PwC: analisten krijgen vaak koersgevoelige informatie

06 mei 2011 PwC

Analisten en beleggers krijgen in een-op-eengesprekken met ondernemingsbestuurders veelvuldig koersgevoelige informatie toegespeeld.

Dat blijkt uit een onderzoek onder circa vierhonderd analisten en beleggers wereldwijd van de Erasmus Universiteit in samenwerking met PwC. Bijna de helft (47%) van de respondenten zegt dat er in deze gesprekken – bewust of onbewust – 'materiële' informatie wordt verstrekt. 'Dit leidt tot ongelijkheid tussen beleggers en kan marktverstorend werken', zegt Erik Roelofsen, onderzoeker bij de Rotterdam School of Management (RSM) en tevens verbonden aan PwC. Hij pleit daarom voor meer transparantie van ondernemingen, bijvoorbeeld door expliciet bekend te maken wanneer met wie is gesproken.

Bewijzen is lastig

Bestuurders praten regelmatig een-op-een met analisten en grote institutionele beleggers. Het staat de onderneming en de analist/belegger vrij om in een dialoog informatie te delen over algemene onderwerpen. Het is uitgevende instellingen echter verboden (een enkele uitzondering daargelaten) in gesprekken met individuele beleggers koersgevoelige informatie te geven. Het bewijs hiervoor is echter lastig, omdat vaak niet bekend is met wie en wanneer er wordt gesproken. Bovendien is in de praktijk de grens tussen wat koersgevoelig is en wat niet soms vaag.

Grotere transparantie

Niet striktere wetgeving, maar grotere transparantie moet helpen het selectief verspreiden van koersgevoelige informatie tegen te gaan, stelt Roelofsen. 'In de Verenigde Staten zijn de regels rond een-op-eencontacten tussen ondernemingen en beleggers strenger dan bij ons', legt hij in onder meer het Financieele Dagblad uit. 'Maar het percentage beleggers dat zegt regelmatig koersgevoelige informatie te krijgen, ligt maar een fractie lager dan in Europa.'

Disciplenerende werking

De AFM en de code-Tabaksblat bevelen reeds aan bekend te maken wanneer en onder welke voorwaarden een-op-eengesprekken worden gevoerd. 'Vanwege de grote schaal waarop deze gesprekken plaatsvinden en de daaraan verbonden risico's voor marktverstoringen zou die transparantie verder uitgebreid moeten worden door expliciet bekend te maken met wie is gesproken, bijvoorbeeld via de website van de onderneming', bepleit Roelofsen. 'Als dan koersgevoelige informatie is verstrekt en een fonds heeft daarop gehandeld, kan iedereen achteraf zien dat het al met de onderneming heeft gesproken.' Volgens de onderzoeker zou daar een disciplinerende werking van uitgaan.

Nuttig

De gesprekken worden door institutionele beleggers overigens als zeer nuttig gezien. Vooral omdat men het management in de ogen kan kijken en non-verbale signalen kan oppikken. Roelofsen: 'Bestuurders zijn zich hier niet altijd van bewust, maar hun gedrag in dergelijke bijeenkomsten wordt aandachtig geanalyseerd. Sommige analisten en beleggers volgen zelfs trainingen om in de non-verbale communicatie van bestuurders signalen op te pikken of een bestuurder liegt of niet zeker is van zijn zaak.'

Nieuws