Microfinanciering heeft een sociale ROI van viermaal de investering

12 december 2017 Consultancy.nl

Elke euro die geïnvesteerd wordt in microfinanciering keert in viervoud terug naar de gemeenschap. Dat blijkt uit een studie van KPMG in opdracht van Franse bank BNP Paribas.

Microfinanciering is een verzamelnaam voor financiële diensten waarmee beperkte (micro)kredieten* worden verstrekt aan armere bevolkingsgroepen. Waar het concept in eerste instantie veel ingezet werd om de arme bevolking in ontwikkelingslanden in Afrika en Latijns-Amerika te stimuleren om te gaan ondernemen en zo uit de armoede te komen, wordt microfinanciering tegenwoordig ook ingezet om armoede in Europese landen te bestrijden. Naast financiële ondersteuning maakt ook coaching van de startende ondernemers onderdeel uit van microfinancieringsdiensten. 

Het doel van microfinanciering is tweeledig. Aan de ene kant helpt microfinanciering om mensen uit de armoede te halen door hen te begeleiden bij het opzetten van een eigen onderneming en het verdienen van een eigen inkomen. Aan de andere kant wordt er met microfinanciering voor gezorgd dat minder mensen afhankelijk zijn van een werkloosheiduitkering of bijstand. Microfinanciering levert op deze manier zowel winst op voor de ondernemer als voor de samenleving.

Microfinanciering speelt een belangrijke rol in het tegengaan van armoede, doordat het een gat opvult in de financieringsmarkt dat open wordt gelaten door de bankensector. Banken zijn minder snel geneigd om kleine bedragen uit te lenen – omdat hier minder aan te verdienen is – en zijn bovendien meer risicoavers geworden door de invoering van nieuwe regelgeving waardoor banken grotere kapitaalbuffers moeten aanhouden voor uitgeleend vermogen. Startups krijgen vanwege hun hogere risiconiveau vaak geen lening bij de bank en zoeken daarom hun heil in de markt voor alternatieve financiering, waar naast microfinanciering ook crowdfunding onderdeel van uitmaakt.

Elke euro die geïnvesteerd wordt in microfinanciering levert de maatschappij vier euro op

Toegevoegde waarde microfinanciering

Voor veel partijen is het een belangrijke vraag of microfinanciering ook daadwerkelijk zijn doelstellingen behaalt. Zij stellen zichzelf de vraag of de ontvangers wel kredietwaardig zijn, en wat de alternatieve financieringsvorm voor toegevoegde waarde oplevert. Om de waarde en maatschappelijke impact van microfinanciering in kaart te brengen, besloot BNP Paribas onderzoek uit te laten voeren door KPMG. Het onderzoek van het Big Four-kantoor, dat zich weliswaar richt op de Belgische markt, geeft meer inzicht in het onderwerp. 

Uit de studie blijkt dat de werking van microkredieten een positieve spiraal creëert. Deze spiraal zorgt ervoor dat de samenleving aanzienlijke besparingen kan realiseren op het vlak van sociale uitkeringen (werkloosheid, leefloon). Bovendien kan de samenleving belangrijke fiscale opbrengsten (inkomensbelastingen, vennootschapsbelasting) en sociale zekerheidsbijdragen innen als gevolg van de microfinanciering.

Om deze te kwantificeren, heeft KPMG de actuele nettowaarde berekend. De actuele nettowaarde is de gemiddelde bijdrage aan de gemeenschap en wordt berekend door de som te nemen van de gegenereerde inkomsten, zijnde de geïnde belastingen, en de vermeden kosten zoals uitkeringen. Uit deze berekening komt naar voren dan voor elke €1 die in microfinanciering wordt geïnvesteerd, de gemeenschap na twee jaar €4 terugkrijgt.

Bart Walterus, hoofd management consulting bij KPMG, licht toe: “De nettowaarde van een kandidaat micro-ondernemer wordt geschat op €4.125 voor de tussenkomst van een microplatform of instelling. Twee jaar erna stijgt dat bedrag tot €18.642. Dat is dus een bruto economische impact van €14.517.” Hij vervolgt: “Als we dit cijfer delen door de gemiddelde kosten van de inspanningen van een microkredietplatform voor het verstrekken van de lening, de kosten van dubieuze debiteuren en de verdere begeleiding per micro-ondernemer (€3.592,60 per persoon), dan komen we tot een positieve impactratio van 4,04.”

* Het maximumbedrag voor microfinanciering verschilt per financier maar ligt nooit boven de €50.000. Voor het onderzoek van KPMG wordt uitgegaan van een veel lager maximumbedrag, namelijk €15.000.

Nieuws

Meer nieuws over