De lessen van twee jaar strijden tegen kansenongelijkheid en verzuim in het onderwijs

20 juli 2023 Consultancy.nl 6 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

Vanuit Project Buitenkans zetten tal van scholen in verschillende Zuid-Hollandse gemeenten zich in om kansenongelijkheid, verzuim en het thuiszitten van leerlingen te verminderen. Monique Kuik, Managing Consultant bij BMC, is als projectleider betrokken bij het project. Ze deelt de vijf belangrijkste lessen die ze leerde.

Tijdens de Covid-19-pandemie moesten basisscholen en middelbare scholen velen maanden verplicht hun deuren sluiten. Hierdoor volgden miljoenen leerlingen in ons land thuisonderwijs via het internet. Maar dat was niet zonder gevolgen: veel scholieren liepen vertragingen op.

Project Buitenkans werd twee jaar geleden in het leven geroepen om deze achterstanden terug te dringen. Daarbij gaat het echter om veel méér dan alleen in te halen lesstof. Door corona zaten en zitten jongeren vaker niet lekker in hun vel en staan sociale structuren onder druk.

De lessen van twee jaar strijden tegen kansenongelijkheid en verzuim in het onderwijs

“Veel scholen in het voortgezet onderwijs gaven aan dat de verzuimcijfers waren gestegen en dat leerlingen zich gemakkelijker ziek meldden en ouders daarin meegingen”, vertelt Monique Kuik. “In het primair onderwijs zagen ze meer leerlingen met gedragsproblemen.”

Met tijdelijk geld uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) biedt Project Buitenkans onderwijs-, en jeugdhulpprofessionals op meerdere basisscholen en dertien voortgezetonderwijslocaties in Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk ondersteuning bij het realiseren van structurele verbeteringen op scholen.

Leeropbrengsten aanbieden

Het programma is ontwikkeld door organisatieontwikkelingsbureau Yolk. BMC ondersteunde via de inzet van projectleiders. Kuik werd kort na de start van het project als projectleider verantwoordelijk voor twee dossiers: Ouders optimaal betrokken bij school (primair onderwijs) en De staat van welbevinden (voortgezet onderwijs).

Na bijna twee jaar is Kuik nu druk bezig met het afronden en overdragen van haar werkzaamheden. Het project loopt nog een jaar door, maar de taken worden overgenomen door uitvoerende projectleiders.

Nu ze afscheid neemt van het project, vindt Kuik het belangrijk om de belangrijkste lessen van de afgelopen twee jaar te delen. “We hebben een unieke aanpak ontwikkeld, waarin we als BMC samen met Yolk en in opdracht van de gemeenten Den Haag en omstreken een mooie rol hebben gehad. We kunnen trots de leeropbrengsten aanbieden op andere plekken.”

Les 1: Geen aanwezigheid zonder welbevinden

In het project viel op dat middelbare scholen al snel kozen voor een onderwerp als verzuim. “Dat is lekker concreet”, legt Kuik uit. “Het zijn cijfers en je hebt er als school ook belang bij dat die cijfers laag zijn.”

“We sluiten nog te weinig aan bij de belevingswereld van jongeren.”

Het thema welbevinden – hoe lekker zitten jongeren in hun vel? – bleek echter ook zeer actueel voor de jongeren. Bovendien gaan een gebrek aan welbevinden en verzuim hand in hand.

“Je ziet dat verzuim en welbevinden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn”, aldus Kuik. “Je kunt niet aan de aanwezigheid van leerlingen werken als je geen oog hebt voor hoe het met ze gaat. Welbevinden lijkt abstracter, maar is de basis om naar school te komen en je te ontwikkelen in de breedste zin van het woord.”

Les 2: Praat mét jongeren, niet over ze

Het betrekken van de kinderen en jongeren is natuurlijk essentieel. De eerste stap daarin is door niet zozeer over ze te praten, maar mét ze. “Dit doen we nog te weinig”, stelt Kuik. “Of we sluiten nog te weinig aan bij de belevingswereld van jongeren, terwijl zij heel goed kunnen aangeven wat wel en wat niet werkt.”

