Vrouwensportsector groeit komende jaren naar verwachting met een kwart
Sport executives verwachten dat de omzet van de Nederlandse vrouwensportsector de komende drie tot vijf jaar met 26% zal groeien. Dat blijkt uit onderzoek van PwC.
Daarmee zijn Nederlandse sport executives bovengemiddeld optimistisch over de commerciële potentie van de vrouwensportsector: hun prognose is hoger dan de wereldwijde (25%) en de Europese prognose (25%).
Het optimisme is volgens PwC onder meer een gevolg van sportieve prestaties binnen meerdere disciplines. Zo is het Nederlandse dameshockeyteam regerend wereldkampioen terwijl het op de Olympische Spelen van 2024 in Parijs een gouden medaille behaalde.

Verder is vrouwenvoetbal in ons land de afgelopen jaren behoorlijk populair geworden door de prestaties van de Oranje Leeuwinnen. In 2019 werden ze tweede op het WK, in 2017 sleepten ze de Europese titel binnen. Sindsdien behoren de Leeuwinnen tot de topfavorieten op eindtoernooien.
Het succes van deze en andere teams is volgens PwC niet enkel het gevolg van een paar uitzonderlijke topsporters, maar van een bredere cultuurverandering. Sinds een aantal jaar is er in ons land veel steun voor meisjes en vrouwen die een sport beoefen die traditioneel als mannensport werd gezien – denk naast voetbal ook aan volleybal en basketbal.
Investeringsprognoses
De voorspelde omzetgroei van onze vrouwensportsector hangt samen met investeringen. Uit de analyse van PwC blijkt dat 63% van de Nederlandse sport executives van plan is de komende drie tot vijf jaar extra geld in de sector te stoppen.

Daarmee zijn Nederlandse sport executives opnieuw optimistischer dan hun buitenlandse collega’s. Wereldwijd is 53% van de executives voornemens om de komende drie tot vijf jaar extra te investeren in vrouwensport, aldus de onderzoekers.
Dat Nederland hier vooroploopt, heeft volgens PwC een historische verklaring. Neem bijvoorbeeld de vrouwensportsector van de Verenigde Staten (VS) en die van het Verenigd Koninkrijk (VK). Die kennen reeds een sterke commerciële infrastructuur.
In ons land is de vrouwensportsector echter jarenlang ondergefinancierd. Om deze achterstand weg te werken, zijn de komende jaren meer investeringen nodig in onder andere marketing en in de zichtbaarheid op de televisie en het internet.

De stijgende wereldwijde verwachtingen ten aanzien van vrouwensport spelen in deze ook een rol. Als Nederlandse organisaties hun investeringen niet snel verhogen, lopen ze het risico hun concurrentiepositie op het gebied van sponsoring en talentontwikkeling te verliezen, stellen de onderzoekers.
Met het sterke internationale profiel van de Oranje Leeuwinnen, de dominantie in het hockey en de groeiende successen in het volleybal en wielrennen, heeft Nederland een solide basis. “Maar het omzetten van deze successen in commerciële groei zal de komende jaren afhangen van extra investeringen”, schrijft PwC.
Betrokkenheid
Nederlandse fans consumeren vrouwensport vooral via de traditionele kanalen; het kijken van grote livewedstrijden op de tv is het populairst (40%). Het bijwonen van events is ook redelijk in trek (20%). Datzelfde geldt voor het lezen van nieuwsartikelen over vrouwensport (16%).

Wereldwijd zijn de opkomende kanalen net wat populairder dan in ons land. Denk aan het kijken van wedstrijden via YouTube of streamingsdiensten. Het volgen van vrouwelijke sportteams en atleten op de sociale media is in het buitenland ook gebruikelijker dan bij ons.
Betaalbereidheid
Uit de analyse van PwC blijkt verder dat ongeveer de helft van de Nederlanders (49%) niet bereid is om te betalen voor vrouwensportcontent en/of -events. Wereldwijd gaat het hier om 44% van de consumenten.
Opmerkelijk is dat er in ons land meer vrouwen zijn die de beurs niet willen trekken dan mannen. Zo is 54% van de vrouwen niet bereid om te betalen voor vrouwensportevents en/of -content, terwijl datzelfde opgaat voor maar 45% van de mannen.
Voor zijn onderzoek ondervroeg PwC wereldwijd meer dan 500 sport executives en meer dan 7.200 consumenten uit 17 landen.
