pensioenregelingen (defined benefit, DB) met 94%. Hiermee laat Nederland alleen Japan (96%) en Canada (95%) voor zich. Dit in tegenstelling tot de wereldwijde trend, waarbij het beschikbare premievermogen (defined contribution, DC) een steeds grotere groei doormaakt ten opzichte van het DB-vermogen.

In een ander onderzoek, uitgevoerd door Mercer, werd afgelopen jaar geconcludeerd dat de pensioenbeheerders in ons land goede resultaten boeken bij het investeren van het pensioenvermogen en daarmee stakeholders tevreden houden. Zo stond Nederland in de Global Pension Index, een ranglijst van de beste pensioenstelsels – gebaseerd op een evaluatie van de prestaties op drie elementen: toereikendheid, toekomstbestendigheid en integriteit – op een tweede plaats. Daarmee mag ons land zich na Denemarken het land met het beste pensioenstelsel ter wereld noemen. Nederland, dat in de ranglijst verder aan het weglopen is op de nummer #3, Australië, scoort zo goed vanwege grootte van de pensioenpot in verhouding tot de omvang van de economie.

Hoe beleggen pensioenfondsen?

Wanneer wordt gekeken naar de verschillende typen pensioenvermogens in ons land, laat het onderzoek van Willis Towers Watson zien dat in vergelijking met andere landen Nederlandse pensioenfondsen relatief conservatief beleggen. De allocatie naar obligaties bedraagt in Nederland gemiddeld 50% van de totale beleggingen en daarmee ligt Nederland nog altijd fors boven het gemiddelde van 27% van de zeven grootste pensioenmarkten. Alleen Japan kent met 56% een nog conservatievere insteek. “Zekerheid heeft een prijs. Het grote aandeel beleggingen in obligaties en de terughoudendheid van de Nederlandse pensioensector bij het investeren in alternatieve beleggingscategorieën vertaalt zich in naar verwachting lagere koopkracht”, legt Heemskerk uit.

Hoe beleggen pensioenfondsen?

Een van de belangrijkste trends die de onderzoekers in het rapport noemen, is dat er steeds meer wordt belegd in alternatieve beleggingscategorieën zoals vastgoed, niet-beursgenoteerde aandelen, hypotheken en infrastructuur. Als percentage van de totale beleggingen is deze categorie gegroeid van 4% in 1997 naar 20% in 2017. Beleggers lijken het rendementspotentieel van deze categorieën te kunnen waarderen en accepteren de grotere complexiteit. Ons land vormt hierbij een uitzondering: in tegenstelling tot wereldwijde markten daalde het aandeel alternatieve beleggingen in Nederland juist van 18% in 2007 tot de huidige 17%.

Buitenlandse beleggingen

Een andere opvallende uitkomst is dat pensioenfondsen meer buiten het eigen land beleggen. Wereldwijde spreiding van beleggingen en indexbeleggen hebben hieraan bijgedragen. Dit ondanks de maatschappelijke wens om juist meer in eigen land te beleggen. Waar in 1998 wereldwijd nog 69% van het vermogen in lokale valuta werd belegd, is dit percentage in 2017 gezakt naar 41%. Canada, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk laten de laagste percentages zien. In de Verenigde Staten wordt het grootste percentage in eigen land belegd. “Diversificatie en gedegen risicomanagement blijven belangrijk voor pensioenfondsen”, zegt Heemskerk.

Vooruitkijkend, benadrukken de onderzoekers dat pensioenfondsen de komende jaren voor complexe uitdagingen komen te staan. Met name de ontwikkelingen op het gebied van verantwoord beleggen, duurzaamheid en lange-termijnbeleggen zullen naar verwachting belangrijk worden. “In korte tijd zijn pensioenfondsen meer aandacht gaan besteden aan duurzaamheidskwesties en zijn ze zich ook bewuster geworden van de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daardoor is er meer belangstelling gekomen voor de kwalitatieve onderdelen van het vermogensbeheer zoals cultuur en beleggingsfilosofie”, besluit Heemskerk.

Een andere uitdaging is ten slotte dat mensen in toenemende mate meer controle willen hebben op hoe hun pensioenvermogen door pensioenspelers wordt geïnvesteerd. 

Gerelateerd: De grootste pensioenfondsen ter wereld, ABP en PFZW in top 20.

Nieuws

Meer nieuws over