Vanuit scholen werd ook veel de vraag gesteld hoe ze jongeren meer kunnen betrekken. “We hebben daarvoor dialoogsessies ontwikkeld. Wij kozen een gemixte groep leerlingen, uit verschillende leerjaren en niet vanzelfsprekend de jongeren die zich altijd wel melden als er iets wordt gevraagd. Zij kwamen bij elkaar en gingen aan de slag met een aantal hele concrete werkvormen.”

De lessen van twee jaar strijden tegen kansenongelijkheid en verzuim in het onderwijs

“In een huiskamersetting gingen we dieper in op vragen zoals: ‘Hoe voel je je en wat kan de school doen zodat je je fijner voelt?’ Scholen werden zo geholpen met het achterhalen en het vertalen van de onderliggende behoeftes. Leerlingen vertelden door het gebruikmaken van creatieve werkvormen veel meer dan scholen gewend waren en droegen goede en verrassende oplossingsrichtingen aan.”

Les 3: Durf zelf ook te delen

In aansluiting hierop merkt Huik op dat een openhartig gesprek vraagt om tweerichtingsverkeer. Ze roept dan ook op om een echte dialoog aan te gaan met jongeren en daarin zelf ook dingen te delen.

“Als je wilt dat een leerling iets persoonlijks met je deelt, moet je zelf ook iets persoonlijks durven delen”, legt ze uit. “Als professionals denken we te snel dat we alles weten. Maar de leerlingen hebben onderling, buiten school, ook contact met elkaar. Online bijvoorbeeld. Daar gebeurt van alles, dus niet altijd binnen de vier muren van de school.”

Les 4: Werk aan een collectief, preventief klimaat

Het aloude adagium ‘voorkomen is beter dan genezen’ gaat ook op in het tegengaan van kansenongelijkheid en verzuim. Het is daarom belangrijk om je niet alleen te focussen op de groep die nu al met problemen kampt, maar ook te werken aan een collectief, preventief klimaat.

“Dat betekent ook oog hebben voor leerlingen die nog geen zorgleerlingen zijn en voor gezinnen waarmee het ogenschijnlijk goed gaat. Als je ook die goed in het oog hebt, kun je problemen of vraagstukken voorkomen in de toekomst.”

Les 5: Werk integraal samen

Voor een duurzaam resultaat is het tot slot essentieel om breed samen te werken. Kuik: “Met een integrale samenwerking van onderwijs, jeugdzorg, instellingen in de wijk en ouders bereik je meer dan als school alleen.”

“Je kunt als school niet zeggen: ouders zijn niet betrokken, want ze komen niet op een ouderavond.”

Het belang van die laatste groep – de ouders – is nauwelijks te overschatten, zo geeft ze aan. “In het primair onderwijs leerden we dat het heel erg zit in de interactie tussen de leerkracht en de ouder. En dat iedere ouder anders is en vaak ook iets anders vraagt. Dat is de sleutel tot succes.”

“Je kunt als school niet zeggen: ouders zijn niet betrokken, want ze komen niet op een ouderavond. Het zit ‘m in het contact van de leerkracht met de ouder en hoe je als school je hand uitsteekt. In het accepteren dat de ene ouder wel wil meedenken over beleid en de andere iets anders leuk vindt. Ouders willen vaak best meehelpen, maar dan wel wanneer het ze uitkomt.”

Kopzorg

Om de vele opgedane inzichten en praktijkervaringen nog breder te delen, verschijnt vanuit het project binnenkort ‘Kopzorg’, een boekje over “kleine gesprekken, grote gevoelens en hoe belangrijk die zijn”. Kopzorg brengt anekdotes en voorbeelden van de projectleiders samen met onderbouwing van landelijke experts over hoe je vanuit het onderwijs relatief gemakkelijk grote impact kan maken om zwaardere zorg in veel situaties kan voorkomen.

Project Buitenkans is een samenwerking tussen de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk, Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden en Stichting Regionaal Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Voortgezet Onderwijs Zuid-Holland West.