KPMG: Vermogensbeheerders vrezen nieuwe richtlijn

04 maart 2010 KPMG

Europese vermogensbeheerders zien de nieuwe richtlijn voor alternatieve beleggingsfondsen met veel onzekerheid tegemoet. Volgens de beheerders gaat de richtlijn niet alleen leiden tot minder groei in de sector en minder omzet voor de belegger, maar ook tot een beperking van de mogelijkheden om een gediversificeerd beleggingsbeleid uit te zetten als fondsmanagers n als investeerders. Vermogensbeheerders in Europa vinden dan ook dat de Alternative Investment Fund Managers Directive (AIFMD) contra productief zal zijn voor de industrie.

Dit blijkt uit onderzoek van adviesbureau KPMG onder Europese vermogensbeheerders. Ruim de helft van de beheerders verwacht dat institutionele beleggers zullen kiezen voor een UCITS product in plaats van een AIFM product vanwege de betere bescherming of een specifiek op de klant ontworpen product. Ruim de helft van de beheerders verwacht dat de omzet onder druk komt te staan als gevolg van een stijging van de kosten. De beheerders verwachten dat het met name de additionele kosten zullen zijn die zullen zorgen voor lagere opbrengsten na invoering van de richtlijn en niet zozeer de beperkingen opgelegd aan hun beleggingsbeleid.

De onderzochte beheerders hopen dat de richtlijn uiteindelijk zal leiden tot een concurrerend product waarvoor de belegger kan kiezen. Er heerst bij de vermogensbeheerders echter grote onzekerheid over de uiteindelijke gevolgen van de richtlijn. De helft van de onderzochte beheerders geeft dan ook aan de definitieve tekst af te wachten alvorens een beslissing te nemen over de locatie van de fondsen. En niet veel minder beheerders beslissen op dat moment over de definitieve locatie van waaruit zij zelf zullen opereren.

"Het is duidelijk dat de richtlijn de markt van alternatieve beleggingsfondsen voor institutionele beleggers ingrijpend gaat veranderen", constateert Martijn Huiskers, partner bij KPMG Financial Services. Huiskers: "Maar de huidige concept-richtlijn wordt gekenmerkt door een overkill aan maatregelen. De doelstellingen van de richtlijn, zoals meer transparantie en een beperking van het systeemrisico, worden door de sector weliswaar breed ondersteund. De uitwerking ervan in het huidige concept schiet volgens de sector echter zijn doel voorbij. Bovendien wordt een poging gedaan een zeer diverse markt onder n vlag van regelgeving te brengen. De overkill in de voorgestelde maatregelen valt niet los te zien van de slechte naam van vooral hedge funds. Zij werden en worden, vaak onterecht, gezien als veroorzakers van de crisis."

Protectionisme vormt volgens Huiskers bovendien een belangrijke negatieve bijwerking. Huiskers: "Onder deze conceptrichtlijn zou het heel lastig worden om als buitenlandse niet-EU-partij een fonds aan te bieden op de EU-markt. AIF's die gevestigd zijn buiten de EU mogen, tenzij wordt voldaan aan zeer strenge vereisten, geen diensten aanbieden binnen de EU. Zij zouden zich dan eerst binnen de EU moeten vestigen en een vergunningsprocedure moeten doorlopen. Daarmee houd je de concurrentie van buiten de EU tegen, maar dus ook belangrijke beleggingskansen voor institutionele beleggers. De reikwijdte van de conceptrichtlijn is dan ook te grof, te weinig doordacht en staat te veel op zichzelf. Er moet meer samenhang zijn met andere Europese richtlijnen, zoals UCITS en MiFID. De situatie dat dezelfde fondsen zowel onder UCITS als onder AIFMD naar de markt kunnen worden gebracht zal tot 'level playing field'-discussies leiden. Dit is te voorkomen door een scheiding aan te brengen tussen retailfondsen en institutionele fondsen. In het laatste geval is het kennisniveau hoger en dat zou volstaan kunnen worden met minder stringente eisen."

Nieuws