Maatschappelijke kosten van zelfmoord: €5 miljard per jaar

23 december 2021 Consultancy.nl 2 min. leestijd
Profiel
Meer nieuws over

De jaarlijkse maatschappelijke kosten van zelfmoord liggen in ons land op ruim €5 miljard. Dat blijkt uit onderzoek van Deloitte, dat de studie belangeloos uitvoerde voor hulporganisatie Stichting 113 Zelfmoordpreventie. 

In 1950 pleegden 550 mensen in ons land zelfmoord. Inmiddels is dat aantal meer dan verdrievoudigd: in 2020 namen 1.825 mensen hun eigen leven. Ook in relatieve termen is het aantal zelfmoorden toegenomen. In 1950 ging het om 3,75 op de 100.000 personen, afgelopen jaar om 10,5.

Suïcide is dus een steeds groter wordend probleem. En dat probleem raakt niet alleen de nabestaanden, maar kost daarnaast de samenleving veel geld, legt Deloitte-partner Rob Dubbeldeman uit.

“Het is onmenselijk om je af te vragen wat een mensenleven waard is. Maar iedere suïcide brengt, naast ontzettend veel persoonlijk leed, ook maatschappelijke kosten met zich mee. Door deze in kaart te brengen, worden de economische voordelen van preventie en vroegsignalering direct zichtbaar.” 

Statistieken over suïcide in Nederland

Bij elkaar opgeteld waren de maatschappelijke kosten van zelfmoord in 2020 €5,2 miljard, concludeert het adviesbureau. Van dit bedrag bestaat €78 miljoen aan directe kosten. Denk hierbij aan geld dat nodig is om de ambulance, de politie, schade aan infrastructuur, de schouwarts en zorg voor de nabestaanden te betalen.

Daarnaast kennen zelfdodingen ook indirecte kosten. Deze bestaan uit het productieverlies van degene die zelfmoord heeft gepleegd en diens naasten. En dat gaat om meer mensen dan je misschien denkt. “Bij elke zelfmoord worden ongeveer 135 mensen getroffen. Dit komt in Nederland neer op 250.000 personen per jaar”, stelt Deloitte in zijn rapport. 

Het productieverlies veroorzaakt door mensen die zelfmoord plegen ligt volgens de onderzoekers op ruim €450 miljoen per jaar. Ondanks dat er veel meer nabestaanden zijn, ligt hun productieverlies lager omdat zij na loop van tijd weer aan het werk gaan. Volgens Deloitte gaat het bij deze groep per jaar om een kleine €100 miljoen.

Verder zijn er ook de zogenaamde immateriële kosten. “Dat zijn niet-tastbare kosten”, vertelt Dubbeldeman. “In de vorm van onder andere leed, pijn, verdriet en verlies aan kwaliteit van leven en levensvreugde bij slachtoffers en hun naasten.” 

De hoogte van de immateriële kosten is gebaseerd op de waarde van een statistisch mensenleven. Van de drie posten zijn de immateriële kosten verreweg het hoogst. Zo gaat het afgelopen jaar volgens de onderzoekers van Deloitte om maar liefst €4,5 miljard. 

Er is met andere woorden een grote maatschappelijke behoefte aan zelfmoordpreventie, vertelt Monique Kavelaars, voorzitter van de Raad van Bestuur bij Stichting 113. “Alleen samen is suïcide te voorkomen.”