Waarom zorgverzekeraars wearables onder de loep moeten nemen

24 januari 2018 Consultancy.nl

Zorgverzekeraars claimen te streven naar een gezonder leven voor hun verzekerden. Het domein gezondheid, ook wel vitaliteit, wordt veelvuldig genoemd in de top-drie aandachtspunten van zorgverzekeraars. De vraag is ech­ter hoe verzekeraars daadwerkelijk een bijdrage kunnen leveren aan de vitaliteit van mensen. Een van de kansen waar healthcare-experts op wijzen ligt in wearables. Bas van Rooij, adviseur bij Turner, over de mogelijkheden die wearables bieden voor de branche en waar zorgverzekeraars op moeten letten tijdens de implementatie. 

Kijk eens naar het SamenGezond programma van Men­zis, of naar vergelijkbare initiatieven van Zilveren Kruis of De Friesland Zorgverzekeraar. De overeenkomst? Allemaal proberen zij de vitaliteit van hun verzekerden te verbeteren. Waarbij de verzekeraars aangeven dat het niet alleen gaat om de meest vitale groep, maar evengoed over chronisch zieken. Centraal staat het bevorderen van de fysieke én mentale gezondheid van mensen. Of, als dat nog een te grote stap is, hen te mobiliseren hiermee aan de slag te gaan. 

In Amerika zijn wearables al regelmatig gekoppeld aan de producten van verzekeraars. Zo wil de Amerikaanse verzekeraar Aetna al haar klanten van een Apple Watch voorzien. Met deze smartwatch (in feite weinig meer dan een polsband met sensoren) krijgt Aetna inzicht in de activiteiten van haar verzekerden. Denk hierbij aan het aantal stappen per dag, de hartslag en de mate van effectieve slaap. 

Het wellness bedrijf Vitality gaat zelfs al een stapje verder met wearables. Het bedrijf koppelt er namelijk een beloningsstructuur aan: ‘Gedraag jij je aantoonbaar gezond, dan kun je met korting shoppen bij Amazon’. Beide verzekeraars zagen de grootste waarde van wearables in het genereren van data.

Waarom zorgverzekeraars wearables onder de loep moeten nemen

Dé generator van waardevolle data

Wanneer zorgverzekeraars beschikken over real-time data van de klant, dan is bekend wat de specifieke behoeftes zijn én op welk moment. Veel activiteiten (inkoop, verkoop, distributie, marketing, loyaliteitsprogramma’s, risicobeheersing) kunnen daarmee veel klantspecifieker worden gemaakt. En daarmee de klantreis veel effectiever en efficiënter. Wearables zijn dé generator van deze data. Dichterbij dan met een smartwatch kunnen verzekeraars op dit moment vrijwel niet komen. Als data het nieuwe goud is, dan kunnen wearables gezien worden als de ‘mijnwerkers’ die dat goud naar boven halen. 

Er wordt momenteel veel onderzoek gedaan naar wear­ables. Verzekeraars zijn op zoek naar de correlatie tus­sen activity-trackers en een verbetering van de vitaliteit. Tot op heden blijken deze resultaten echter lastig te bepa­len. Gebruikers beginnen vol goede moed, maar meer dan de helft gooit na een paar maanden de tracker in de keukenla. Dit wordt ook wel het ‘sportschool-effect’ genoemd. Ook blijkt het erg lastig om een écht accurate meting van gezondheid te verkrijgen. Consumenten kunnen immers de hele dag gelopen hebben, maar als hun ontbijt, lunch en avondmaal uit een ‘frikandel speciaal’ bestaat, dan hebben ze zeker aan hun vitaliteit gewerkt.

Wearables, top of toch flop?

Niet alleen aan de gebruikerskant, maar ook aan de aanbodzijde zijn er wisselende signalen als het om wearables gaat. Het bedrijf achter het merk Jawbone heeft het faillissement aangekondigd. TomTom heeft aangegeven de productie van activity-trackers te staken. In 2017 werden er 50% minder smartwatches verkocht dan in 2016. De consument of eindgebruiker lijkt in steeds mindere mate behoefte te hebben aan een wearable.

Toch zijn vooral fintech-bedrijven uiterst positief. We lijken aan de vooravond van een ‘tipping point’. Een symbiose van verschillende technologische stromingen zal volgen. Juist het samenkomen van deze technologieën is er voor nodig om een wearable écht effectief te maken. Het lijkt dus enkel een kleine dip voordat de vraag naar wearables weer exponentieel zal toenemen. 

Science fiction wordt realiteit

Wearables meten nu nog vooral activiteit (fysieke mobiliteit), maar de mogelijkheden lijken exponentieel toe te nemen. Zo worden er sensoren ontwikkeld die biometrische data ophalen. Denk aan het meten van bloedwaarden, suikerniveaus, of zelfs het maken van een DNA foto. En sensoren kunnen binnenkort niet alleen op, maar ook in het lichaam gedragen worden. Voeg hieraan toe dat verschillende stromen bij elkaar gaan komen. Biometrische data worden gekoppeld aan demografische data (bevolkingskenmerken) en vervolgens ook aan gedragsdata (patronen van verplaatsing en gedragingen). Verzekeraars zullen intussen, mede dankzij artificial intelligence, steeds beter weten wat het (claim)gedrag van hun verzekerden is.

