PwC: Data goed voor een tiende van de Nederlandse economie
Data levert in Nederland inmiddels een directe economische bijdrage van 9,6% van het bbp, ofwel circa €108 miljard in 2024. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van PwC, die data positioneert als een kapitaalgoed van de economie – vergelijkbaar met fysieke infrastructuur als wegen, bruggen en dijken. Investeringen in data hangen volgens de onderzoekers bovendien direct samen met economische groei in het jaar erna.
In het rapport The rising value of data brengt PwC voor het eerst de volledige Nederlandse data-economie in kaart. De €108 miljard valt uiteen in drie lagen: €55 miljard aan dataverzameling, €13 miljard aan databases en €40 miljard aan data science, de productie van inzichten uit data.
Het aandeel van data-investeringen in het bbp liep tussen 2013 en 2024 op van 9,0% naar 9,6%. Het in die periode opgebouwde datakapitaal komt cumulatief uit op circa €466 miljard.

Voor de waardering hanteert PwC een input-benadering: hoeveel arbeid en aanvullende inputs zoals software en hardware zijn nodig om in alle beroepen data te verzamelen, te ordenen en te analyseren. Door taakprofielen van 923 beroepen via taalmodellen te analyseren, bepaalde het bureau welk aandeel van de werktijd aan dataproductie wordt besteed.
Daarmee komt PwC aanzienlijk hoger uit dan eerdere Nederlandse studies, die met een smaller bereik aan beroepen op 1,8% tot 2,7% van het bbp uitkwamen.
“Data is uitgegroeid tot een centrale en steeds belangrijkere pijler van de Nederlandse economie”, aldus Barbara Baarsma, hoofdeconoom van PwC. “Data worden meestal niet verhandeld als tastbaar product, maar zitten ingebed in processen, systemen en diensten. De onderzoeksuitkomst dat ongeveer een tiende van de Nederlandse economie draait op data, maakt die waarde concreet en inzichtelijk.”
Van verzamelen naar inzichten
Binnen de data-economie verschuift de waarde gestaag van het verzamelen naar het duiden van data. Het aandeel data science in de totale data-investeringen klom tussen 2013 en 2024 van 28,9% naar 37,0%.

Reëel gemeten – in constante prijzen – ligt het investeringsvolume in data science zo’n 86% hoger dan in 2013. Sinds 2017 bedraagt de samengestelde jaarlijkse groei van data science minstens 5,5%, structureel hoger dan voor pure dataverzameling.
Volgens Baarsma past die verschuiving bij de overgang van een kennis- naar een intelligentie-economie. “De echte waarde ontstaat wanneer data wordt geanalyseerd en omgezet in inzichten”, zegt ze. “Tegelijkertijd zijn er nog steeds organisaties die denken dat ze datagedreven werken omdat ze gegevens verzamelen; op bedrijfsniveau worden data-investeringen nog te vaak gezien als kostenpost.”

Op macroniveau toont het verband tussen data-analyse en waardecreatie zich juist duidelijk: één procent extra data-intensiteit per fte hangt samen met 0,13 procentpunt hogere economische groei in het jaar erna.
“Vergeleken met onderwijs- en infrastructuurinvesteringen hebben data-investeringen een opvallend snelle en directe groeidoorwerking”, verklaart Baarsma. “Waar onderwijs en infrastructuur hoge opbrengsten kennen, maar met vertraging, vertaalt een hogere data-intensiteit zich al binnen één jaar in meetbaar hogere economische groei.”
Zorg leidend in absolute zin, financiële sector in intensiteit
In absolute bedragen was de zorg- en welzijnssector in 2024 de grootste investeerder in dataproducten, met €19,5 miljard. Daarna volgen de zakelijke dienstverlening (€14,7 miljard) en groot- en detailhandel (€12,8 miljard).
Wanneer wordt gecorrigeerd voor sectoromvang – data-investeringen per fte – ontstaat een ander beeld: dan leiden de financiële dienstverlening en vastgoedsector met €28.500 per fte, gevolgd door informatie en communicatie (€25.500) en publiek bestuur (€20.700).

Achter dat verschil ziet Baarsma een fundamentele logica. “De publieke sector slaat data veelal op omdat het moet, de private sector omdat ze het wil. Ondernemingen zijn meer gericht op waarde halen uit data dan publieke organisaties. Dat wil niet zeggen dat het niet anders kan in de publieke sector. Ook de zorg kan datakapitaal verder verzilveren door data veel breder in te zetten voor hogere kwaliteit en arbeidsproductiviteit.”
Datavaardigheden basisvereiste, schaarste rem op waarde
Datavaardigheden zijn inmiddels breed verankerd op de arbeidsmarkt. Meer dan de helft van alle beroepen besteedt minimaal 10% van de werktijd aan datagerelateerde taken, ongeveer een tiende zelfs meer dan 30%. Hoogopgeleide ICT- en bedrijfs- en administratiespecialisten werken met afstand het meest data-intensief en genereren beide gemiddeld meer dan €30.000 aan data-productwaarde per baan per jaar.
Tegelijkertijd zijn juist díe beroepen het schaarst. Hoogopgeleide ICT-specialisten, ingenieurs en businessanalisten zitten volgens PwC allemaal in het “very tight”-segment van de UWV-arbeidsmarktspanningsindicator.
Die krapte zet volgens Baarsma een rem op verdere waardecreatie. “Het rapport laat zien dat het oplossen van deze tekorten substantieel meer waarde kan vrijmaken voor de Nederlandse economie. Het is een duidelijk signaal aan de politiek: investeer in opleiding en arbeidsmarktbeleid, anders laten we miljarden liggen.”
