AI maakt de rol van de gemeentesecretaris bestuurlijk zwaarder – niet technischer
AI maakt de rol van de gemeentesecretaris niet technischer, maar juist bestuurlijk zwaarder, zo stelt Anouk de Kleijn. De Van Dam Datapartners-adviseur legt uit hoe dat komt en hoe gemeentesecretarissen richting kunnen geven aan een effectieve, veilige en verantwoorde inzet van AI.
De opkomst van AI maakt het werk van de gemeentesecretaris niet technischer. De grootste valkuil is juist het omgekeerde: AI behandelen als een ICT-project, iets voor de afdeling informatievoorziening. Want de vraag of en hoe AI verantwoord kan worden ingezet, is uiteindelijk geen technische maar een bestuurlijke vraag – precies het soort vraag waar een gemeentesecretaris zich mee bezig moet houden.
Tegelijk is enige nuchterheid op zijn plaats. Wethouder Alexander Scholtes (Amsterdam) noemt dit een ‘tussenperiode’: AI is “op de meeste gebieden nog te onderontwikkeld”, maar tegelijk “te krachtig en beschikbaar om te negeren”. Volgens hem houden gemeenten grip “door niet mee te gaan in het sprookje van bovenmenselijke intelligentie”.
De praktijk benadrukt die nuchterheid. Uit de jaarlijkse AI Monitor Gemeenten van M&I/Partners blijkt dat veel gemeenten inmiddels een visie op AI ontwikkelen, maar dat formeel beleid vaak nog ontbreekt. Ook is de informatiehuishouding lang niet overal op orde, terwijl die juist een belangrijke voorwaarde vormt voor verantwoorde inzet van AI.
De rol van de gemeentesecretaris als strategisch bestuurder van AI is daarmee nog eerder een ambitie dan de dagelijkse praktijk. Juist daarom is sturing nodig.
Lees ook: ‘AI legt extra bestuurlijke druk op gemeentesecretaris’.
De secretaris staat er niet alleen voor
De gemeentesecretaris is algemeen directeur van de ambtelijke organisatie én eerste adviseur van het college: de schakel tussen bestuur, organisatie en samenleving. In die positie komen de kwaliteit van de advisering, de inrichting van de organisatie en het bewaken van publieke waarden samen.
Die verantwoordelijkheid betekent echter niet dat de gemeentesecretaris alleen aan zet is. Besluiten over de inzet van AI zijn ook bestuurlijke en politieke keuzes. De wethouder legt hierover verantwoording af aan de raad, de raad stelt kaders en controleert, en de CIO is verantwoordelijk voor de technische inrichting en het beheer.
De gemeentesecretaris is daarmee niet de enige regisseur, maar wel de spil die ervoor zorgt dat deze rollen op elkaar aansluiten. Zonder die samenhang dreigt de inzet van AI te verzanden in losse experimenten per afdeling.
Drie kerntaken die veranderen met de komst van AI
De komst van AI zorgt ervoor dat drie kerntaken van de gemeentesecretaris veranderen.
Ten eerste richting geven. AI biedt veel mogelijkheden, maar niet elke toepassing is wenselijk of passend. Het is aan het bestuur om daarin keuzes te maken. De afweging die Amsterdam bijvoorbeeld maakte rondom het inzetten van AI, was om per AI-toepassing te toetsen of de stad beter wordt van verregaande automatisering.
Dat is een bestuurlijke keuze, geen technische. Richting geven betekent ook realistisch zijn over wat de organisatie aankan en bewust afzien van toepassingen die onvoldoende bijdragen aan de publieke opgave.

Ten tweede governance organiseren. AI-initiatieven ontstaan verspreid: soms binnen een team, elders binnen een stuurgroep. Al snel duikt de vraag op wie de regie voert over het experimenteren met AI. Die verantwoordelijkheid reikt verder dan de techniek. Naast de ICT-organisatie spelen ook proceseigenaren, afdelingshoofden, juristen, privacyfunctionarissen en het management een belangrijke rol.
