Nederland aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven

01 april 2010 KPMG

Vergeleken met het onderzoek van 2008 is de concurrentiepositie van Nederland in Europa aanzienlijk verbeterd.

Nederland wordt steeds aantrekkelijker voor buitenlandse bedrijven die zich in Europa willen vestigen. Dat blijkt uit onderzoek dat KPMG iedere twee jaar verricht naar de bedrijfskosten in de Verenigde Staten, Japan, Australië, Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Duitsland, Nederland en Mexico.

Van de onderzochte landen in Europa is Nederland qua bedrijfskosten het goedkoopst als vestigingsplaats voor buitenlandse ondernemingen. En ook Japan en de Verenigde Staten moeten Nederland voor laten gaan. De onderzochte landen zijn qua kosten vergeleken met de Verenigde Staten. In het onderzoek zijn 27 soorten kosten waarmee ondernemingen in de bedrijfsvoering te maken hebben in ogenschouw genomen. Nederland kent een kostenvoordeel van 3,5% ten opzichte van de Verenigde Staten en scoort van de Europese landen het best. Nederland kent een kostenvoordeel van 1,7% op Groot-Brittannië, dat in Europa de tweede plaats bezet.

Japan en Duitsland blijven de duurste van de onderzochte landen. Zij hebben een kostennadeel ten opzichte van de Verenigde Staten van 7,6 en 2,6%. Ondernemingen die op zoek zijn naar een nieuwe vestigingsplaats, zijn wereldwijd het meest voordelig uit in Mexico. De kosten die een vestiging met zich meebrengen, zijn hier het laagst. Naast de landen zijn ook de kosten van de belangrijkste economische centra in deze landen met elkaar vergeleken.

"Vergeleken met het onderzoek van 2008 is de concurrentiepositie van Nederland in Europa aanzienlijk verbeterd", constateert Elbert Waller, International Affairs Executive van KPMG. Waller: "Twee jaar geleden had Nederland nog te maken met een kostennadeel ten opzichte van Frankrijk en Groot-Brittannië. Dit jaar laten wij alle Europese landen achter ons. Onze positie hebben we met name te danken aan de homogene kostenstructuur in Nederland.

In tegenstelling tot andere onderzochte landen scoren de belangrijkste economische centra in Nederland, zoals Den Haag en Amsterdam, zonder uitzondering hoog. Qua bedrijfsactiviteit is Nederland met name aantrekkelijk voor bedrijven die actief zijn op het gebied van research & development. Dit wordt vooral ingegeven door onze omvangrijke fiscale stimuleringsmaatregelen. Dat Nederland goed scoort in de kostenvergelijking is een belangrijk signaal naar buitenlandse bedrijven die juist in deze tijd het accent leggen op kosten als selectiecriterium bij hun locatiekeuze."

KPMG heeft zowel gekeken naar de kosten die een ondernemer moet maken bij het opstarten van zijn bedrijf als naar de operationele kosten over een periode van 10 jaar. Per sector zijn onder meer de kosten van energie, transport, telecommunicatie en arbeid onderzocht alsmede de fiscale kosten.

Waller: "De belangrijkste kostenpost blijven de loonkosten. Voor bedrijven in de productiesector bedragen de loonkosten 45 tot 60% van de totale kosten. In de dienstverlenende sector varieert dit percentage van 74 tot 85%. De totale loonkosten zij het laagst in Mexico, gevolgd door Canada, Groot-Brittannië en Australië. Daarnaast vormen de kosten voor grond en gebouwen een belangrijke factor. De kantoorkosten voor productiebedrijven variëren van 2 tot 7% en zijn het laagst in Mexico, gevolgd door de Verenigde Staten en Canada.

Voor niet-productiebedrijven lopen de kosten uiteen van 5 tot 18%, met Mexico als goedkoopste land, gevolgd door Nederland en de Verenigde Staten. Kosten voor nutsvoorzieningen maken nog eens 1 tot 7% van de locatiegevoelige bedrijfskosten uit. Elektriciteit is het goedkoopst in Canada, Frankrijk en de Verenigde Staten. Mexico, de Verenigde Staten en Canada bieden de laagste aardgaskosten."

Nieuws