Integriteit als symboolpolitiek: Hoe bedrijven zichzelf in de voet schieten
Dina-Perla Portnaar is consultant en eigenaar van Dina-Perla Consulting

Integriteit als symboolpolitiek: Hoe bedrijven zichzelf in de voet schieten

12 september 2025 Consultancy.nl
Integriteit als symboolpolitiek: Hoe bedrijven zichzelf in de voet schieten
Dina-Perla Portnaar is consultant en eigenaar van Dina-Perla Consulting

De casus Nestlé laat zien dat regels in de boardroom steeds vaker een doel op zich worden. Maar is een topman met een verzwegen relatie echt de grootste bedreiging voor een bedrijf?, vraagt Dina-Perla Portnaar zich af.

In de zomer van 2025 werd Laurent Freixe, de CEO van Nestlé, met onmiddellijke ingang ontslagen. Niet omdat hij fraude pleegde. Geen me-too-schandaal of boekhoudtrucs. Zijn misstap was dat hij een relatie had met een ondergeschikte, maar dat hij dat niet aan HR had doorgegeven. Voor de raad van bestuur was dat voldoende reden om hem zonder vergoeding de laan uit te sturen. 

Het gevolg was dat beleggers schrokken en de koers daalde. Opnieuw werd een miljardenbedrijf opgeschud door een crisis die minder te maken lijkt te hebben met misdaad of wanbeleid dan met symboolpolitiek rond ‘integriteit’.

Inflatie van integriteit 

Wat in veel bedrijven integriteit heet, is tegenwoordig vaak een kwestie van compliance. De nadruk ligt niet op innerlijke houding of moreel besef, maar op het correct afvinken van regels en protocollen. Een relatie die niet wordt gemeld, telt dan zwaarder dan decennia van loyaal en succesvol leiderschap.

De ironie is dat een topman die rapportages over kinderarbeid in de keten negeert of emissiecijfers manipuleert soms meer speelruimte krijgt dan iemand die een persoonlijke relatie verzwijgt. Want die eerste weet hoe de formulieren moeten worden ingevuld, terwijl de laatste een formele regel schendt. Dat leidt tot een inflatie van integriteit. Wat bedoeld was om vertrouwen te wekken, wekt cynisme op.

De guillotine en disproportionele straffen 

Het ontslag van Freixe staat niet op zichzelf. De Amerikaanse fastfoodgigant McDonald’s zette in 2019 CEO Steve Easterbrook op straat vanwege een consensuele relatie met een collega. Intel-CEO Brian Krzanich moest in 2018 vertrekken om dezelfde reden. Nobelprijswinnaar Tim Hunt verloor academische functies na een ongelukkige grap.

“Waarden zoals eerlijkheid of integriteit worden vaak economisch geïnstrumentaliseerd. Het gaat niet primair om moraal, maar om beurswaarde en reputatie.” 

In al deze gevallen koos de organisatie voor de guillotine. Niet omdat er slachtoffers waren, maar omdat regels heilig werden verklaard. Het gevolg: disproportionele straffen die vooral laten zien hoe streng en consequent men wil zijn. Het is moreel theater en vaak contraproductief.

Filosofische blik op moreel theater 

De Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt leert ons met zijn ‘Moral Foundations Theory’ dat morele oordelen voortkomen uit verschillende intuïtieve fundamenten. Namelijk zorg, rechtvaardigheid, loyaliteit, autoriteit en heiligheid. In het geval van Freixe overheerste er maar één, namelijk autoriteit. Regels zijn heilig, dus overtreding moet onverbiddelijk worden afgestraft.

Maar de andere fundamenten – loyaliteit na veertig jaar dienst, zorg voor proportie en rechtvaardigheid en ruimte voor herstel – verdwenen uit beeld. Het evenwicht raakte zoek met een moreel theater als gevolg.

