Raadslidmaatschap als deeltijdfunctie is geen optimale combinatie

18 december 2017 Consultancy.nl

Het gemeenteraadslidmaatschap als deeltijdfunctie heeft problematische kanten. Dat blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door KMPG Plexus voor het Sociaal Cultuur Planbureau. Raadsleden krijgen een minimale vergoeding, hebben daarom veelal te weinig tijd omdat ze een andere baan naast hun politieke functie bekleden, en kampen eveneens met een chronische kennisachterstand ten opzichte van het college van burgemeester en wethouders.

In het onderzoek van KPMG, dat luistert naar de naam ‘Bestuurlijke Rapportage’ (onderdeel van ‘Overall rapportage sociaal domein 2016’) wordt beroep gaan op de deskundigheid van de raadsgriffiers. Zij hebben een onafhankelijke en eindverantwoordelijke positie en staan de raad (en de door de raad ingestelde commissies) terzijde bij de uitoefening van hun taak. In meer dan de helft van de gemeentes stellen de raadsgriffiers dat raadsleden met veel pijn en moeite aan de benodigde zestien ‘normale’ werkuren komen. 

Mate waarin raadsleden volgens raadsgriffiers hun rollen en taken optimaal weten uit te voeren

Met name in de kleine gemeenten heeft minder dan 20% van de gemeenteraadsleden meestal de tijd om zijn rollen goed te kunnen uitvoeren. Gezien het feit dat raadsleden uit dergelijke gemeenten een bruto vergoeding van €400 (8.000 tot 14.000 inwoners) tot €620 (tot 24.000 inwoners) per maand krijgen, is het benoemde tijdgebrek niet zo opmerkelijk. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het modaal inkomen in Nederland ligt op €2.816 bruto per maand op basis van een 36-urige werkweek. Als een raadslid al zo’n 16 uur besteed aan gemeentelijke taken, dan volgt dat een raadslid van een kleine gemeente in de overige 20 uur per week maandelijks ruim €2.400 moet verdienen om tot een modaal inkomen te geraken. €2.400 per maand voor 0,6 FTE komt neer op een jaarloon van €48.000. Volgens het CBS gaat het dan om een salaris dat hoger is dan wat 75% van de Nederlanders verdient. Het is daarom niet verbazingwekkend dat veel raadsleden elders veel meer dan 20 uur per week dienen te maken omdat zij anders simpelweg niet op modale wijze rond kunnen komen. De extra werkuren optimaliseren het functioneren van raadsleden logischerwijs niet.

Alhoewel het raadslidmaatschap een deeltijdfunctie betreft, moeten leden toch dikwijls politieke discussies voeren met fulltime krachten, oftewel het college. Uit cijfers van de Rijksoverheid blijkt dat een burgemeester en een wethouder van een kleine gemeente een salaris ontvangen van respectievelijk €6.042 en €4.605 bruto per maand op basis van 1,0 FTE. Doordat zowel burgemeesters als wethouders een bovenmodale vergoeding krijgen, hebben zij de gehele week voldoende tijd zich te verdiepen in gemeentelijke aangelegenheden. Volgens raadsgriffiers zijn de uren achterstand van de deeltijdsraadsleden op de fulltime werkende burgemeester en wethouders in een aantal gevallen problematisch. 

Professionele adequaatheid van raadsleden volgens raadsgriffiers

Zo stellen de griffiers uit de kleine gemeenten dat minder dan de helft van de raadsleden meestal professioneel adequaat is. De complexiteit van het sociale domein, de geringe omvang van fracties en een gemis van educatie worden beschouwd als mogelijke oorzaken. In het KPMG-rapport verwijt een griffier de raadsleden daarom ook niks: “Raadsleden zijn gewone mensen. Geen beroepsbestuurders. Gelukkig! Ik zie het als onze taak [die van de griffier] hen optimaal te voorzien van informatie en middelen om hun taak te kunnen uitvoeren.”

Toch is de kennis- en vaardighedenachterstand van een aantal raadsleden niet enkel vervelend voor de raadsleden zelf. De burgemeester en de wethouders, die door de leden van de gemeenteraad worden gekozen, vormen de gemeentelijke uitvoerende macht. De gemeenteraadsleden functioneren (min of meer) als het democratische baken van de gemeente en oefenen dus controle uit op de uitvoerende macht (op het college van burgemeester en wethouders). Als de controlerende macht (gemeenteraadsleden) een substantiële kennis- en vaardighedenachterstand heeft op de uitvoerende macht, dan functioneert de gemeentelijke democratie niet optimaal. De cijfers uit het KPMG-rapport laten zien dat hieromtrent de kleinere gemeenten in het bijzonder extra aandacht verdienen. 

Nieuws

Meer nieuws over