Vijf vragen en antwoorden over AI in de zorg

30 november 2020 Consultancy.nl
Profiel
Meer nieuws over

Adviseurs van KPMG hebben in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het gebruik van kunstmatige intelligentie in de Nederlandse zorgsector in kaart gebracht. Vijf vragen en antwoorden over de belangrijkste bevindingen.

Volgens de onderzoekers telt ons land inmiddels meer dan 100 producen/diensten in de zorgsector die in meer of mindere mate gebruikmaken van kunstmatige intelligentie-technologie. 

1. Op welke gebieden wordt AI toegepast?

In het spectrum van zorgverlening worden AI-toepassingen het vaakst aan de ‘voorkant’ ingezet ten behoeve van (vroeg)diagnostiek en als ondersteuningsmiddel bij het stellen van een diagnose (35%). Op plek twee staat interventie. AI-toepassingen worden dus vaker aan het begin van een zorgproces ingezet dan dat deze onderdeel zijn van de behandeling van patiënten/cliënten.

Gebieden waarvoor AI-toepassingen worden ingezet en voorbeelden per gebied

Er is volgens het onderzoeksrapport van KPMG geen eenduidig beeld in het type toepassing binnen elk van de doelen. Zo worden toepassingen binnen diagnostiek ingezet in het (vroegtijdig) opsporen van oncologische aandoeningen, maar ook voor chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, Covid-19, en neurodegeneratieve aandoeningen zoals MS en dementia. 

2. Hoe wordt AI toegepast per zorgsegment?

Meer dan de helft van de toepassingen (60%) wordt in meer dan één zorgdomein toegepast. Met een zorgdomein wordt de indeling naar behandelniveaus zoals nulde-, eerste-, tweede- en derdelijnszorg verstaan. De AI-toepassingen worden het vaakst in de tweedelijnszorg ingezet (68%) – zorg waarvoor voor behandeling een verwijzing uit de eerste lijn noodzakelijk is.

Zorgsectoren waarin AI-toepassingen ingezet worden

Kijkend naar de zorgsegmenten, worden AI-toepassingen nog maar zeer beperkt ontwikkeld voor mondzorg, verloskundige zorg en kraamzorg en de gehandicaptenzorg. Bijna twee derde (64%) van de toepassingen valt binnen de categorie medisch specialistische zorg.

3. Wie in de zorg gebruikt AI?

Medisch specialisten (63%) worden het vaakst als eindgebruiker getypeerd. De patiënt/cliënt is in 39% van de AI-toepassingen één van de voornaamste eindgebruikers, en bij 28% van de gevallen gaat het om de verpleegkundige of verzorgende.

Percentage van AI-toepassingen dat wel/geen business case analyse heeft uitgevoerd per fase

4. Wie ontwikkelt de AI-applicaties?

AI-toepassingen worden het vaakst door startups (25%), scale-ups (25%) en zorginstellingen (15%) ontwikkeld. Tezamen met multinationals (16%) zoals Philips en IBM, zijn zij verantwoordelijk voor iets meer dan 80% van de ontwikkelde AI-toepassingen. Ook (academische) ziekenhuizen, zelfstandige klinieken en zelfs adviesbureaus zijn actief in de ontwikkeling van AI-oplossingen.

Ontwikkelende organisaties van AI-toepassingen

5. Welke AI-technologie wordt gebruikt in de zorg?

De AI-toepassingen in de gezondheidszorg maken het vaakst gebruik van patroonherkenning (29%), gevolgd door machine vision/beeldherkenning (24%) en natural language processing (16%). Augmented of virtual reality (3%) en robotica (5%) worden het minst vaak toegepast in AI-applicaties.

Technologische kenmerken

Veruit de meeste AI-toepassingen maken gebruik van supervised learning-technieken (76%), in veel mindere mate (33%) wordt gebruikgemaakt van unsupervised learning-technieken. Constraint satisfaction-technieken worden het minst vaak gebruikt (8%). 

In 10% van de AI-toepassingen is sprake van complete autonomie: de toepassing neemt geautomatiseerd beslissingen en acties zonder dat de gebruiker dit autoriseert. Controle op de acties vindt achteraf plaats. In een derde van de toepassingen (33%) is er geen sprake van autonomie: de toepassing presenteert informatie die kan worden gebruikt in een beslissingsproces, maar het stelt geen specifieke acties of beslissingen voor (descriptive output). Een voorbeeld hiervan is automatische annotatie in scans.

Gebruikte technieken in AI-toepassingen

In iets meer dan een kwart van de toepassingen is sprake van beperkte autonomie: de toepassing suggereert de beste beslissing gebaseerd op de inputdata (inferential output), maar stelt geen bijbehorende acties voor. Redelijke autonomie komt in 31% van de AI-toepassingen voor. Hierbij maakt de toepassing geautomatiseerd beslissingen en suggereert de beste vervolgacties. Gebruikers autoriseren de voorgestelde acties.