McKinsey stelt energietransitie plan van aanpak op voor VEMW

06 juni 2017 Consultancy.nl

VEMW, een samenwerkingsverband van Nederlandse spelers in de energie-intensieve industrie, heeft McKinsey & Company ingehuurd om onderzoek te doen naar manieren waarop de branche de energietransitie kan versnellen. Op basis van de onderzoeksresultaten kwamen de consultants met acht tastbare maatregelen om de CO2-emissie in de periode tot 2050 met tot 95% terug te brengen. Dit zijn maatregelen die de sector zelf kan en wil implementeren, maar de onderzoekers benadrukken het belang van ondersteuning vanuit de overheid. 

De Nederlandse energie-intensieve industrie is goed voor 21% van het Nederlandse BBP en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan onze economie. Tegelijkertijd zorgt de sector echter ook voor 25% van de CO2e-uitstoot (CO2 en ‘CO2-equivalente gassen’ zoals methaan en lachgas). VEMW stelt dat de industrie zich bewust is van de verantwoordelijkheid die dit met zich meebrengt ten aanzien van het feit dat Nederland zich aan het COP21 verdrag heeft gecommitteerd. De daarop gebaseerde Europese afspraken vereisen dat Nederland in 2050 80-95% minder CO2e-uitstoot dan in 1990.

In de huidige situatie stoot de Nederlandse energie-intensieve industrie al 32% minder CO2e uit dan in 1990. Die afname is twee keer zo groot als de gemiddelde afname van CO2e-uitstoot in heel Nederland over diezelfde periode. Omdat 90% van de CO2e-uitstoot nu uit CO2 bestaat, ligt nadruk voor de Nederlandse industrie momenteel op het terugbrengen van de hoeveelheid CO2-uitstoot. Hoewel de Nederlandse industriële sector voorloopt in het reduceren van de eigen uitstoot, kan Nederland de internationale klimaatdoelstellingen niet halen zonder verdergaande veranderingen in de industrie.

Acht manieren waarom de energie-intensieve industrie zijn CO2-uitstoot kan terugbrengen

Acht concrete maatregelen

Om in kaart te brengen welke stappen de industrie het beste kan nemen, welke middelen hiervoor nodig zijn en hoeveel besparing dit naar verwachting zal opleveren heeft VEMW strategie consultancybureau McKinsey & Company ingeschakeld. Uit het onderzoek dat de consultants hebben uitgevoerd zijn acht concrete maatregelen voortgekomen die gezamenlijk de CO2-uitstoot van de energie-intensieve industrie in 2050 met 95% zouden kunnen terugdringen. In het onderzoek wordt onder meer gekeken naar de technische haalbaarheid van de maatregelen en welke terreinen voor Nederland het aantrekkelijkst zijn. Daarnaast was het een voorwaarde dat de maatregelen binnen een periode van vijf jaar kunnen worden gerealiseerd. 

Directe implementatie

De eerste maatregel is de implementatie van energie-efficiëntiemaatregelen die dichtbij een positieve business case zitten, zoals warmtepompen, netwerken voor restwarmte boven de 100°C en mechanische damp-recompressie. Hiermee zou vijf megaton CO2 kunnen worden bespaard. Als tweede maatregel noemen de consultants het vervangen van gasgestookte boilers door hybride of tweevoudige systemen die zowel op elektriciteit als gas draaien. Dit kan worden gedaan tijdens grote onderhoudswerkzaamheden of wanneer levensduur van de boiler ten einde loopt. Bij volledige elektrificatie (waarbij een bedrijf uitsluitend elektriciteit gebruikt om aan zijn energiebehoefte te voldoen) kan deze maatregel zorgen voor een besparing van tien megaton CO2. 

Deze eerste twee opties kunnen volgens de onderzoekers meteen worden geïmplementeerd, mits daar de juiste ondersteuning voor plaatsvindt. De maatregelen kunnen ook met elkaar worden gecombineerd, waarbij de ideale verhouding tussen de twee verschilt per productieproces. De kosten van de implementatie zouden met de huidige energieprijs volgens de onderzoekers jaarlijks uitkomen op zo’n €50 per ton CO2. 

Implementatie vanaf 2025

De drie volgende mogelijkheden kunnen volgens de onderzoekers vanaf 2025 op grote schaal worden toegepast, maar alleen indien vandaag de dag al wordt begonnen om hier de juiste ondersteuning voor te bieden. Gezamenlijk kosten deze drie opties jaarlijks zo’n €200 per ton CO2 en per maatregel lopen de kosten sterk uiteen. 

