Rijksoverheid daagt ICT-partners uit om bij te dragen aan social return strategie

14 juni 2018 Consultancy.nl

De Rijksoverheid zet al diverse jaren haar inkoopkracht in om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen. In diverse contracten met leveranciers zijn afspraken gemaakt over het aanbieden of inzetten van mensen uit de zogenaamde social return-doelgroepen. Veel initiatieven blijken echter maar matig effect te sorteren. Om hier verandering in te brengen, heeft het Rijk haar social return beleid doorontwikkeld en wordt nu ingezet op meer experimenteren en meer maatwerk. Als onderdeel hiervan worden de diverse bedrijven die leverancier zijn van de overheid nu gevraagd een bijdrage te leveren door middel van het organiseren van social return-proeftuinen. Daarin worden creatieve oplossingen onderzocht om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. 

In Nederland wordt gesteld dat iemand een afstand tot de arbeidsmarkt heeft wanneer deze persoon, om wat voor reden dan ook, erg moeilijk aan het werk komt. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om mensen die te maken hebben met een fysieke of mentale arbeidsbeperking, psychische problemen, ziekte of ontslag. Volgens de meest recente cijfers van het CBS zijn er in ons land meer dan 750.000 mensen die wel willen werken, maar al zes maanden of langer thuiszitten. 

De Rijksoverheid spant zich al jarenlang in om te zorgen dat mensen die binnen deze doelgroepen vallen toch volop kunnen meedraaien in de maatschappij. Naast dat het Rijk hiertoe zelf initiatieven ontplooit, zet het ook zijn aanzienlijke inkoopkracht in om de vele bedrijven die door het Rijk worden ingeschakeld, te vragen ook hun steentje bij te dragen. Dit betekent dat opdrachtnemers die werken voor het Rijk daarmee tegelijk een zogenaamde social return-verplichting aangaan. 

Nog altijd aan de zijlijn

Uit een evaluatie van dit social return-beleid blijkt echter dat dit inkoopinstrument niet altijd effectief werkt, waardoor de social return-doelgroepen nog te veel aan de zijlijn blijven staan. Als categoriemanager ICT-inhuur bij het Rijk ervaart Sander Klaver aan den lijve hoe lastig het is om sociale impact te realiseren. Hij vertelt dat partijen moeite hebben om de norm van 5% aangeboden social return-kandidaten te halen: “En als het ze lukt, dan kiest de klant vaak alsnog voor de reguliere kandidaat. Wel zo makkelijk. Maar de impact is dus laag. Niet iets om trots op te zijn.”   

Rijksoverheid daagt ICT-partners om bij te dragen aan social return strategie

Dit sentiment werd in het najaar onderschreven door de regering. “De overheid gaat zijn inkoopkracht beter benutten voor het versnellen van duurzame transities, inschakelen van kwetsbare groepen en om innovatief in te kopen”, is te lezen in het regeerakkoord dat in het najaar 2017 werd gesloten. Om invulling te geven aan dit streven en als overheid effectiever gebruik te maken van haar macht als opdrachtgever, wordt nu ingezet op meer maatwerk en meer ruimte voor experimenteren. 

Proeftuinen

Aan deze verschuiving richting meer maatwerk en experimenteren wordt invulling gegeven aan de hand van zogenaamde proeftuinen. Hierin worden de diverse externe partijen die de overheid inhuurt uitgedaagd om met vernieuwende ideeën te komen om meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag te krijgen. Daarbij krijgen de partijen ook meer speelruimte om binnen te experimenteren. Zo wordt de doelgroep minder nauw voorgeschreven, vervalt de standaard 5%-verplichting en is het oog mogelijk te kiezen voor een vormvrijere invulling en/of het bedienen van bredere sociale doelstellingen. Nadat in november de eerste proeftuinen van start gingen binnen de categorie ‘Hoogwaardige Inhuur’, was het onlangs de beurt aan de veertien (negentien inclusief de medecombinanten van samenwerkingsverbanden) leveranciers die ICT-professionals leveren aan één of meerdere onderdelen van het Ministerie van OCW.

Op de bijeenkomst waar op 15 mei het startschot werd gegeven voor de 'Social Return Proeftuinen' bij OCW, werden de ICT-leveranciers aangespoord om vooral ‘out of the box’ te denken. “Als we iets willen bereiken, dan moeten we het anders aan gaan pakken. Door samenwerking tussen HR, Inkoop en leveranciers”, vertelde Olav Welling, directeur Ambtenaar en Organisatie bij het Ministerie van BZK. Hij wees erop dat een versnipperde aanpak van het probleem een van de oorzaken is van de tegenvallende resultaten die in het verleden zijn geboekt. Daaraan voegde hij toe dat – ondanks deze moeizaamheid – social return een van de lievelingsonderwerpen is binnen zijn portefeuille. Dit vanwege de creativiteit die volgens hem ontstaat wanneer mensen met verschillende achtergronden worden samengebracht rond dit thema. 

