‘Ministerie moet meer regie pakken in ICT-basisinfrastructuur voor het funderend onderwijs’

‘Ministerie moet meer regie pakken in ICT-basisinfrastructuur voor het funderend onderwijs’

20 maart 2025 Consultancy.nl
‘Ministerie moet meer regie pakken in ICT-basisinfrastructuur voor het funderend onderwijs’

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) moet meer de regie pakken binnen het complexe stelsel van de ICT-basisinfrastructuur voor het funderend onderwijs. Dat adviseren Highberg en Berenschot op basis van gezamenlijk onderzoek.

De voortdenderende technologische innovatie van de afgelopen decennia heeft het onderwijs ingrijpend veranderd. Diverse initiatieven om digitalisering in het onderwijs vorm te geven en verantwoord te laten landen hebben geleid tot het ontstaan van een ICT-basisinfrastructuur voor het funderend onderwijs, waar het primair, voortgezet en speciaal onderwijs onder vallen.

Ook de komende jaren zal digitalisering het funderend onderwijs ongetwijfeld blijven transformeren. Met het oog op een toekomstbestendige ICT-basisinfrastructuur vroeg het ministerie van OCW Verdonck, Klooster & Associates (inmiddels Highberg) en Berenschot om de huidige ICT-basisinfrastructuur te beschrijven, een visie te ontwikkelen op een toekomstbestendige ICT-basisinfrastructuur en te adviseren over de vormgeving daarvan.

Complex landschap zonder vooropgezet plan

De ICT-basisinfrastructuur voor het funderend onderwijs bestaat vandaag de dag uit een groot aantal publieke organisaties, belangenverenigingen, individuele leveranciers en uiteraard scholen. Deze partijen hebben “verschillende belangen en verschillende rollen”.

Door investeringen vanuit zowel de publieke als private sector is deze infrastructuur “historisch zo gegroeid”, aldus de onderzoekers. “Er zit geen vooropgezet plan achter waarom het zo is. Wanneer het speelveld uit balans was, zijn er op een organische manier nieuwe actoren, nieuwe overleggremia of nieuwe rollen ontstaan, vaak rondom specifieke thema’s.”

Er is geen gemeenschappelijke stip aan de horizon waaraan gezamenlijk gewerkt wordt.”

Ook bevat de infrastructuur vele wetten, afspraken en regelgeving, evenals vastgestelde standaarden en een groot aantal (digitale) voorzieningen die het onderwijs en de bedrijfsvoering mogelijk en efficiënter moeten maken. Ook vinden grote veranderingen plaats, zoals de uitvoering van het groeifondsvoorstel Edu-V en het programma Digitaal Veilig Onderwijs.

Geen gedeelde visie

Binnen dit “complexe landschap” en al deze veranderingen ontbreekt het aan een eenduidige en gedeelde visie op de ICT-basisinfrastructuur, aldus Highberg en Berenschot. Ook blijkt de afstemming tussen de behoeften van het onderwijs en het daadwerkelijke leveren van ICT-producten en diensten niet altijd optimaal.

“Er is geen gemeenschappelijke stip aan de horizon waaraan gezamenlijk gewerkt wordt of waaraan nieuwe ontwikkelingen getoetst worden”, concluderen de onderzoekers. “Tegelijkertijd signaleren we dat er een steeds bredere roep is om regie en een gemeenschappelijke visie. Het belang van veilige en betrouwbare ICT voor het onderwijs is te groot geworden om een afwachtende houding aan te nemen.”

Behoefte aan centrale sturing

In dit kader adviseren Highberg en Berenschot om de stelselverantwoordelijkheid voor de ICT-basisinfrastructuur voor het funderend onderwijs expliciet te beleggen bij het ministerie van OCW.

“De uitdagingen op het digitale vlak en de consequenties als het misgaat, zijn groot, omdat de onderwijssector betrekking heeft op (jonge) kinderen. Publieke partijen vragen om meer regie vanuit bijvoorbeeld het ministerie van OCW. Mede door de steeds belangrijkere rol van digitalisering op het primaire proces van het onderwijs wordt de roep om centrale regie groter.”

Big tech bedreigt digitale soevereiniteit

Andere belangrijke aanbevelingen zijn om binnen de ICT-infrastructuur meer duidelijkheid te scheppen over wie welke rol heeft, en deze rollen ook expliciet beleggen en onderdelen van de ICT-basisinfrastructuur wettelijk te verankeren. Daarbij zouden cruciale basisvoorzieningen onder publieke regie moeten worden geplaatst.

“Er zijn zorgen over de marktmacht en naleving van publieke waarden door deze organisaties.

Ook wordt geadviseerd om het stelsel in te richten op basis van publiek/private samenwerking. Tegelijk vormt de invloed van bepaalde private spelers – specifiek Amerikaanse techgiganten als Amazon, Apple, Google en Microsoft – steeds meer een punt van discussie: “Er zijn, in onze ogen terechte, zorgen over de marktmacht en naleving van publieke waarden door deze organisaties.”

Zo is veel onduidelijk over welke data zij over leerlingen verzamelen en wat ze ermee doen, en is het vrijwel onmogelijk om aan de dienstverlening van deze bedrijven te ontkomen. Daarmee raken gebruikers hun “digitale soevereiniteit kwijt”.

De discussie over deze zorgen vindt plaats, “maar door het ontbreken van een visie is er geen landingsplaats voor de uitkomsten”, aldus de onderzoekers.

Basis voor besprekingen

Het ministerie van OCW gebruikt de bevindingen van Highberg en Berenschot als basis voor de besprekingen en het verder vormgeven en toekomstbestendig maken van de ICT-basisinfrastructuur.

Mariëlle Paul, staatssecretaris van OCW, heeft het rapport ook gebruikt als bron voor de beleidsbrief over digitale leermiddelen, waarin uiteen wordt gezet hoe het ministerie zich de komende tijd inzet voor (digitale) leer- en hulpmiddelen.