René Brouwers over de beste werkgevers van Nederland
Begin juni reikte Great Place to Work voor de negende keer awards uit aan de beste werkgevers van Nederland. René Brouwers, CEO van het onderzoek- en adviesbureau, blikt terug op wat hem dit jaar is opgevallen bij ’s lands beste werkgevers.
Al jaren brengt het Great Place to Work Institute in kaart welke organisaties uitblinken in goed werkgeverschap. Kenmerkend voor de aanpak van het onderzoeksbureau is dat de verkiezing wordt bepaald door degenen die er het meest toe doen: de medewerkers zelf.
In totaal zijn dit jaar vijftig organisaties verkozen tot Best Workplace, waarvan er elf actief zijn in de consultancysector. Deze groep koplopers onderscheidt zich volgens Great Place to Work op tal van facetten, waaronder hoog vertrouwen tussen medewerkers en leidinggevenden, consistente, eerlijke en transparante communicatie, en een sterke cultuur van waardering en betrokkenheid.
Hi René, proficiat met wederom een succesvolle editie. Wat valt je dit jaar op?
“Wat me elke keer opnieuw treft, is hoe groot het verschil is als vertrouwen echt voelbaar is binnen organisaties. Medewerkers bij Best Workplaces passen zich aantoonbaar beter aan in tijden van verandering: 89% tegenover 66% bij gemiddelde organisaties. Dat gat zegt veel: het gaat niet om mensen die van nature flexibeler zijn, het gaat om een omgeving die dat mogelijk maakt.”
“Hetzelfde zie je terug in trots, in het gevoel van betekenis hebben: 88% bij de Best Workplaces tegenover 59% gemiddeld. Dat zijn geen kleine marges meer, dat is een andere manier van werken.”
Wat maakt die organisaties anders? Wat is de gemeenschappelijke noemer?
“Het begint altijd bij de basis: psychologische veiligheid. Durven mensen hun mond open te doen? Doet hun leidinggevende wat zij of hij belooft? Als die basis er niet is, bouw je op drijfzand en dan helpen mooie purpose-campagnes, pingpongtafels en teamuitjes ook niet. Wat ik zie bij de winnaars, van Stryker met meer dan vijfhonderd medewerkers tot Summiteers met twintig medewerkers, is dat leiders consistent zijn.”
“Het hoeft echt allemaal niet perfect, maar wél consistent. Ze zeggen wat ze doen en doen wat ze zeggen. En als het misgaat, geven ze dat toe. Wij zien echt dat kwetsbaarheid geen zwakte is, maar een goede basis vormt voor vertrouwen.”
Waarom lukt het nog zo weinig organisaties om die basis structureel goed te hebben?
“Dat vraagt wel iets van leiders. Iets wat niet altijd makkelijk is: in de spiegel kijken. Want de reflex in tricky tijden is voorspelbaar. Als de wereld onzeker wordt, maken we onze eigen organisatie zo voorspelbaar mogelijk. Meer regels. Meer rapportages. De touwtjes strakker. Begrijpelijk, maar het werkt averechts. Zeker als zo’n periode langer duurt.”
“Want wat deze tijd vraagt is precies het tegenovergestelde: Mensen die snel kunnen schakelen. Die een stap extra durven zetten. Die hun leidinggevende iedere redelijke vraag kunnen stellen en daar een eerlijk antwoord op krijgen. Dat ontstaat niet in een organisatie die dichtklapt. Dat ontstaat in een organisatie die – juist onder druk – ruimte houdt.”
“De balans tussen vrijheid en kaders, tussen autonomie en richting, is voor elke leider lastig. Maar in tricky tijden wordt die balans een strategische keuze. Werkgevers die die spanning aangaan, die richting durven geven én ruimte durven laten, krijgen betrokkenheid en veerkracht terug. Keer op keer. Dat zie je in onze data. En tijdens de uitreiking zag je het op het podium.”
Wat zeg je tegen een bestuurder die dit leest en denkt: hoe begin ik?
“Kijk eerst in de spiegel. Is het echt veilig voor mensen in jouw organisatie om hun mening te geven? Durf jij als leider te zeggen: ik weet het niet, help mij? De beste leiders die ik tegenkom zijn niet degenen met alle antwoorden, maar degenen die durven te zeggen dat ze worstelen met een dilemma. Dat maakt je menselijk, en mensen vertrouwen mensen.”
“Daarna: maak er een ambitie van op bestuursniveau, niet alleen een HR-project. Want als het alleen op de HR-agenda staat, wordt het al snel een spiegel waar niet iedereen op zit te wachten.”
