KPMG: Maatregelen steeds ingrijpender

01 juli 2009 KPMG

Nederlandse ondernemingen nemen steeds ingrijpender maatregelen tegen de kredietcrisis. Beperkten de maatregelen zich tot nu toe vooral tot het bevriezen van uitgaven en het hanteren van de kaasschaaf, inmiddels is zo’n 30% van de bedrijven overgestapt op ingrijpender maatregelen, zoals stopzetten van investeringen, het laten afvloeien van personeel en het tijdelijk sluiten van productielijnen of afdelingen.

Het definitief laten afvloeien van personeel is op dit moment bij Nederlandse bedrijven de meest genomen personeelsmaatregel. Bijna 40% van de ondernemingen ontslaat op dit moment arbeidskrachten. Binnen de overheid wordt deze maatregel veel minder genomen. Slechts 14% van de organisaties in de publieke sector kiest voor het definitief afvloeien van personeel. Dit blijkt uit periodiek onderzoek van KPMG onder 250 Nederlandse bedrijven en overheden naar de gevolgen van de kredietcrisis.

Opvallend is dat 11% van de bedrijven geen maatregelen neemt en dat 28% het tij nog altijd denkt te keren met het verlagen van de kosten. Bij ruim 70% van de onderzochte ondernemingen staan eigen financiering en cash management inmiddels hoog op de agenda,. Daarna pas volgen de diverse kostenscenario’s en mogelijke fusies en overnames. Bovendien is bij 82% van de bedrijven het belang van cash prognoses toegenomen, zowel als gevolg van interne druk (eigen directie, moedermaatschappij) als externe druk (financiering, banken).

"In de praktijk zien wij een aantal stadia van kostenreductie", constateert William Koot, partner bij KPMG Advisory. Koot: "Deze stadia worden in het algemeen sequentieel genomen, afhankelijk van de ernst van de situatie. Eerst bevriezen organisaties de uitgaven door te stoppen met vermijdbare uitgaven, zoals reizen en trainingen. Jaarcontracten van tijdelijke werknemers worden niet verlengd en uitzendkrachten en andere derden moeten vertrekken. Ook het stoppen van de werving en selectie is een bekende maatregel.

In het tweede stadium neemt het management aanvullende maatregelen en verminderd overal een percentage van de kosten, het kaasschaven. In feite wordt hiermee het vet weggesneden. Het zijn maatregelen voor de korte termijn die een paar procent kosten besparen en zwaar onvoldoende zijn als de recessie voortduurt. Eén op de drie bedrijven neemt dan ook maatregelen die verder gaan en zelfs maatregelen uit de volgende fase, zoals bezuinigingen op arbeidsvoorwaarden, worden niet gemeden. Eén op de vijf bedrijven heeft een versobering toegepast van de bonussen of variabele beloning en 18% heeft de salarissen verlaagd of bevroren. Nog eens 17% heeft vormen van verplicht verlof ingevoerd."

Ten aanzien van het mogelijk herstel van de economie zijn de onderzochte bedrijven en overheidsinstellingen relatief optimistisch, zo blijkt uit het onderzoek van adviesbureau KPMG. Koot: "In het algemeen is een drietal scenarios denkbaar. Een scenario waarin de crisis na de zomer weer net zo snel gaat als hij gekomen is, een scenario waarin de recessie een paar jaar duurt en een scenario waarin een korte opleving wordt gevolgd door een diepere recessie in 2010.

Van de onderzochte bedrijven verwacht 50% dat de economie volgend jaar weer opleeft, zo'n 25% verwacht een herstel in 2011 en 6% verwacht dat na 2009 een tweede diepere recessie volgt. Deze zou met name veroorzaakt kunnen worden door een consumentencrisis met als gevolg massale werkloosheid. Vooral overheidsorganisaties houden rekening met dit scenario."

Nieuws