Coppa Group brengt CO₂-uitstoot van vijf labels extern geverifieerd in kaart
Coppa Group stootte in 2025 1.515 ton CO₂-equivalent uit, blijkt uit de eerste extern geverifieerde footprintmeting van de adviesgroep. Ruim twee derde daarvan komt uit de keten: ingehuurde professionals, ICT en woon-werkverkeer. Met een nieuw klimaatactieplan wil de groep die uitstoot fors terugbrengen.
Onder Coppa Group vallen vijf adviesbureaus: Coppa, Hospitality Group, VFM Facility Experts, Arlande en Pro 10, samen goed voor zo’n 400 medewerkers. De groep meet haar uitstoot al langer jaarlijks, maar liet de berekening over 2025 voor het eerst toetsen door een onafhankelijke derde partij.
Die verificatie bevestigt dat de meting is uitgevoerd volgens het Greenhouse Gas Protocol, de internationale standaard voor het meten van broeikasgasemissies. Daarmee is het beeld dit jaar niet alleen betrouwbaarder, maar ook aanzienlijk breder dan in voorgaande jaren: de meting omvat nu ook een groot deel van de indirecte uitstoot buiten de eigen bedrijfsvoering van de vijf bureaus en de holding.
Waar de uitstoot vandaan komt
De 1.515 ton valt uiteen in drie scopes. Scope 1, de directe uitstoot uit aardgas en het resterende fossiele wagenpark, komt uit op 159 ton.
Scope 2, de indirecte uitstoot uit ingekochte energie, telt 275 ton. Daarvan hangt veruit het grootste deel – 232 ton – samen met het elektriciteitsverbruik van het elektrische wagenpark. Het kantoorverbruik is relatief bescheiden, en een deel daarvan wordt afgedekt met groene stroom uit Nederland.
Het zwaartepunt ligt in scope 3: 1.081 ton, ruim twee derde van het totaal. Dat is de overige indirecte uitstoot in de keten, van ingekochte diensten tot woon-werkverkeer. De grootste post is de inhuur van zzp’ers, goed voor 336 ton, gevolgd door de inhuur van externe bureaus met 139 ton. Woon-werkverkeer per auto staat op 105 ton.
Ook ICT weegt mee: consultancy en support, hardware en software en cloud vormen samen een eigen cluster binnen scope 3. Voor een organisatie die vooral kennis levert, zit de klimaatimpact dus grotendeels in scope 3: ingekochte diensten, ICT en mobiliteit.

Van eigen wagenpark naar de keten
De maatregelen die de groep tot nu toe nam, richtten zich vooral op de eigen bedrijfsvoering. Nieuwe leaseauto’s zijn volledig elektrisch (VFM Facility Experts heeft het wagenpark inmiddels helemaal omgezet) en voorloop- en huurauto’s rijden elektrisch.
Daarnaast nemen de kantoren waar mogelijk groene stroom uit Nederland af en hebben medewerkers van Coppa, Hospitality Group, VFM Facility Experts en Pro 10 een NS Business Card.
Hybride werken beperkt het aantal reisbewegingen, en vliegreizen onder 700 kilometer worden waar mogelijk vervangen door de trein.
De volgende stap is al ingezet: in de tweede helft van 2026 stappen alle bureaus met hun laadpassen over naar een leverancier die kan aantonen dat de laadstroom volledig groen is opgewekt. Dat is geen bijzaak, want het elektrische wagenpark vormt met 232 ton veruit de grootste post binnen scope 2.
Het accent verschuift daarna naar de posten die de nieuwe meting zichtbaar maakt. Voor 2026 werkt de groep een voorstel uit voor beleid en stimuleringsmaatregelen rond woon-werkverkeer en de inhuur van zzp’ers – twee belangrijke posten binnen scope 3. De uitwerking wordt opgenomen in de derde versie van het duurzaamheidsbeleid, dat voor 2027 gepland staat.
75% minder uitstoot per fte
De reductiedoelstelling is voor alle bureaus gelijk: 75% minder uitstoot per fte in 2030, gemeten over scope 1 en 2 en exclusief compensatie. Alleen het ijkjaar verschilt. Coppa, Hospitality Group en VFM Facility Experts rekenen vanaf 2022, Pro 10 vanaf 2023 en Arlande vanaf 2025. De ambitie sluit aan bij het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5°C.
Wat er tot die tijd overblijft, wordt voor een groot deel gecompenseerd. Jaarlijks vereffent de groep de volledige uitstoot in scope 1 en 2 plus de zakelijke vliegreizen uit scope 3 via lokale klimaatprojecten in Nederland; eerder ging het onder meer om het grootste Paulowniabos van Nederland, in het Gelderse Deest. Inmiddels investeert de groep ook in regeneratieve landbouw in de Noordoostpolder.
Daarnaast werkt de groep dit jaar aan een aanvullende reductiedoelstelling richting 2035 en aan een herziening van welke emissies onder die compensatie vallen.
De grootste klimaatwinst ziet de groep intussen in de eigen dienstverlening, bij de honderden opdrachtgevers die de bureaus jaarlijks bedienen. “Onze interne bedrijfsvoering is maar een klein onderdeel van de duurzame impact die wij met onze bureaus maken”, benadrukte duurzaamheidscoördinator Jarrik van Doesburg eerder. “Juist bij de opdrachtgevers kunnen we enorm veel impact maken.”

