Leiderschap en betere impactdata nodig om duurzaamheidsambities waar te maken
De basis voor duurzaam ondernemen staat, maar de uitvoering blijft achter. Volgens de Sustainability Survey 2026 van BDO beschikken veel organisaties over de juiste kennis en structuren, maar vormen leiderschap en het meten van impact belangrijke obstakels bij het realiseren van hun duurzaamheidsambities.
BDO hield de peiling onder professionals in meer dan 40 landen, waaronder Nederland. Omdat de respons per land sterk verschilt, presenteert het accountants- en advieskantoor de uitkomsten als indicatieve trends en niet als statistisch representatieve conclusies.
De meeste organisaties zitten tussen de fases ‘learning’ en ‘mature’ en willen binnen twee jaar een niveau omhoog gaan. Structuren en governance zijn relatief ver ontwikkeld, net als het betrekken van stakeholders. De vertaling naar een duurzaamheidsstrategie die in de bedrijfsstrategie is ingebed, blijft daarbij achter.
Governance bovenaan, klimaat lager op de lijst
Van de ondervraagden noemt 96% governance en ethisch zakendoen belangrijk of zeer belangrijk – de hoogste score van alle thema’s. Sociale onderwerpen als arbeidsomstandigheden en diversiteit volgen op de tweede plaats, de reductie van CO₂ en andere emissies staat derde. In Europa vindt zelfs 97,8% governance belangrijk, wat BDO toeschrijft aan de sterke verwachtingen rond ethiek en transparantie in de regio.

“Governance is het fundament dat alles mogelijk maakt”, zegt Sabine Content, Director in de Sustainability-tak bij BDO. “Zonder heldere verantwoordelijkheid bij de leiding en toezicht vanuit het bestuur wordt het lastig om echte voortgang te boeken op duurzaamheid.” Ze wijst op wetgeving over ketentransparantie en moderne slavernij, die de druk op dit thema in veel landen opvoert.
Het rapport erkent ook een minder geruststellende lezing: mogelijk vallen bedrijven door de geopolitieke spanningen terug op compliance en governance en schuift klimaat naar achteren. Gezien het extreme weer van de afgelopen jaren noemt BDO het opvallend dat milieuthema’s niet hoger staan.
Het meten is het struikelblok
Bij de vraag wat de voortgang het meest belemmert, noemt 43% het meten en volgen van impact – ruim boven beperkte financiële middelen (37%) en personele capaciteit (34%). Het knelpunt verschilt wel per sector. Dienstverlenende branches, waaronder de financiële dienstverlening, lopen vooral vast op het meten en aantonen van hun impact, terwijl kapitaalintensieve sectoren eerder door geld worden beperkt.
Die worsteling vertaalt zich in een brede vraag naar ondersteuning. Van de organisaties heeft 79% hulp nodig bij het verzamelen en rapporteren van data, 78% bij het betrekken van medewerkers en stakeholders en 77% bij het naleven van regelgeving en standaarden. Op bijna elk deelterrein ligt dat aandeel op driekwart of meer.

Dat vraagt om meer dan alleen voldoen aan verslaggevingsregels. Organisaties moeten inzicht krijgen in de data achter hun prestaties en die informatie gebruiken om keuzes te maken. “Als BDO ondersteunen we organisaties bij die stap: van het inrichten van dataprocessen en duurzaamheids-KPI’s tot het vertalen van data naar bruikbare stuurinformatie”, aldus Content.
Leiderschap als zwakste schakel
Op het gebied van implementatiecapaciteit scoren organisaties goed op kennis en vaardigheden, maar leiderschap komt als zwakste categorie uit de bus. Sturing vanuit het management is beperkt en op bestuursniveau ontbreekt het vaak aan duurzaamheidskennis. Ambities worden daardoor niet consequent omgezet in dagelijks gedrag en samenwerking.
In Europa, goed voor 141 van de 253 respondenten, heeft 66,7% van de organisaties ondersteuning nodig bij de naleving van regelgeving en 53,8% bij het aanscherpen van de strategie. Volwassenheid neemt capaciteitsbarrières weg, maar niet de complexiteit: scope 3-emissies en data-architectuur blijven ook gevorderde organisaties op de proef stellen.
“De meeste organisaties weten wat er moet gebeuren”, zegt Content. “Ze slagen er alleen niet in om leiderschap en gedrag zo te mobiliseren dat duurzaamheid in de praktijk ook echt gebeurt.”
De volgende stap is daarom niet méér rapporteren, maar duurzaamheid daadwerkelijk aansturen op basis van data. Dat vraagt om heldere doelstellingen, betrouwbare prestatie-informatie en de mogelijkheid om tijdig bij te sturen.
“Juist daar lopen veel organisaties nog tegen grenzen aan”, aldus Content. “Data-architectuur, impactmeting en het kwantificeren van scope 3-emissies blijven complexe vraagstukken, ook bij organisaties met een hogere volwassenheid.”
De boodschap van BDO is duidelijk: wie duurzaamheid structureel wil verankeren, moet investeren in betere data, scherpere sturing en een stevigere basis voor besluitvorming. Daarmee ligt de opgave niet alleen bij rapportageteams, maar bij bestuur, finance, risk, operations en duurzaamheid samen.