Ook Klaver benadrukt het belang van het gezamenlijk experimenteren: “Op die manier kunnen we écht impact maken.” Hierbij wijst hij er ook op dat er maatwerk moet worden geleverd. Er dient goed te worden gekeken naar wat het beste bij OCW, de leverancier en de betreffende doelgroepen past. Om de deelnemers aan het proeftuinprogramma te inspireren, werd op de openingsbijeenkomst uitleg gegeven over enkele van de al gestarte proeftuinen binnen de categorieën ‘Financieel Advies en Auditdiensten’, ‘Interimmanagement en Organisatieadvies’ en ‘Inkoopadvies en Juridische Capaciteit’ van het Ministerie van I&W.

Het goede voorbeeld

Zo werkt KPMG sinds juli 2017 samen met de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in een proeftuin die jeugd-justitiabelen een scholarship biedt van maximaal vier jaar. Hierbinnen krijgen zij de kans een mbo-diploma te halen. “Juist voor deze doelgroep is een startkwalificatie van groot belang”, aldus Wolter van der Vlist, coördinator Inkoopbeleid en Strategie bij DJI. Jolanda van Schaik, Head of Corporate Responsibility bij KPMG, voegt toe dat waar het thema social return eerder alleen in de onderliggende opdrachten terugkwam, dit nu naar het niveau van de raamovereenkomst is getrokken, zodat meer impact kan worden gecreëerd. Bovendien hebben de social return-verplichting en de proeftuin KPMG geïnspireerd: “We leggen onze eigen leveranciers nu ook een verplichting van 5% op, anders doen we geen zaken. We hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid”, aldus Van Schaik.

Ook Big Four-concurrent Deloitte doet nu mee. Nog voordat de bijeenkomst begon, tekende het kantoor in samenwerking met het ROC Mondriaan, de Ministeries van I&W en BZK, en de Haeghe Groep een nieuwe proeftuin. Deze is erop gericht laagopgeleide mensen uit het doelgroepenregister naar een baan te begeleiden die een relatie heeft met het digitale tijdperk waarin we ons bevinden. Edwin Jong, Senior Manager bij Deloitte, legt uit dat het opzetten van de proeftuin niet eenvoudig was. Omdat social return terugkwam in verschillende onderliggende opdrachten, was er sprake van vele “losse snippers”, wat ervoor zorgde dat de impact beperkt bleef: “Iets wat is vastgeroest, hebben we geprobeerd los te weken”, aldus Jong.

Dit losweken slaagde dankzij het opzetten van een samenwerking met Binnenwerk, de Rijksoverheidsorganisatie voor collectieve instroom van mensen met een arbeidsbeperking. De proeftuin richt zich op het opschonen van personeelsdossiers. Annemiek Scholten, programmamanager Binnenwerk, geeft aan dat extra kansen worden gecreëerd voor mensen die anders de startkwalificatie niet zouden halen. Door hen een assessment, opleiding en stageplek aan te bieden, kunnen zij uiteindelijk toch instromen. Een belangrijke randvoorwaarde voor de proeftuin is dat het resultaat ervan kwantificeerbaar is. “Maar de spelregels zijn niet in beton gegoten. Juist als je met elkaar in gesprek blijft, kunnen er mooie stappen gezet worden”, aldus Jong. 

De ochtend van de bijeenkomst werd afgesloten door de deelnemers uit te dagen in groepjes twee ideeën voor een proeftuin uit te werken en via de ideeënbox met elkaar te delen. Terwijl het met de bereidheid wel goed bleek te zitten, werd hierbij geconcludeerd dat er nog meer tijd nodig is, onder andere om met elkaar en andere leveranciers, klanten en sociale ondernemingen in gesprek te gaan. “Zoek elkaar op, ga de samenwerking aan. Samen kunnen we meer impact creëren. Leg de lat hoog en wees daarin creatief. Hopelijk kunnen we over twaalf maanden zeggen dat het een succes is”, zegt Klaver hierover. Ook zal het proeftuineninitiatief mogelijk worden uitgebreid naar de ICT-leveranciers van andere ministeries. “Goed voorbeeld doet goed volgen”, besluit Klaver.

Nieuws

Meer nieuws over