De VNG bracht in 2026 een vernieuwd governancekader uit dat gemeenten ondersteunt bij de verantwoorde inkoop, ontwikkeling, implementatie en het beheer van AI en algoritmen. Zonder AI-beleid en governanceafspraken kunnen medewerkers AI-tools buiten het zicht en de afspraken van de organisatie gaan gebruiken (‘shadow AI’).
Ten derde publieke waarden bewaken. Hier staat de publieke verantwoordelijkheid centraal. Rotterdam gebruikte jarenlang een algoritme dat bijstandsgerechtigden een risicoscore voor bijstandsfraude gaf. Uit journalistiek onderzoek bleek dat het model in de praktijk relatief vaak jonge alleenstaande moeders en mensen met kenmerken die samenhingen met een beperkte beheersing van het Nederlands aanwees voor controle.
De gemeente stopte begin 2022 met het gebruik van het algoritme. De VNG verwoordt waarom waakzaamheid nodig blijft: AI kan snel veel gegevens verwerken, maar “gevoel voor discretionaire ruimte en ethiek ontbreekt”. Gemeentelijke besluiten raken inwoners direct; rechtvaardigheid, zorgvuldigheid en gelijke behandeling zijn geen bijzaak.
Daarmee raakt AI ook direct aan de legitimiteit van de overheid, omdat de inzet ervan moet aansluiten bij de wijze waarop de overheid haar publieke verantwoordelijkheid tegenover inwoners wil vervullen. Juist daarom is het aan de gemeentesecretaris om ervoor te zorgen dat AI niet alleen technisch goed functioneert, maar ook bestuurlijk verantwoord wordt ingezet en dat de afwegingen daarover transparant worden gemaakt.
Rechtmatigheid is geen uitvoeringsdetail
De gemeentesecretaris hoeft geen AI-jurist te zijn. Wel moet hij of zij weten welke juridische vragen AI oproept en ervoor zorgen dat die op het juiste moment bij de juiste mensen terechtkomen. Want elk wettelijk kader vertaalt zich in een concrete vraag die iemand moet beleggen:
- De AVG vraagt: wie is verwerkingsverantwoordelijke als een model meebeslist over een inwoner?
- De Algemene wet bestuursrecht vraagt: is het besluit nog deugdelijk gemotiveerd, of verschuilt de motivering zich achter “het systeem zei het”?
- De Wet open overheid en de Archiefwet vragen: is het gebruik van AI navolgbaar, kun je over een jaar nog reconstrueren hóé een stuk tot stand kwam?
- Het Algoritmekader en het algoritmeregister vragen: kun je transparant maken wélk algoritme wát doet?
- En de Europese AI Act vraagt om risicoclassificatie, menselijk toezicht en, sinds februari 2025, aantoonbare AI-geletterdheid van medewerkers.
Soms gaat het verder dan papierwerk. AI-systemen die worden gebruikt bij besluiten over bijstand, uitkeringen of de toegang tot publieke voorzieningen kunnen onder Bijlage III van de AI Act als hoogrisicosysteem worden aangemerkt.
Het systeem uit Rotterdam is een voorbeeld van een toepassing die onder deze categorie kan vallen. Voor zulke systemen verplicht artikel 27 van de AI Act een grondrechteneffectbeoordeling (de FRIA) voordat zij in gebruik worden genomen: wie wordt geraakt, welke risico’s ontstaan en hoe is het menselijk toezicht geregeld?

In Nederland geef je daar invulling aan met het geactualiseerde Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA), onderdeel van het Algoritmekader. Niet elke toepassing valt hieronder: generatieve AI zoals een chatbot geldt doorgaans als ‘beperkt risico’, waarvoor alleen een transparantieplicht geldt.
