Twynstra Gudde: minder animo voor baan bij studenten

01 april 2010 Twynstra Gudde

Het animo onder universitaire studenten om direct na hun studie te gaan werken is laag. Slechts 32% van de laatstejaars geeft aan na afronding van de opleiding een baan te ambiren. Van deze groep wil maar liefst 40% aan de slag in een traineeship. Tevens maakt slechts 26% van de studenten zich zorgen over het vinden van een eerste betrekking. Dit blijkt uit onderzoek onder 1,100 studenten bij 11 universiteiten in opdracht van Talentive, een initiatief van management consulting bureau Twynstra Gudde.

Uit het onderzoek, uitgevoerd door UniPartners Tilburg (Universiteit van Tilburg) blijkt dat tweederde van de laatstejaars studenten na afronding van hun opleiding niet zal kiezen voor een dienstverband. Doorstuderen (24%), stage lopen of reizen in het buitenland (23%) en promoveren (6%) behoren tot de belangrijkste alternatieven. Slechts 32% zegt wel een baan te ambiren en daarvan wil een grote groep (40%) starten in een traineeship, waarin ze zich kunnen blijven ontwikkelen. Slechts 26% van de studenten maakt zich, als gevolg van de crisis, zorgen om het vinden van hun eerste baan. Tevens denkt een minderheid (37%) dat de economie zich in de komende twee jaar niet herstelt. Van de studenten die een baan gaan zoeken, verwacht 83% binnen drie maanden na de studie een geschikte functie te hebben gevonden.

Behoefte aan opleiding en ontwikkeling

In hun eerste baan willen de bijna afgestudeerden het liefst werken voor een organisatie die uitgebreide opleiding- en ontwikkelingsmogelijkheden heeft voor starters (26%). Dit wordt gevolgd door een organisatie die een ideologisch doel heeft en maatschappelijk verantwoord onderneemt (16%), een organisatie met een goede reputatie in zijn branche (15%) en een organisatie waarbij een goede werksfeer belangrijker is dan het maken van winst (14%).

Mannen optimistisch over startsalaris

Voor eerstejaars studenten is de mogelijkheid om snel carrire te maken belangrijker dan voor laatstejaars (respectievelijk 16% en 6%). Daarnaast blijkt de hoeveelheid vakantiedagen de belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarde om voor een organisatie te kiezen voor zowel eerstejaars als laatstejaars studenten. Opvallend is dat, ondanks de crisis, 69% verwacht dat hun startsa-laris hoger zal zijn dan het Nederlandse gemiddelde. Vooral mannen en studenten die een bedrijfseconomische studie volgen zijn erg optimistisch op dit punt. Toch is maatschappelijk verantwoord ondernemen voor driekwart van de ondervraagde studenten belangrijker dan het uitkeren van hoge bonussen.

Vrouwen meer bezorgd over vinden baan dan mannen

Tweederde van de studenten (65%) geeft aan dat vier tot zes maanden stage lopen de manier is om kennis te maken met een organisatie. De nieuwe generatie eerstejaars studenten heeft bewust gekozen voor een studie waarbij de kans op het vinden van een baan groot is. Dit verschilt significant met de laatstejaars studenten. Slechts nvierde (26%) van de studenten maakt zich zorgen om het vinden van een eerste baan. Vrouwelijke studenten maken zich significant meer zorgen dan de mannen.

Behoud studiefinanciering belangrijk

Ook eventuele bezuinigingsmaatregelen van de overheid zijn van invloed op de keuzes van studenten. 60% van de studenten geeft aan dat de afschaffing van de studiefinanciering een reden zou zijn om nominaal af te studeren. Dit heeft waarschijnlijk grote gevolgen voor de motivatie van studenten om stage te lopen, vrijwilligerswerk te doen of actief te worden voor een studie- of studentenvereniging. En dat terwijl ruim 65% van de studenten nominaal afstuderen ondergeschikt vindt aan de wens om brede praktijk ervaring op te doen tijdens de studietijd.

Gebrekkig animo voor baan zorgelijk

Volgens Fritz Korten en Thomas Verhiel, adviseurs van Talentive en schrijvers van het boekJongleren met Talent: de match tussen organisatie X en generatie Y zijn er voor werkgevers een aantal belangrijke conclusies te trekken: Ondanks de crisis en vacaturestops is er in de komende jaren door de uitstroom van baby boomers een groeiende behoefte aan hoogopgeleide starters. Organisaties moeten dus een balans zien te vinden tussen bezuinigingen enerzijds en investeren in jong talent anderzijds. En dan is de conclusie dat slechts eenderde van de starters wil beginnen met werken zorgelijk. Volgens Korten en Verhiel is het bij het binnenhalen van talent belangrijk om een leerwerktraject of traineeship aan te bieden. Hierdoor kan de starter zich blijven ontwikkelen en kan de organisatie in een afgebakende periode ervaren of ze ook echt met een talent te maken hebben.

Nieuws