Grootste pensioenfondsen 18% meer kwijt aan uitvoeringskosten
De grootste pensioenfondsen van ons land waren vorig jaar wederom fors meer geld kwijt aan de uitvoering van de pensioenen. Samen gaven de tien grootste fondsen €751 miljoen uit.
Nederland telt tientallen grote pensioenfondsen. Zij besteden de uitvoering van het beheer vaak uit aan pensioenuitvoerders: gespecialiseerde partijen die het pensioen beheren, administreren en uitbetalen aan (oud-)werknemers.
In 2024 liepen de totale uitvoeringskosten van de tien grootste fondsen (die samen 69% van het totale Nederlandse pensioenvermogen beheren) op tot €751 miljoen. Dat is een stijging van 18% ten opzichte van 2023, blijkt uit onderzoek van pensioenadviesbureau Bell.
Onder meer ABP, Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), Pensioenfonds Metaal & Techniek (PMT), BPF Bouw en Pensioenfonds Vervoer zijn onderdeel van de top tien.
Volgens de onderzoekers wordt de kostenstijging vooral veroorzaakt door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. “Enkele jaren geleden werd vaak gezegd dat deze kosten eenmalig waren, maar het duurt nu toch alweer enkele jaren”, zegt Johan van Soest, actuaris bij Bell.
Onder de nieuwe Wet toekomst pensioenen hebben pensioenfondsen tot uiterlijk 1 januari 2028 de tijd om al hun deelnemers over te zetten op het nieuwe stelsel. Volgens schattingen gaat meer dan de helft van alle deelnemers per 1 januari 2026 over.
Van Soest verwacht dat de uitvoeringskosten ergens in het komende jaar zullen stabiliseren. “Het kan niet anders dan dat de kosten stabiliseren, en normaal gesproken zouden ze ook weer iets moeten dalen. Een pensioenfonds heeft nu vaak nog te maken met meerdere regelingen. Dat verdwijnt straks hopelijk, en dat zou het allemaal een stuk minder complex – en dus minder kostbaar – moeten maken.”
Transparantie?
Het onderzoek van Bell laat zien dat de kosten van pensioenbeheer lang niet altijd transparant worden weergegeven in de jaarverslagen. Bij zes van de tien grootste fondsen was dit het afgelopen jaar niet (eenvoudig) te herleiden.
Na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel wordt dit voor deelnemers waarschijnlijk eenvoudiger inzichtelijk. Van Soest: “Momenteel worden die kosten van het totale beleggingsvermogen afgehaald. Er is geen directe koppeling met de verwachte pensioenuitkeringen. Straks heeft iedereen een persoonlijk pensioenvermogen. Ik verwacht dat mensen de betaalde kosten dan gewoon als percentage van hun saldo kunnen inzien.”
Overigens vormen de pensioenbeheerkosten slechts een klein deel van de totale kosten die in rekening worden gebracht. Fondsen zijn een aanzienlijk groter deel van hun geld kwijt aan vermogensbeheerkosten. Die stegen in 2024 licht, van 0,40% naar 0,41% van het totale belegde vermogen.


