Interview: Raj Pherwani - Partner Bain & Company

03 februari 2007 FEM Business

Raj Pherwani - Managing Director van Bain & Company Nederland - is sinds september 2005 in Nederland om leiding te geven aan de Amsterdamse vestiging van Bain & Company. Hij werkt al jaren voor het strategische adviesbureau.

Bain & Company Nederland
Pherwani voelt zich “comfortabel” met de omvang van Bain & Company in Nederland. “Het bureau heeft hier 70 professionals en is sinds 1998 met gemiddeld 33 procent per jaar gegroeid.” Ja, McKinsey heeft naar eigen zeggen 200 consultants in ons land en The Boston Consulting Group heeft er 100. “Maar wij hoeven ook niet per se voor alle grote AEX-fondsen te werken”, legt hij uit. “Onze positionering is anders. Wij werken graag voor managers die echt willen veranderen.”

Toch geeft hij toe dat het marktaandeel van Bain & Company in Nederland en in Europa lager is dan in Amerika . “We hebben de groep sweet spot clients in Nederland nog niet voor 100 procent binnengehaald.” En dat zit de ambitieuze adviesgroep, die als slogan heeft: ‘our clients beat the market 4-1’, niet lekker. Pherwani moet nieuwe klanten helpen binnenhalen. Hij is niet de enige versterking van het Amsterdamse kantoor: begin vorig jaar kwam zijn Amerikaanse collega Chris Zook, schrijver van bekende businessbestsellers als Profit from the core, ook in Amsterdam wonen om Bain & Company in Europa groter te maken.

Heeft het bureau onder Pherwani al veel nieuwe contacten gelegd. Namen van klanten kan hij niet noemen. Het is bekend dat Rudy de Becker, topman van Hagemeyer, Bain & Company enkele jaren geleden inhuurde om het handelshuis van de rand van de afgrond weg te trekken. Sindsdien staat het bureau de Hagemeyer-top terzijde. Pherwani is vol vertrouwen. “Amsterdam is niet zo groot en er zijn relatief veel multinationals. Het is niet zo heel moeilijk om de juiste introductie te krijgen voor de juiste netwerken. Ook dankzij onze sterke Nederlandse partners.”

U bent duidelijk ingenomen met de globalisering van de economie. Zijn er geen risico’s?
“Het gevaar is dat we tevreden achterover leunen omdat we denken dat de onzichtbare hand van de markt al het werk doet. Hulpbronnen moeten niet worden misbruikt. India levert bijvoorbeeld goedkope arbeidskrachten. Dat kan niet altijd zo blijven. Juist daarom moet je daar bouwen aan beter onderwijs. En niet alleen door geld te steken in topinstituten als het Indian Institute of Technology. En India is maar een voorbeeld. Als we ons dit niet realiseren, groeit de kans op een backlash, die alle verworvenheden weer wegvaagt. Dat gevaar bestaat. Een escalatie naar protectionisme is niet uitgesloten.”

In Nederland woedt momenteel een gevecht waarvan de oorsprong ligt in de liberalisering van de kapitaalmarkt: de strijd tussen Stork en de hedgefondsen Centaurus en Paulson. Aan wiens kant staat u?
“Laat ik het zo zeggen: ik vind de transparante wijze waarop het gevecht wordt gevoerd, bemoedigend. Hoe transparanter een land is, hoe gemakkelijker het is om mondiale kapitaalstromen aan te trekken.”

Een ander gevolg van het vrij maken van geldstromen is de opkomst van private equity. Ook bemoedigend?
“In principe wel. Maar de huidige activiteit is nog nooit vertoond. De drijvende kracht achter de golf van deals is ongetwijfeld het gunstige financieringsklimaat. Banken willen veel uitlenen. Wat gebeurt er als de rente verder stijgt Er is reden tot bezorgdheid, hoewel ik denk dat de meeste private-equityhuizen voorzichtig omgaan met hun investeringen.”

Sommige marktvorsers spreken van een bubble. Bain & Company adviseert van oudsher veel private-equityhuizen. Wat denkt u?
“Het is een tricky situation. Er is een gigantische hoeveelheid geld die op een klein aantal bedrijven aast. Er zullen fouten worden gemaakt. Ik zie deals waarvan ik denk: ze zeilen nu wel heel scherp aan de wind. Van de tien transacties die momenteel worden gepleegd, zijn er vijf waarbij alles goed moet gaan om ze te laten slagen. Wij zeggen wel eens tegen onze private-equityklanten dat ze moeten oppassen. Ze beschuldigen ons ervan te conservatief te zijn.”

U woont anderhalf jaar in Amsterdam. Wat maakt deze stad aantrekkelijk als business metropool?
“Amsterdam heeft iets weg van San Francisco, waar ik hiervoor jaren heb gewoond. Het zijn beide liberale steden. Amsterdam bevalt verder omdat er goed Engels wordt gesproken, er veel expats zijn, en omdat het vrij klein is. Ik ben in twintig minuten van huis naar Schiphol. In Amerika is dat onvoorstelbaar.”

Waar bent u nu echt thuis?
“In Mumbai, waar ik ben geboren. En in San Francisco. We hebben ons huis daar aangehouden. Ik heb een band met de stad sinds de aardbeving in 1989. Ik weet nog als de dag van gisteren wat ik aan het doen was toen het gebeurde: ik had mijn moeder aan de telefoon, die toen in Washington woonde en de tv had aanstaan. Ik hoorde opeens een hard geraas: een grote etalageruit barstte uit elkaar. Ik zei: ‘Hé, er is hier iets ontploft.’ Maar zij zei: ‘Nee, het is een aardbeving.’ Het was een traumatische ervaring, die ook mooie kanten had: iedereen hielp elkaar.”

Profiel Raj Pherwani
Pherwani ging na de middelbare school eerst naar het prestigieuze Indian Institute of Technology in Mumbai. “Ik studeerde in 1981 af. De Indiase economie was toen nog zwak en zeer gesloten. Iedereen wilde naar Amerika om door te leren.” Velen slaagden daarin, want de kwaliteit van de studenten werd (en wordt) hoog ingeschat. “Toen ik toelatingsexamen deed, gingen er van de 75.000 mensen 1.200 door.” Pherwani kreeg een beurs voor de Amerikaanse Cornell University, waar hij in 1987 afstudeerde. Na enkele jaren in Virginia als computeringenieur te hebben gewerkt, besloot hij zijn MBA te halen aan de Wharton School of Business, waarna Bain & Company hem overhaalde om voor het advieskantoor in Californië te gaan werken. Pherwani reisde voor Bain & Company veel over de wereld. Totdat hij naar Amsterdam kwam, was San Francisco zijn thuisbasis.

Nieuws

Meer nieuws over