Interview: Tijo Collot d'Escury - Partner Roland Berger

24 maart 2003 Consultancy.nl

Binnen vijf jaar wil Tijo Collot d’Escury met zijn consultants van Roland Berger tot de top van Nederland behoren. Een interview met de Managing Director van Roland Berger Nederland.

Zijn er verschillen tussen een Europees en een Amerikaans consultantsbedrijf?

“Natuurlijk zijn er veel overeenkomsten. Maar bij Roland Berger merk ik een groter besef voor het verschil in culturen. We proberen respect te hebben voor de verschillen in bedrijfsculturen in de diverse landen. Dat zie je bij onze Amerikaanse concurrenten veel minder. Daar zie je meer de one size fits all-cultuur.”

Is consultancy uw roeping?

“Dat weet ik niet. Ik ben na mijn studie chemie in Delft bij Arthur D. Little terechtgekomen via iemand die bemiddelt tussen studenten en bedrijven. Ik kon olie gaan boren bij Shell, Pampers gaan vermarkten bij Procter & Gamble, maar ik wist gewoon niet wat ik wilde. Ik ben vooral getrokken door de mensen die ik tegenkwam, meer dan door de vraag of dit inhoudelijk het goede vak was. Ik wilde veel leren en na een tijd kun je altijd iets anders gaan doen. Daar ben ik nog niet aan toe, maar misschien komt het nog. Ik weet eigenlijk wel zeker dat ik niet als consultant met pensioen ga.”

Zie ook het bericht: Roland Berger wil tot top van strategieconsultancy behoren.

Maar wat wilt u dan gaan doen?

“Ik ben niet iemand om stil te zitten. Maar of ik het bedrijfsleven inga om een managementcarrière te gaan volgen of iets maatschappelijks ga doen, weet ik niet. Mijn vrouw werkt drie dagen per week, voor een fonds dat geld geeft aan goede doelen. Zij is veel meer maatschappelijk bezig dan waar ik aan toekom. Dat compenseert wel, want ik mis het wel op dit moment.”

Dat hoor ik niet zo vaak.

“Het leven is zo veel meer dan werken. Als ik te lang veel mensen om me heen heb, moet ik even naar buiten. En dat wordt steeds moeilijker. We wonen in Den Haag, maar ik ben geen stadsmens. Ik ben opgegroeid in Baarn, maar mijn familie komt oorspronkelijk uit Zeeuws-Vlaanderen. Mijn oom woont daar nog. We komen er nog steeds veel, even een weekend weg uit de hectiek.”

U hebt het afgelopen jaar zeker abnormaal hard gewerkt?

“Het is heel intensief. Afgezien van de uren, ben je veel aan het malen. Ik denk dat ik voor mijn gezin afweziger ben geweest, niet zozeer fysiek maar mentaal. Dat zal dit jaar niet minder worden, het blijft nog wel drie jaar buffelen.”

Vindt u het niet jammer dat u uw kinderen weinig ziet?

“Ik probeer in de weekenden mijn werk tot een minimum te beperken. Dan ben ik er voor mijn vrouw en kinderen. Treintje bouwen met mijn zoontje, voetballen in de tuin met mijn dochtertje, tekenen en kleuren. Ik wil hun ontwikkeling meemaken. Daarom probeer ik ook ’s avonds thuis te komen voordat ze in bed liggen. Daar kun je zo blij van worden. Ik ga daarna wel weer werken, maar het lukt niet elke avond. Dan kunnen ze bikkelhard zijn. Dan gaat in de auto de telefoon en roept een van de twee: ‘Papa, nu naar huis komen.’ Tja, wat zeg je dan? Een cliënt iets uitleggen, is gemakkelijker.”

Sport u nog om u af te reageren?

“Sporten is veel minder geworden. Ik ga nog één keer in de week met een vriendje squashen. En ik vind het hele buitenleven erg belangrijk. Wandelen, paardrijden, jagen. Ik ben ook bezig met hoe het land van onze familie in Zeeuws-Vlaanderen zich ontwikkelt, welke gewassen er staan, hoe het groeit. Kijken naar wat er gebeurt, vogels kijken, wat gebeurt er met de ganzenstand. Dat vind ik heerlijk.”

Nieuws

Meer nieuws over