Quote Bas van Rooij

Door het samenkomen van deze verschillende bronnen ontstaat een steeds completer beeld van de verzekerden. En daarmee ook een correct beeld van de vitaliteit van de verzekerden. Het combineren van de bronnen is nodig om de uitkomsten te valideren. Simpel gezegd, zo wordt het broodje frikandel in dezelfde analyse meegenomen als de traptreden die genomen zijn. Dit complete beeld wordt een 360 graden inzicht genoemd.

Een nieuwe positie voor verzekeraars

Door dit complete beeld zijn verzekeraars in staat om op een totaal andere manier te opereren, én op een totaal andere manier waarde toe te voegen. Op het meest abstracte niveau: een (preventieve) bijdrage kan worden geleverd en daarmee kunnen zorg(kosten) voorkomen of aanzienlijk gereduceerd worden. De traditionele keten van voorzorg, diagnose, behandeling en nazorg wordt bijzaak. Verzekeraars zullen hierdoor ook een nieuwe positie moeten innemen in het domein gezondheid of vitaliteit. Verzekerden zullen dit op termijn ook vragen van een verzekeraar. Verzekeraar worden dan dé vertrouwenspartner voor de verzekerden als het gaat om zijn of haar gezondheid, met als gemeenschappelijk belang om die optimaal te houden.

Juridisch kader als beperkende factor

De wetgever heeft geprobeerd de privacywetgeving zoveel mogelijk technologie-neutraal te maken. Het gaat primair over het verzamelen, bewaren, bewerken, toepassen en delen van gegevens. Los van het proces of de technologie waarmee verzekeraars dat doen. Daarmee is wetgeving in de basis geen beperkende factor. 

De grote uitdaging heeft te maken met het begrip doelbinding: met welk doel zijn de gegevens afgestaan en met welk doel worden de gegevens gebruikt? Dat doel moet hetzelfde zijn, tenzij de consument expliciete toestemming heeft gegeven om hiervan af te wijken. Voorbeeld: verzekeraars behandelen schadeclaims. Het doel van het ophalen van data is daarbij fundamenteel anders dan het ophalen van data voor het stimuleren van vitaliteit. Als verzekeraars producten en/of diensten willen aanbieden waarbij geen sprake is van een claim en/of ziekte, dan is een ander juridisch kader van toepassing. 

Het vergaren van data voor vitaliteitsdoeleinden lijkt daarmee niet te passen binnen de huidige juridische entiteiten van verzekeraars. Verzekeraars zullen dus op zoek moeten gaan naar een nieuwe (juridische) entiteit, waarin zij niet tegen deze privacy gerelateerde barrières aanlopen. 

Verzekeraars zullen moeten bewijzen dat ze privacy hoog in het vaandel hebben staan

Hoeveel privacy willen klanten opgeven?

Waar verzekeraars vrij snel de waarde van een 360 graden klantbeeld zien, is het nog maar de vraag in hoeverre hun klanten mee willen met deze ontwikkeling. Uit klantonderzoek van verschillende verzekeraars blijkt dat verzekerden het lastig vinden om in te schatten in hoeverre de verzekeraar zorgvuldig zal omgaan met de gezondheidsdata die beschikbaar komt. En deze data daadwerkelijk zullen gebruiken in het voordeel van de verzekerden. Zij vrezen dat de data op termijn gebruikt wordt om alleen de meest gezonde mensen een polis aan te bieden. Dit dilemma opent als snel de discussie rondom solidariteit. Verzekeraars zullen moeten bewijzen dat zij de data op een zinnige manier gebruiken. 

Vinden van de juiste doelgroep, dan uitbreiden

Uit verschillende onderzoeken (o.a. Zorgthermometer Vektis) blijkt dat meer dan 90% van de mensen zijn of haar verzekeraar kiest op basis van prijs. En dan nog specifieker, de prijscombinatie van de basis- en aanvullende verzekering. Zijn er dan wel potentiële klanten die zich aansluiten bij een verzekeraar die het domein vitaliteit claimt en hier haar aanbod op aanpast? Uit onderzoek van onder meer Motivaction blijkt dat er een grote groep Nederlanders zeker behoefte zou hebben een verzekeraar die invulling geeft aan vitaliteit, maar dat de randvoorwaarden hier zeer belangrijk zijn. De verzekeraar die de stap naar vitaliteit daadwerkelijk maakt, zal deze randvoorwaarden samen met haar verzekerden scherp moeten bepalen.

Verzekeraars zullen dus specifiek op zoek moeten gaan naar doelgroepen die behoefte hebben aan deze real-time inzichten over vitaliteit. Eén van die doelgroepen is topsporters. Bij deze doelgroep is het belang van vitaliteit natuurlijk snel bepaald. Verzekeraars zullen vervolgens moeten toewerken naar aan aanbod dat een meetbaar effect heeft op de vitaliteit. Eerste voor een kleine (doel)groep. En deze, waar mogelijk, uitbreiden naar een steeds bredere doelgroep. Natuurlijk moeten verzekeraars bewijzen dat zij zorgvuldig om gaan met de data die zij genereren.

Nieuws