Sociaal domein drukt steeds zwaarder op gemeentebegroting

06 mei 2020 Consultancy.nl
Profiel
Meer nieuws over

De uitvoering van taken in het sociaal domein wordt steeds duurder. In sommige gemeenten lopen de kosten zo hoog op dat ze bijna de helft van de begroting voor 2020 bedragen. En dat gaat ten koste van andere diensten, of van de portemonnee van inwoners. Wie meer uitgeeft moet immers ook meer binnenhalen. 

Gemeenten hebben sinds 2015 hun handen vol aan het sociaal domein. Sinds die tijd zijn ze verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Taken die hieruit voortvloeien zijn onder meer het verzorgen van een passend zorgaanbod, inkomensondersteuning en arbeidsinschakeling. 

Uit data van accountants- en advieskantoor BDO komt naar voren dat de totale uitgaven van Nederlandse gemeenten in het sociaal domein blijven stijgen. In 2018 stegen de uitgaven met 3% naar ruim €24,9 miljard. Per inwoner geven gemeenten gemiddeld circa €1.450 (2017: €1.400) per jaar uit aan het sociaal domein. Gemiddeld wordt €664 besteed aan de Participatiewet (onderdeel van de inkomensregelingen), €343 aan de Wmo en €270 aan de Jeugdwet. De resterende €172 wordt uitgegeven aan onder meer burgerparticipatie en wijkteams.

Voorlopige cijfers van 2019 laten zien dat deze trend zich heeft doorgezet. En uit een analyse van de gemeentelijke begrotingen voor 2020 blijkt dat gemeenten een tekort voorzien van circa €1 miljard, waarbij het sociaal domein de grootste kostenpost van gemeenten blijft, met bijstandsuitkeringen als het grootste segment.

Lasten sociaal domein als percentage van totaal per gemeente

De druk neem toe

Volgens de analyse van BDO zijn er verschillende factoren die zorgen dat de kostendruk ook de komende jaren zal blijven oplopen.

Inburgering
Gemeenten krijgen er vanaf 2021 nog een taak bij: inburgering. Een voorbeeld van een nieuwe taak die gemeenten gaan uitvoeren als de Wet inburgering van kracht is, is het opstellen van een Persoonsplan Inburgering en Participatie (PIP) voor alle inburgeraars.

Wmo
Dit jaar is de werklast van gemeenten toegenomen, mede als gevolg van de invoering van het abonnementstarief in de Wmo dat sinds 1 januari 2020 van kracht is. Dit betreft een vast tarief voor de eigen bijdragen van burgers aan Wmo-voorzieningen. Voorheen was dit een inkomensafhankelijk tarief. Naar verwachting zorgt een vast tarief ervoor dat meer burgers gebruik gaan maken van de Wmo-voorzieningen. 

Participatiewet
Tegelijkertijd nemen hoogstwaarschijnlijk ook de uitgaven voor het uitvoeren van de Participatiewet toe. Voor 2020 krijgen gemeenten gezamenlijk iets meer dan €6 miljard voor de uitkeringen en ondersteuning van hun bijstandsgerechtigden. Dit is nagenoeg hetzelfde bedrag als voor 2019. Uit de Divosa Benchmark Werk & Inkomen blijkt echter dat een derde van de gemeenten zijn bijstandsbestand sinds begin 2019 juist ziet stijgen. 

Daarnaast is de verwachting dat werkgevers voorzichtiger worden met het aannemen van nieuwe werknemers als gevolg van de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Deze wet moet de kloof tussen flexwerk en vast werk verkleinen, maar maakt het voor werkgevers ook risicovoller om nieuwe werknemers in dienst te nemen. Hierdoor is het waarschijnlijk dat het aantal burgers dat een beroep doet op de bijstand stijgt.

Jeugdhulp
Tot slot blijft het aantal jongeren in de jeugdhulp stijgen: het eerste halfjaar van 2019 laat opnieuw een toename zien, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Ook zijn er financiële problemen bij zorgaanbieders. Deze ontwikkelingen en de tekorten binnen dit domein vragen de komende tijd de volle aandacht van gemeenten.