Nederlandse organisaties willen sneller met AI, maar missen de basis
Nederlandse organisaties zien AI als belangrijke aanjager van groei en organisatieontwikkeling. Maar hoewel AI hoog op de agenda staat in boardrooms, blijft de stap van ambitie naar brede en schaalbare toepassing in de praktijk vaak een brug te ver, zo blijkt uit onderzoek van CGI.
Dit beeld van de execution gap in AI komt naar voren uit CGI’s ‘Voice of Our Clients’, een onderzoek onder executives wereldwijd. Voor de 2026-editie zijn wereldwijd meer dan 1.800 gesprekken gevoerd, waaronder 104 in Nederland.
De uitkomsten voor Nederland laten een herkenbaar probleem zien. Organisaties willen versnellen met AI en digitale transformatie, maar de vertaalslag van experiment naar structurele waardecreatie blijkt lastig. Dat komt volgens de respondenten vooral doordat de succesvolle inzet van AI – nog meer dan eerdere digitaliseringsinitiatieven – vraagt om veel meer dan alleen technologie.
“Wie AI succesvol wil toepassen, moet ook de onderliggende voorwaarden op orde hebben: een heldere strategie, goed ingerichte governance, voldoende talent, betrouwbare data en een IT-landschap dat verdere digitalisering ondersteunt in plaats van afremt”, aldus Hans Moonen, Vice President Consulting Expert bij CGI en betrokken bij de analyse van het onderzoek.
AI moet dan ook niet worden benaderd als een los innovatieproject. De organisaties die het verst zijn in hun volwassenheid, behandelen het steeds nadrukkelijker als een organisatievraagstuk, waarbij ook verandermanagement en kennisontwikkeling cruciaal zijn.
Controle en weerbaarheid
Opvallend aan de Nederlandse resultaten is dat het gesprek over AI hier minder draait om innovatie en productiviteit. Nederlandse organisaties bekijken AI en digitalisering vaker door de lens van controle, weerbaarheid en digitale autonomie.
Nederlandse executives houden dus meer rekening met de technische kaders die AI bewaken, zegt Moonen. “Organisaties willen wel versnellen, maar stellen daarbij steeds vaker de vraag onder welke voorwaarden dat verantwoord kan. Zij beoordelen hun AI-ambities in samenhang met thema’s zoals geopolitieke onzekerheid, veranderende regelgeving, cyberweerbaarheid en digitale soevereiniteit.”

Hiermee verschuift een aantal klassieke IT-thema’s nadrukkelijk naar het niveau van de bestuurskamer. Vraagstukken rond datalocatie, cloudstrategie, leveranciersafhankelijkheid en trusted suppliers worden in toenemende mate gezien als strategische keuzes, en niet langer alleen als technische ontwerpbeslissingen.
Legacy blijft een hardnekkige rem
Tegelijkertijd maakt het onderzoek duidelijk dat veel organisaties nog altijd worden afgeremd door hun bestaande IT-landschap. Verouderde systemen, versnipperde data en technische complexiteit vormen een structurele belemmering voor verdere digitalisering. Dat geldt des te sterker voor AI, dat juist vraagt om schaalbare platforms, goede datakwaliteit, integratie en duidelijke beheersing.
“Legacy vormt een strategische rem op vernieuwing”, zegt Moonen. “Zolang de onderliggende technologie en data onvoldoende op orde is, blijft het moeilijk om AI veilig, verantwoord en met aantoonbare waarde in te zetten. Dat verklaart waarom modernisering van de infrastructuur en het applicatielandschap voor veel organisaties geen parallel spoor meer is, maar een randvoorwaarde voor de volgende fase van digitale transformatie.”
Investeringen en adoptie
De respondenten verwachten dat de investeringen in AI de komende jaren verder zullen versnellen. Koplopers richten zich daarbij niet alleen op nieuwe AI-toepassingen, maar vooral op het versterken van de voorwaarden eronder: modernisering van hun IT-landschap, betere databeschikbaarheid, heldere governance en een organisatie die nieuwe technologie ook daadwerkelijk kan absorberen en opschalen.
“Juist daar ligt voor Nederlandse organisaties de opgave voor de komende jaren”, benadrukt Moonen. “Niet óf zij verder gaan met AI, maar hoe zij dat doen op een manier die schaalbaar, beheersbaar en toekomstbestendig is. De winnaars zullen waarschijnlijk niet per se de organisaties zijn die het snelst experimenteren, maar degenen die snelheid weten te combineren met fundament, controle en weerbaarheid.”

