KPMG: Europa wekt bijna de helft van zijn stroom duurzaam op
In Europa wordt bijna de helft (49%) van de stroom duurzaam opgewekt. Dat blijkt uit onderzoek van KPMG, uitgevoerd in samenwerking met het Energy Institute.
Daarmee heeft het continent in 25 jaar tijd behoorlijke stappen weten te zetten. In 2000 werd nog slechts 17% van de elektriciteit opgewekt met schone energiebronnen, waaronder windmolens, zonnepanelen en waterkrachtcentrales.
Tegelijk is er nog veel ruimte voor verbetering. Volgens KPMG remmen verschillende obstakels de verdere vergroening van de stroomopwekking, waaronder netcongestie en vertragingen bij het verlenen van vergunningen.

Daarnaast wijzen de onderzoekers op het belang van energieopslag. Naarmate er meer windturbines en zonnepanelen worden toegevoegd, is meer opslagcapaciteit nodig om pieken op te vangen en het stroomnet flexibel te houden. Volgens de onderzoekers liggen hier voor Europa nog volop kansen.
Regionale verschillen
Evengoed ligt het continent ruim voor op het mondiale gemiddelde: wereldwijd wordt 33% van de elektriciteit opgewekt door middel van duurzame energiebronnen (inclusief waterkracht). Meer dan de helft van de stroomopwekking vindt plaats via een combinatie van kolen (33%) en aardgas (22%).
Tussen de onderzochte regio’s bestaan duidelijke verschillen. In China wordt bijvoorbeeld zo’n 55% van de elektriciteit opgewekt met kolen. Maar tegelijkertijd wekt het land ook zo’n 35% van zijn stroom op met schone bronnen.

China is met afstand de grootste elektriciteitsverbruiker van de wereld. “De Chinese focus op het elektrificeren van zijn transportbranche en industriële sector versterkt zijn positie als opkomende ‘elektrostaat’”, aldus de onderzoekers.
In Europa en Noord-Amerika is de vraag naar stroom al meer dan tien jaar grotendeels stabiel. Volgens de onderzoekers komt daar nu verandering in door de opkomst van AI en datacenters. “We verwachten vooral een aanzienlijke toename van de stroomvraag in de Verenigde Staten”, schrijft KPMG.
Ontwikkeling per bron
Kijkend naar de verschillende energiebronnen waarmee elektriciteit wordt opgewekt, zijn er ten opzichte van de vorige meting van KPMG en het Energy Institute enkele verschuivingen zichtbaar. Zo steeg het wereldwijde aandeel van zonnestroom in één jaar tijd met maar liefst 30%.
“Dalende kosten, modulaire inzetbaarheid en kortere bouwtijden hebben zonne-energie tot een snel schaalbare en betaalbare energiebron gemaakt”, licht KPMG toe. “Windenergie heeft een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt, zij het in een lager tempo.”

In dit kader drukt vooral China steeds meer zijn stempel op de mondiale energietransitie. Van alle zonne- en windcapaciteit die er in 2025 wereldwijd bijkwam, werd respectievelijk 61,6% en 75,2% gebouwd in China.
Chinese fabrikanten zijn bovendien verantwoordelijk voor het overgrote deel van de mondiale productie van zonnepanelen. “Terwijl de wereld overstapt op zonne-energie, blijft ze daarbij dus in hoge mate afhankelijk van Chinese toeleveringsketens”, aldus KPMG.
Europa kende eveneens een sterke groei: het verhoogde zijn productie van zonnestroom met 24%. Deze relatieve groei blijft echter achter bij die van het Midden-Oosten en China. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat Europa, naast netcongestie, kampt met een afkoelende markt voor zonnepanelen bij huishoudens.

