Nederlandse kunst en cultuursector goed voor 4,6 miljard

07 september 2015 Consultancy.nl

Eind 2015 komen de totale inkomsten van de Nederlandse culturele sector naar verwachting uit op bijna €4,6 miljard. Dat is een stuk minder dan in 2009 en 2011, maar desondanks bijna €0,5 miljard meer dan in 2005. De daling is voornamelijk veroorzaakt doordat er vanuit de overheid minder geld naar de culturele sector gaat, terwijl de private bijdragen juist groeien. 

De overheid bezuinigt op cultuur, en de sector heeft het daarom over het algemeen zwaar. Om inzicht te krijgen in de belangrijkste financiële ontwikkelingen in de branche vroeg de Boekmanstichting – een studiecentrum voor kunst, cultuur en beleid – adviesbureau Berenschot om de inkomsten binnen de kunst en cultuursector in kaart te brengen. Hoewel de overheidsuitgaven al jaren dalen, blijkt de sector anno 2015 hogere inkomsten te hebben dan tien jaar terug, in 2005.

Inkomsten kunst- en cultuur
In de afgelopen tien jaar is steevast meer dan de helft van de inkomsten afkomstig uit de overheid. Ook voor 2015 blijkt weer 58% van de totale inkomsten van €4.585 miljoen afkomstig uit de publieke sector, maar dat is een stuk minder dan de 63% van 2011 toen de sector de hoogste inkomsten genoot van het afgelopen decennium – ruim €4,8 miljard. Toch geeft de overheid in 2015 zo’n €50 miljoen meer uit aan kunst- en cultuur dan tien jaar terug.

Overheidsbijdrage
Over de afgelopen 5 jaar is de geldstroom vanuit de overheid merkbaar aan het krimpen. Gaf de overheid in 2011 en de jaren daarvoor nog meer dan €3 miljard uit aan kunst en cultuur, in 2013 daalde dit met bijna een kwart miljard en in 2015 zijn de overheidsinkomsten nog verder gedaald – naar minder dan €2,7 miljard. Deze daling vindt plaats op alle niveaus, laat de data van Berenschot zien. De inkomsten vanuit de Rijksoverheid daalden vanaf 2011 met €133 miljoen naar €733 miljoen in 2015, en ook de gemeenten en provincies schroefden hun uitgavenbudget terug met meer dan €100 miljoen. De grootste daling in inkomsten heeft plaatsgevonden op gemeentelijk niveau, waar de inkomsten met ruim €160 miljoen achteruit gingen. In termen van percentages hebben de provincies het meeste bezuinigd.

Private gelden
Om te compenseren voor de slinkende geldstroom vanuit de publieke sector is de kunst en cultuursector de afgelopen jaren op zoek gegaan naar andere inkomstenbronnen. Zo zijn de inkomsten uit entreetarieven en andere directe inkomsten met respectievelijk €170 miljoen en €165 miljoen gestegen ten opzichte van 2005, maar ook weet het culturele landschap steeds meer privaat geld aan te trekken. In 2013 was €266 miljoen van de inkomsten afkomstig uit de private sector, waarvan €80 miljoen uit sponsoring en €91 miljoen uit private fondsen, zoals Rienstra. In 2011 werd €10 miljoen minder aan inkomsten genoten, en in 2009 bleven de inkomsten uit private sferen zelfs nog onder de €250 miljoen. De onderzoekers verwachten voor 2015 ongeveer €277 miljoen aan private bijdragen – zo’n 6% van de totale inkomsten.

Nieuws

Meer nieuws over