‘Nederlandse maakindustrie steeds kwetsbaarder voor cyberaanvallen’
De Nederlandse maakindustrie is kwetsbaar geworden voor cyberaanvallen. Dat concluderen onderzoekers van Cegeka in een nieuw rapport.
“Bedrijven in de maakindustrie zijn sterk afhankelijk van de toeleveringsketen. Dit maakt de sector een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen”, stelt Remco Geerts, hoofd van de Nederlandse Cybersecurity-praktijk van Cegeka.
Voor zijn analyse nam het IT-adviesbureau bijna 250 bedrijven uit onze maakindustrie onder de loep. Gemiddeld genomen scoort de sector een 7,6/10 op het gebied van cyberweerbaarheid – niet direct alarmerend zou je zeggen.

Toch schort er veel aan de digitale beveiliging. “Veel andere sectoren scoren stukken beter”, licht Geerts toe. “Neem bijvoorbeeld de financiële sector. Daar is het bewustzijn rondom cyberrisico’s veel hoger, onder andere doordat de sector met strengere wet- en regelgeving te maken heeft.”
Lees ook: Ruim 90% van grote organisaties vorig jaar getroffen door cyberbeveiligingsinbreuk.
De tekortkomingen binnen de maakindustrie worden beter zichtbaar wanneer wordt ingezoomd op de rapportcijfers. Zo scoort meer dan een derde van alle organisaties lager dan een 7,0.
Bovendien zijn de rapportcijfers van meer dan de helft van de bedrijven uit deze categorie de afgelopen drie maanden gedaald. Hierdoor komt inmiddels ruim 10% van de onderzochte organisaties uit op een onvoldoende (lager dan een 5,5).

Tegelijkertijd zijn de rapportcijfers van de best scorende organisaties gestegen. Weerbare bedrijven zijn dus nóg weerbaarder geworden, terwijl de kwetsbaarheid van kwetsbare bedrijven juist is toegenomen.
Dat de best scorende bedrijven hun rapportcijfer hebben verhoogd, komt met name doordat zij cyberdreigingen als strategisch risico zien en hier ook naar handelen. “Ze oefenen met cyberaanvallen en investeren voor de lange termijn in continue monitoring en herstelvermogen”, aldus Geerts.
Daarentegen beschouwen de minder scorende bedrijven cyberdreigingen in veel minder mate als een strategisch risico. “In plaats daarvan investeren dergelijke organisaties vooral op ad hoc basis in hun cyberveiligheid”, vertelt Geerts.
Volgens Cegeka is dat niet alleen problematisch voor deze bedrijven zelf. De maakindustrie is namelijk van groot belang voor onze economie: ruim 10% van de Nederlanders werkt in de sector en ongeveer 60% van alle innovaties in ons land komt voort uit de maakindustrie.
“De directe financiële schade van cyberaanvallen is hoog, maar de indirecte schade in de keten kan vele miljoenen euro’s bedragen”, geeft Geerts aan.
Lees ook: Raakt Nederland zijn maakindustrie kwijt? ‘Wakker worden!’
Veiligheidsdomeinen
Om als organisatie cyberaanvallen het hoofd te kunnen bieden, moet je je op verschillende veiligheidsdomeinen wapenen. Denk bijvoorbeeld aan het encryptiedomein: het is van groot belang om het internetverkeer op een website te versleutelen, zodat gevoelige informatie (zoals bankgegevens) onleesbaar blijft voor hackers.

Uit de analyse van Cegeka blijkt dat de Nederlandse maakindustrie het slechts scoort op het applicatiesecuritydomein. Dat richt zich op het beoordelen van de beveiliging van (web)applicaties die via het internet toegankelijk zijn.
“De lage score op dit domein sluit aan bij internationale cijfers”, aldus de onderzoekers. “De kwetsbaarheden in (web)applicaties groeien; hackers gebruiken deze in toenemende mate als slecht afgesloten deur om binnen te komen en daarna grotere schade te veroorzaken.”
Volgens Geerts is het noodzakelijk dat applicatiebeveiliging extra aandacht krijgt. “Het is niet alleen een IT-vraagstuk, maar ook een bedrijfsrisico dat directe invloed heeft op de continuïteit, concurrentiekracht en het vertrouwen in de keten”, legt hij uit.
Op het breach events-domein scoort de sector juist goed. Bij zo’n event worden gevoelige gegevens (zoals wachtwoorden) gestolen en daarna gedeeld op bijvoorbeeld het dark web. Volgens Cegeka zijn er geen aanwijzingen dat dit soort data van bedrijven uit de Nederlandse maakindustrie rondcirculeren op het internet.
