Naleven van wet- en regelgeving kost Nederlandse economie jaarlijks €16,8 miljard
De directe kosten voor het naleven van de wet- en regelgeving zijn in 2024 opgelopen tot €16,8 miljard. Dit heeft een negatieve impact op het Nederlandse verdienvermogen, blijkt uit onderzoek van PwC.
Volgens Barbara Baarsma, hoofdeconoom van het accountants- en adviesbureau, remt de toegenomen regeldruk de economische groei. “‘Juist nu de arbeidsproductiviteit in Nederland al jaren nauwelijks toeneemt, worden steeds meer arbeidsuren besteed aan naleving, rapportages, vergunningen en controles.”
Het onderzoek verschijnt op een moment dat zowel Brussel als Den Haag inzet op minder regeldruk. De studie laat zien wat er allemaal op het spel staat: wet- en regelgeving levert belangrijke maatschappelijke voordelen op, maar een stapeling van regels kan tegelijkertijd ook zorgen voor minder investeringen en innovatie.

Uit de analyse van PwC blijkt dat ruim €9 miljard (54,3%) van de nalevingskosten voor rekening komt van de private sector en zo’n €7,7 miljard (45,7%) voor rekening van de publieke sector. Bij elkaar opgeteld gaat het omgerekend om zo’n 1,5% van ons bbp.
“Voor bedrijven gaan de uitgaven ten koste van middelen die anders productief benut hadden kunnen worden”, schrijven de onderzoekers. “In de publieke sector worden de kosten uiteindelijk indirect gedragen door de Nederlandse belastingbetalers.”
Kostenstijging terug te zien op arbeidsmarkt
De totale nalevingskosten – gecorrigeerd voor inflatie – zijn tussen 2013 en 2024 met 28% gestegen. De kosten voor de private sector stegen gemiddeld genomen met 25,6%.

Deze kostenontwikkeling is terug te zien op de arbeidsmarkt. Volgens een schatting van PwC bestaat inmiddels bijna 8% van alle werkgelegenheid uit functies waarin meer dan 10% van de werktijd wordt besteed aan regelgeving en compliance.
Vooral juristen, accountants en ambtenaren besteden een groot deel van hun werktijd aan nalevingsactiviteiten. “Dat aandeel ligt inmiddels hoger dan het aandeel banen dat gerelateerd is aan onderzoek en ontwikkeling”, geeft Baarsma aan.
Sectorale verschillen
Tussen de onderzochte deelsectoren bestaan grote verschillen. Het openbaar bestuur voert met een kostenpost van €4,7 miljard de lijst aan, gevolgd door de zakelijke dienstverlening (€2,9 miljard). De gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening (€2 miljard) staat op plek drie.

Voor de zakelijke dienstverlening geldt dat deze ook veel compliancewerk doet voor bedrijven in andere sectoren. Een deel van de nalevingskosten van deze branche betreft dus niet de eigen regeldruk, maar die van zijn betalende klanten.
“In de financiële sector zijn de nalevingskosten sneller gegroeid dan de arbeidsproductiviteit”, aldus de onderzoekers. “Hetzelfde geldt voor de energiesector en de industrie. Dat tast direct hun concurrentievermogen aan.”
Werkwijze
Voor zijn studie maakte PwC gebruik van meerdere grote taalmodellen. Daarmee zijn de taakbeschrijvingen van 923 beroepen geanalyseerd om vast te stellen welke taken samenhangen met de naleving van wet- en regelgeving en welke niet.
Door deze inzichten te combineren met gegevens over werkgelegenheid en lonen, berekenden de onderzoekers hoeveel arbeidsuren en loonkosten in Nederland gemoeid zijn met nalevingsactiviteiten.