Efficiëntie | Boilers | Opslag | Reststromen

Een van deze opties is een aanzienlijke opschaling van projecten die erop zijn gericht CO2 op te slaan (CCS) of te hergebruiken (CCU), iets wat bijvoorbeeld mogelijk is in het productieproces voor ammoniak, etheen, staal en raffinage. Ook kleine projecten zijn volgens de onderzoekers zinvol, niet zozeer vanwege de directe besparing die deze opleveren, maar vanwege het leerproces wat ermee gepaard gaat. De besparing die ontstaat als gevolg van grootschalige opvang en hergebruik van CO2 kan oplopen tot tien megaton CO2-uitstoot.

Ook is het volgens het onderzoek belangrijk om ‘waardeketens’ te ontwikkelen rond reststromen die nu vaak nog veel verspilling opleveren. Op deze manier kan de sector zich bewegen in de richting van het ideaal van een circulaire industrie. Voorbeelden hiervan zijn al volop te vinden, zo heeft Rotterdam een hub waar plastic wordt gerecycled en staalschroot wordt gebruikt voor de productie van nieuw staal. Door op de juiste manier waarde te halen uit wat doorgaans wordt gezien als afval kan volgens de onderzoekers een CO2-besparing van twee megaton worden gerealiseerd. 

Daarnaast is het met behulp van zogenaamde ‘bio-to-chem’ processen ook mogelijk om biomassa te gebruiken bij de productie van chemicaliën. Azijnzuur kan bijvoorbeeld worden gecreëerd uit restmateriaal van bieten of hout. Ook kunnen biobrandstoffen gebruikt worden voor een deel van etheen-productie. De opbrengst van deze maatregel kan oplopen tot meer dan twee megaton CO2. 

Afhankelijk van innovaties voor 2025

Weer drie andere opties kunnen beschikbaar worden vanaf 2025, maar alleen indien voor dat jaar de daarvoor benodigde innovaties plaatsvinden, zodat er meerdere ‘energietransitiepaden’ ontstaan voor de (energie-intensieve) industrie. De onderzoekers schatten dat de kosten van de benodigde innovaties uit zullen komen op zo’n €150 per ton CO2. 

Volgens het onderzoek moet er worden geïnvesteerd in R&D die ertoe moet leiden dat elektrolyse op grotere schaal kosteneffectief kan worden uitgevoerd. Het risico van business cases kan hierbij worden verkleind door deze in eerste instantie te integreren in een netwerk dat waterstof levert voor mobiliteit. De besparing als gevolg van deze maatregel zou bij een lage elektriciteitsprijs volgens de onderzoekers op kunnen lopen tot meer dan vier megaton CO2.

Bio-to-chem | Elektrolyse | Warmte | Staalproductie

Ook stellen de onderzoekers voor om R&D-pilots op te starten ten behoeve van de ontwikkeling van warmtepompen voor middelhoge temperaturen, elektrische fornuizen voor hoge temperaturen en aangepaste chemische processen die een lagere warmtevraag hebben. De laatste twee kunnen mogelijk van betekenis zijn voor raffinaderijen, chemie en andere processen die gebruik maken van hoge temperaturen. Deze maatregel zou een besparing kunnen opleveren van meer dan vijf megaton CO2. 

De laatste maatregel die wordt voorgesteld, is het voorbereiden van een keuze ten aanzien van de staalproductiemethodes die de komende jaren gebruikt zullen worden. Industriële spelers hebben de keuze uit twee opties: volledige CO2-vrije productie of op koolstof gebaseerde productie. De verwachte besparing die omarming van deze productiemethodes oplevert kan volgens de onderzoekers oplopen tot twaalf megaton CO2.

Implementatie en ondersteuning overheid

Indien deze maatregelen worden geïmplementeerd, zal de industrie rond 2050 zo ongeveer drie keer meer elektriciteit gebruiken dan momenteel het geval is. De sector stoot vandaag de dag 67 megaton CO2 uit, waarvan 16 megaton een gevolg is van elektriciteitsbehoefte van de industrie. Indien men erin slaagt met duurzame energie aan deze behoefte te voldoen, is het volgens de onderzoekers mogelijk om in het jaar 2050 de verlangde 95% CO2-besparing te realiseren. Onder huidige kostenaannames voor energie, operationele kosten en investeringen bedragen de totale kosten tussen nu en 2050 ongeveer €100 miljard. Het bedrag kan echter ook lager uitvallen als er een verdere daling plaatsvindt van de kosten voor technologie en hernieuwbare energie. 

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW stelt dat de industrie bereid is de benodigde stappen te zetten, maar benadrukt ook de noodzaak van ondersteuning vanuit de overheid: “In ons voorstel vragen wij een actieve betrokkenheid en faciliterend beleid van de overheid, waarmee de energietransitie en industrietransitie hand in hand gaan. Dat vergt een geheel ander overheidsbeleid voor de komende vier jaar. Om van de transitie een succes te maken is een cruciale voorwaarde dat industrie en overheid een langetermijnvisie delen op concurrerend geprijsde CO2-vrije elektriciteit.”

Nieuws

Meer nieuws over