Roland Berger: Nederlandse ziekenhuizen 2002-2007 studie

10 december 2008 Roland Berger Strategy Consultants

Een afwachtende opstelling in de ziekenhuissector wordt afgestraft: ziekenhuizen die in 2007 verlies maakten, bereikten in 2004 nog bovengemiddelde resultaten. De druk om te verbeteren lijkt in de afgelopen jaren te zijn verdwenen en verbeteracties bleven achterwege. In een markt met kleine marges leidt dit onherroepelijk tot dalende resultaten.

Die opvallende conclusie wordt getrokken door de onderzoekers van Roland Berger Strategy Consultants in het rapport Op weg naar echte marktwerking; Nederlandse ziekenhuizen van 2002-2007'. Vastgesteld wordt dat de markt in beweging is; de gealarmeerde concurrentie ondernam na 2004 wel actie. Het rapport biedt een blik in de toekomst op basis van een analyse van verschillende groepen ziekenhuizen in het tijdsbestek van 2002 tot 2007.

Verbeteringen in de ziekenhuissector

De onderzoekers stellen vast dat de ziekenhuissector financieel, operationeel en kwalitatief duidelijke verbeteringen laat zien. Men verwacht dat deze ontwikkeling zich de komende jaren door zal zetten. Echter, het eigen vermogen van het gemiddelde ziekenhuis is nog steeds te laag om financieel gezond genoemd te mogen worden en de stijging van de productiviteit in de afgelopen jaren loopt achter op die van Nederland als geheel. Het doorvoeren van verbeteringen dient daarom een continu proces binnen de Nederlandse ziekenhuizen te worden. De Uit casestudies bij twee continu goed presterende ziekenhuizen blijkt dat de sleutel tot succes ligt in het sturen op meetbare doelen, het geven van verantwoordelijkheid aan medewerkers en het centraal stellen van de patiënt.

Vangnet

Het bestaande budgetsysteem in de ziekenhuissector blijkt als vangnet te fungeren voor slecht presterende ziekenhuizen. Inefficiëntie wordt niet afgestraft, een hoge efficiëntie wordt niet beloond. De beoogde en beginnende marktwerking brengt hier verandering in: ziekenhuizen zullen worden afgerekend op basis van hun prestaties. De auteurs wijzen erop dat het belangrijk is te beseffen dat de toekomstige bekostigingsstructuur geen rekening houdt met zorgzwaarte, kwaliteit en inefficiëntie.

Topklinische ziekenhuizen

De onderzoekers stellen vast dat de 'cost-to-serve' van topklinische ziekenhuizen in 2007 22 procent hoger lag dan die van algemene ziekenhuizen. Een deel kan verklaard worden op basis van productmix, opleidingscomponent en WBMV-zorg. Een resterend verschil van 6 procent is te wijten aan factoren als zorgzwaarte, kwaliteit en inefficiëntie en wordt niet vergoed. De niet-vergoede hogere kostenbasis betekent voor een gemiddeld topklinisch ziekenhuis een jaarlijks verlies van circa 5 procent. De solvabiliteit zal daardoor, indien er sprake is van volledige marktwerking en de topklinische ziekenhuizen geen maatregelen nemen, in twee jaar tot onder 0 procent zakken.

Ketenziekenhuizen

In theorie presteren ziekenhuizen die onderdeel zijn van een zorgketen beter dan ziekenhuizen die dat niet zijn, er zou immers synergie gerealiseerd kunnen worden. Uit de praktijk blijkt dit echter anders te zijn. Ketenziekenhuizen presteren niet alleen minder op financieel gebied, maar kennen bijvoorbeeld ook een hoger aantal ‘verkeerd-bedpatiënten’. De onderzoekers benadrukken dat ketenziekenhuizen om het tij te keren snel de overduidelijke theoretische voordelen moeten omzetten in de praktijk.

Grotere en gefuseerde ziekenhuizen

Grotere ziekenhuizen presteerden in 2007 niet aantoonbaar beter of slechter dan kleinere ziekenhuizen. Ook bij volledige marktwerking is dat niet het geval. Enerzijds hebben ze een lagere productiviteit, uitgedrukt in patiënteenheden per FTE, en een hogere 'cost-to-serve'. Anderzijds hebben ze een hogere productmix, en een hoger opleidingsbudget. Per saldo presteren grotere ziekenhuizen op operationeel en financieel gebied dan ook niet aantoonbaar anders dan hun kleinere evenknieën. Hetzelfde geldt voor de gefuseerde ziekenhuizen. Het eerste jaar na een fusie presteren gefuseerde ziekenhuizen, zoals te verwachten is, slechter dan gemiddeld.

De jaren daarna zijn de verschillen in prestaties tussen gefuseerde ziekenhuizen groot. Sommige gefuseerde ziekenhuizen laten een duidelijke verbetering zien, anderen komen in een neergaande spiraal terecht. Gemiddeld wijken gefuseerde ziekenhuizen niet af van het landelijk gemiddelde. De conclusie van deze analyse druist in tegen de verwachting dat fusies en schaalvergrotingen leiden tot betere prestaties. Om bij volledige marktwerking het hoofd boven water te houden, is het belangrijk dat grotere en gefuseerde ziekenhuizen de voordelen die ze in potentie hebben ook volledig benutten. Tot dusver weten ze de voordelen echter niet om te zetten in klinkende resultaten.

Nieuws

Meer nieuws over