De bestuurder als dirigent van het digitale veranderorkest
Als digitale transformatie een orkest is, zijn medewerkers de musici en is de bestuurder de dirigent. Die vergelijking staat centraal in een gesprek tussen podcasthost (en Mixit-oprichter) Arjan Nataraj en jeugdzorgbestuurder Marie-Louise Vossen. In de nieuwste aflevering van De 30% Club analyseren zij de sleutelrol die leiderschap speelt bij het slagen van verandering.
Vossen is bestuurder bij jeugdzorgorganisatie Almata en werkte eerder als bestuurder in de GGZ en het ziekenhuiswezen. In de podcast vertelt ze hoe verandering in de zorg zelden uit één richting komt, en wat dat vraagt van bestuurlijk leiderschap.
“Ik ben de dirigent van een orkest, maar de solospelers zijn hartstikke belangrijk. En alle groeperingen hebben hun eigen rol”, zegt Vossen. Anders gezegd: zorgprofessionals, verpleegkundigen en financials spelen allemaal mee, en de bestuurder moet dat geheel laten klinken.
Sturen op waarde
Verandering komt volgens Vossen doorgaans uit meerdere richtingen tegelijk: financiële druk, een krappe arbeidsmarkt en de wens om cliënten beter te helpen.
“Bij een meniscusoperatie is herstel goed te meten, maar in de GGZ of jeugdzorg ligt dat anders”, legt ze uit. “In deze sectoren is verbetering niet te reduceren tot één knop waaraan je draait. Toch wil je als bestuurder weten of je de goede kant op beweegt.”
Zonder geloof komt niemand in beweging
Naast strategie en cijfers komt Vossen steeds terug op een ander woord: geloof, de overtuiging dat iets beter kan. Dat geloof ontstaat volgens haar niet achter een bureau, maar in gesprekken met cliënten en professionals die op microniveau precies weten waar het schuurt.
Ze noemt het voorbeeld van een cliënt met paniekaanvallen, die eens in de twee weken bij zijn behandelaar kwam. “Op dat geplande moment ging het goed, maar kreeg hij later in de bus een aanval, dan stond hij er alleen voor.”
“We zeggen dat we de cliënt centraal stellen, maar in de praktijk staat ons eigen aanbod centraal”, concludeert ze.
Betrouwbaar bestuur als veranderkapitaal
Een overtuigend verhaal alleen is niet genoeg, benadrukt Vossen: mensen kijken vooral naar hoe betrouwbaar een bestuurder is. “Het kan niet zo zijn dat ik vandaag zeg: ‘we gaan naar rechts’, en morgen zeg: ‘we gaan naar links’. Dat kun je één keer doen, maar de tweede keer haken mensen af.”
Vossen verwijst in het gesprek naar het bekende filmpje ‘The First Follower’: verandering begint niet bij wie als eerste in beweging komt, maar bij de eerste mensen die durven mee te doen.
In haar eigen praktijk zocht ze naar bondgenoten, die ze liet uitgroeien tot ambassadeurs met ruimte om te experimenteren – “wel altijd in overleg met de zorgverzekeraar en binnen professionele kaders”, benadrukt ze.
Geloof en cijfers, niet tegenover elkaar
Arjan Nataraj wijst erop dat zo’n 70% van de digitale verandertrajecten mislukt – een belangrijke reden waarom meetbaarheid onmisbaar blijft.
Tegelijk is volgens Vossen de valkuil dat organisaties daarbij enkel naar meetbare prestatie-indicatoren kijken: “Een professional gaat niet naar huis omdat een KPI is gehaald, maar omdat een cliënt zei: ‘Je hebt naar me geluisterd, je hebt me serieus genomen en je was er voor mij.’”
Nataraj trekt in zijn nabeschouwing bij de aflevering de lijn door: “Geloof brengt mensen in beweging. Cijfers helpen om koers te houden.”
De bestuurder als dirigent heeft volgens hem beide nodig: “Een partituur én gevoel voor muziek.”