De Duitse socioloog Norbert Elias beschreef ooit hoe samenlevingen steeds verfijnder worden in hun gedragsregels. Waar ooit grove overtredingen centraal stonden, zijn we inmiddels zo ver dat zelfs de manier waarop een topman liefheeft, onderworpen is aan regels en meldplichten. Elias zou dat een schaduwzijde van het beschavingsproces noemen. Oftewel, verfijning slaat om in verstikking.

De façade van moraal

Daarachter schuilt nog een andere logica. Zoals de Franse denker André Gorz analyseerde: waarden zoals eerlijkheid of integriteit worden door bedrijven vaak economisch geïnstrumentaliseerd. Het gaat niet primair om moraal, maar om beurswaarde en reputatie.

Het ontslag van Freixe is daar een voorbeeld van. Het signaal dat Nestlé wil afgeven, is niet: we nemen integriteit serieus. Het signaal is: we beschermen onze merkpositie. Moraal wordt een façade om marktaandeel te behouden.

“Door regels te fetisjeren, riskeren bedrijven een morele inflatie waarin iedereen cynisch wordt, behalve de echte schurken die de systemen weten te bespelen.” 

Dat contrasteert pijnlijk met grote schandalen. Denk aan Volkswagen dat jarenlang emissiecijfers vervalste. Wells Fargo dat miljoenen neprekeningen opende. Of Boeing dat kosten boven veiligheid stelde met fatale gevolgen. In die gevallen bleven bestuurders vaak zitten of vertrokken pas na jaren. Het echte kwaad wordt gemanaged. Het kleine kwaad genadeloos afgestraft.

Barbarij in nette pakken 

De Franse filosoof Michel Henry ging nog een stap verder. Hij sprak van barbarij wanneer systemen het innerlijke leven geweld aandoen. Een intieme relatie reduceren tot een objectieve meldplicht en een reden voor ontslag: dat is volgens Henry precies zo’n barbarij. In nette pakken dan wel. Niet het ontbreken van regels is gevaarlijk, maar van ruimte voor innerlijkheid, affect en menselijke maat.

Integriteit wordt zo niet meer een tweede natuur – zoals de negentiende-eeuwse filosoof Félix Ravaisson het omschreef – maar een extern regime van controle. Vertrouwen in gewoonten en karakter wordt vervangen door wantrouwen en formulieren.

Bedrijven schieten zichzelf hiermee in de voet. Door disproportioneel te straffen, creëren ze onzekerheid en angst. Topmensen leren dat loyaliteit en prestaties niets waard zijn als een formele regel wordt overtreden. Tegelijkertijd worden de echte roofdieren – de manipulatoren, fraudeurs en me-too-plegers – beter in het omzeilen van regels en in het optrekken van façades.

Wie integriteit tot symboolpolitiek maakt, ondermijnt uiteindelijk het vertrouwen in diezelfde integriteit. Dus wat Nestlé wél had kunnen doen?

Proportionaliteit: schorsing, herstelproces en toezicht in plaats van direct ontslag.

Impact centraal: weeg schade en context mee, niet alleen de overtreden regel.

Herstelmomenten: geef ruimte voor correctie en leerproces.

Zo’n aanpak had integriteit geloofwaardiger gemaakt en werknemers laten zien dat het om vertrouwen en proportionaliteit gaat, niet om angst en symboolpolitiek.

Integriteit is geen checklist. Het is een houding, gewoonte en tweede natuur. Er kan bovendien over dilemma’s gesproken worden om samen afwegingen te onderzoeken. Door regels te fetisjeren, verliezen bedrijven de kern uit het oog. Ze riskeren een morele inflatie waarin iedereen cynisch wordt, behalve de echte schurken die de systemen weten te bespelen.

Want anders eindigt zo’n aanpak in een glimmend decor van regels dat het morele weefsel ondermijnt. Als integriteit geloofwaardig wil blijven, moeten bedrijven terug naar proportie, nuance en menselijke maat.

Over de auteur: Vanuit haar bureau Dina-Perla Consulting adviseert Dina-Perla Portnaar organisaties over de vele facetten van integriteit.