Roland Berger: Prijs ruwe olie in 2012 naar 111 dollar

19 januari 2012 Consultancy.nl

De prijs van ruwe olie zal in 2012 gemiddeld 111 dollar per vat bedragen volgens de drie grootste olie-exporterende landen. Marktpartijen schatten de olieprijs consistent te laag in. Onderzoek van Roland Berger Strategy Consultants toont aan dat de begrotingen van deze landen al tien jaar de meest betrouwbare graadmeter voor de voorspelling van de olieprijzen zijn. Voor 2011 voorspelden zij 104 dollar per vat, ten opzicht van een uiteindelijke gemiddelde prijs van 95 dollar. Voor 2012 verwacht de top drie een prijsstijging van 16 dollar.

Als gevolg van de Arabische Lente, steeg de olieprijs vrij vroeg in 2011 naar ruim boven de 100 dollar. Gedurende het jaar stabiliseerde de prijs met gemiddeld 95 dollar per vat, zo’n 20 procent hoger dan in 2010. Sinds het dieptepunt in het eerste kwartaal van 2009, waar een vat ruwe olie voor 34 dollar van de hand ging, is de prijs steeds verder omhoog geklommen. Volgens de top drie voorspellers (Mexico, Saoedi-Arabië en Rusland) zal deze stijging doorzetten in 2012.

Optimisme
Een vat ruwe olie bedraagt nu ongeveer 100 dollar. Arnoud van der Slot, partner bij Roland Berger in Nederland: “Vorig jaar om deze tijd joeg de Arabische Lente de olieprijs fors omhoog. Ondanks de voortdurende onrust, stabiliseerde de olieprijs wel weer halverwege het jaar.” Evenals vorig jaar voorspellen Mexico, Saoedi-Arabië en Rusland een sterke prijsstijging in 2012. Met voorspellingen tussen de 97 en 120 dollar, komen ze voor 2012 uit op een gemiddelde prijs van 111 dollar per vat ruwe olie. Vergeleken met voorgaande jaren is er minder consensus tussen de top drie voorspellers over de prijs. “De wereldwijde economische onzekerheid en de politieke onrust in sommige belangrijke olielanden spelen hier duidelijk ook een grote rol,” meent Van der Slot.

Voortvarende voorspellers
In 2011 bleven Noorwegen, Saoedi-Arabië, Nigeria, Rusland en de Energy Information Administration (EIA) met hun voorspellingen binnen een tien procent marge van de uiteindelijke olieprijs. Wanneer gekeken wordt naar de hele periode van 1999-2011 blijken de begrotingen van Mexico, Saoedi-Arabië en Rusland de meest betrouwbare graadmeter voor de prijs van een vat ruwe olie, de crisisjaren 2001 en 2009 daar gelaten. In de periode 1999-2011 zaten de drie landen er gemiddeld slechts 9,3 procent naast, terwijl de gerenommeerde instituten als de Energy Information Administration (EIA) en de International Energy Agency (IEA) en de markt (NYMEX) er gemiddeld meer dan het dubbele naast zaten (22,6%). Van der Slot: “Het is opvallend dat de marktpartijen al meer dan tien jaar de olieprijs structureel te laag inschatten.”

Over het onderzoek
Olie-exporterende landen gebruiken een voorspelling van de olieprijs in hun nationale begrotingen om hun toekomstige uitgaven af te zetten tegen de verwachte inkomsten. In deze voorspellingen verwerken zij een veiligheidsmarge om het risico van begrotingstekorten te minimaliseren. In haar onderzoek heeft Roland Berger Strategy Consultants vastgesteld dat deze prognoses, inclusief veiligheidsmarge, een bruikbare, alternatieve bron kunnen zijn voor het voorspellen van de olieprijzen. Hiermee kunnen de voorspellingen van de olie-exporterende landen onderling worden vergeleken, alsook met de toonaangevende instanties als IEA, EIA en de markt (Nymex). Het is het vijfde jaar op rij dat Roland Berger dit onderzoek naar de beste voorspellers en hun verwachting van de olieprijzen uitvoert.

Nieuws

Meer nieuws over