Dit betekent dat de inwoner moet weten dat hij met AI te maken heeft. Hiervoor hoef je dus geen FRIA uit te voeren. Met de AI Omnibus, die op 16 juni 2026 door het Europees Parlement werd aangenomen, wordt de verplichting om voor bepaalde hoogrisicosystemen een grondrechteneffectbeoordeling uit te voeren uitgesteld van augustus 2026 naar 2 december 2027.
Maar uitstel is geen afstel: een serieuze grondrechtentoets kost al snel maanden voorbereiding. Het blijft dus zaak om nu al werk te maken van een AI-inventarisatie van jouw omgeving.
Geen van deze vragen lost de secretaris zelf op. De opgave is om ze op de juiste plek te beleggen: bij bijvoorbeeld de ICT-organisatie, de proceseigenaren, afdelingshoofden, juristen, privacyfunctionarissen en het management. Maar de secretaris bewaakt dat de vragen überhaupt gesteld worden en dat de antwoorden samenhangen. Zo wordt rechtmatigheid geen controle achteraf, maar een uitgangspunt bij de ontwikkeling en inzet van AI.
Het ongemak onder de motorkap
De meeste AI-toepassingen draaien op modellen van een handvol Amerikaanse techbedrijven. Dat roept een vraag op die verder gaat dan privacy: hoeveel grip houdt een gemeente op technologie die ze niet zelf in handen heeft? Bij traditionele software bepaalt een gemeente vooral hoe een toepassing wordt gebruikt.
Bij generatieve AI is zij bovendien afhankelijk van een model dat door de leverancier wordt ontwikkeld en aangepast, zonder dat de gemeente daar volledige invloed op heeft. Dat vraagt om een expliciete bestuurlijke afweging over afhankelijkheid, transparantie en risico’s.
Uit de AI Monitor Gemeenten blijkt dat slechts een klein deel van de gemeenten actief kiest voor Europese AI-oplossingen boven niet-Europese alternatieven. Toch is het een bestuurlijke afweging bij uitstek – over afhankelijkheid, over wat er met gemeentelijke data gebeurt en over de vraag of publieke waarden ook gelden voor de leverancier. Initiatieven als GPT-NL proberen een Nederlands alternatief tegenover de grote Amerikaanse aanbieders te zetten.
Voor de gemeentesecretaris gaat digitale soevereiniteit over de vraag hoeveel invloed de gemeente wil houden op de technologie die zij gebruikt.
Maar is dit niet het werk van de CIO?
Een terechte tegenvraag. En toch: nee. De CIO is verantwoordelijk voor de bouw en het beheer van de techniek. Maar het verbinden van bestuurlijke ambitie, organisatie en publieke waarden is geen IT-vraagstuk, het is bestuurswerk. Juist daarom hoort AI ook op het bureau van de secretaris, niet alleen op dat van de informatieafdeling.
Drie aanbevelingen voor de praktijk
1: Beleg de regie over AI integraal, niet bij ICT alleen. Het vernieuwde VNG-kader biedt houvast.
2: Maak zichtbaar waar de gemeente AI wel en waar bewust niet inzet.
3: Investeer eerst in de basis: een ordelijke informatiehuishouding en AI-geletterdheid in de hele organisatie voordat met aansprekende toepassingen wordt gewerkt of geëxperimenteerd.
Tot slot: De techniek is het probleem niet
AI maakt de functie van de gemeentesecretaris niet minder relevant, maar bestuurlijk zwaarder. De uitdaging ligt niet in de technologie, maar in het organiseren van de voorwaarden waaronder die verantwoord werkt: richting, governance, rechtmatigheid en publieke waarden.
En die voorwaarden organiseer je niet met een nota. Nieuwe technologie krijgt pas waarde als medewerkers, management en bestuur samen leren hoe ze haar verantwoord inzetten. Daar ligt de rol van secretaris als veranderleider: niet de techniek invoeren, maar de organisatie meenemen.
Over de auteur: Anouk de Kleijn is adviseur bij Van Dam Datapartners.


