Interview: Carlo van Dijk, adviseur bij Necker van Naem

30 september 2010 Nicis Institute

“Het is nu erop of eronder. Van rekenkamers die het niet goed doen, gaat de stekker eruit in deze tijd van bezuinigingen. Je moet er als rekenkamer voor zorgen dat de discussie niet over jou gaat. Het moet duidelijk zijn dat je jezelf terugverdient.” Dit zegt Carlo van Dijk van Necker van Naem, een adviesbureau dat lokale rekenkamers adviseert en ondersteunt.

Het is niet voor niets dat het adviesbureau in Utrecht de naam van Jacques Necker voert. De Fransman van Zwitserse afkomst (1732-1804) was minister van Financiën ten tijde van Lodewijk XVI, de monarch die werd afgezet en omgebracht door het volk. Necker was degene die voor het eerst in 150 jaar het parlement bijeenriep. De staatsman is vooral bekend geworden omdat hij de eerste was die een begroting maakte met een overzicht van de inkomsten en uitgaven van de staat.

Transparantie van de overheidsuitgaven: daar stond Necker voor en dus ook het bureau dat zijn naam draagt. Jacques Necker, ontstaan in 2004, houdt zich bezig met dienstverlening ter verbetering van het openbaar bestuur. Het ondersteunt griffies, gemeenteraadsleden, colleges en lokale rekenkamers. Necker heeft sinds 2003 heel wat lokale rekenkamers helpen oprichten. Het Utrechtse bureau onderhoudt ook de website De Lokale Rekenkamer.nl die als platform dient. Necker van Naem brengt jaarlijks een monitor uit waarin de adviseurs de ontwikkelingen bij rekenkamers analyseren.

Hoe heeft de rekenkamer als instituut zich ontwikkeld?
“Het is op nationaal niveau ooit begonnen als een commissie die bonnetjes ging napluizen. Op een gegeven moment is de landelijke Algemene Rekenkamer begonnen met het monitoren van het overheidsbeleid. Daarbij wordt gekeken naar de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Bereiken politici het gewenste doel en doen ze dat op een efficiënte manier? De term rekenkamer, waarbij mensen direct aan cijfers denken, is eigenlijk misleidend. Het gaat om de controle van de effectiviteit en efficiëntie van overheidsbeleid.”

“Sinds de invoering van dualisme in 2002 staat in de wet dat ook gemeenten en provincies een rekenkamerfunctie moeten hebben. Die kunnen ze invullen aan de hand van de Gemeentewet of een gemeentelijke verordening. Ze kunnen een commissie instellen of één persoon (een directeur) die die taken gaat uitvoeren. Sinds 2006 heeft iedere gemeente een rekenkamer en je ziet dat de invulling heel verschillend is. In 90 procent van de gevallen is het een commissie, op grond van een gemeentelijke verordening. Het gemengde model komt het meeste voor. Daarbij heeft een commissie externe leden en interne (raads)leden. Er is een heel scala aan variëteiten van rekenkamers ontstaan.”

Is zo’n commissie inderdaad onafhankelijk, zoals de wet beoogt?
“Een rekenkamer is onafhankelijk in de onderwerpen die ze selecteert. Op het moment dat de rekenkamer alleen bestaat uit raadsleden, bepalen die natuurlijk de agenda, maar dan vanuit hun rol als rekenkamerlid. Er spelen twee basiswaarden. Aan de ene kant is er de onafhankelijkheid, de onafhankelijke toetsing van het beleid. Aan de andere kant speelt betrokkenheid een rol. Je moet je als rekenkamer relevant maken voor een gemeenteraad en dat betekent betrokkenheid bij de raad, veel contact hebben met de raadsleden en de ‘taal’ van de raad spreken. We hebben veel rekenkamers helpen oprichten tussen 2003 en 2006. We hebben daarbij steeds gezegd: focus je niet op het model, maar op je onderliggende waarden. Welke mate van deskundigheid wil je in huis hebben? Wil je onderzoek zelf doen of uitbesteden?”

Hoe valt die balans tussen betrokkenheid en onafhankelijkheid in de praktijk uit?
“Het wettelijk model bevat een hoge mate van onafhankelijkheid. Bij het meest betrokken model bestaat de rekenkamer alleen uit raadsleden. Veel rekenkamers zitten in het midden.”

“Zelf dacht ik aanvankelijk dat het in de loop der jaren meer de kant van de onafhankelijkheid op zou gaan, maar het gaat nu meerdere kanten op. De verwachte trend naar onafhankelijkheid is inderdaad waar te nemen, maar het omgekeerde gebeurt ook. Rekenkamers met een onafhankelijke structuur gaan zich dan heel betrokken gedragen. Of vanuit het negatieve beredeneerd: als de rekenkamer zich onvoldoende betrokken gedraagt, zorgt de raad er voor dat het model meer waarborgen voor betrokkenheid krijgt. Je ziet dan dat een rekenkamer met externen wordt vervangen door één met raadsleden.”

“Belangrijk in dit verband vind ik dat onafhankelijkheid en betrokkenheid elkaar niet per definitie bijten. Mijn stelling is: juist omdat ik onafhankelijk ben, kan ik het mij veroorloven heel betrokken te zijn. Je hoeft niet in een ivoren toren te zitten om onafhankelijk te zijn.”

Worden de rekenkamers het slachtoffer van de bezuinigingsdrift van gemeenten?
“Je ziet dat de touwtjes worden aan getrokken. Rekenkamers die het slecht hebben gedaan, krijgen nu te maken met de consequenties daarvan. Ze worden gekort op hun budget of vervangen door commisssies met alleen raadsleden. Het scheelt natuurlijk geld als je geen externen meer inschakelt. Via ons platform De Lokale Rekenkamer hebben we nauw contact met een heleboel rekenkamers en wat ik zo peil is dat het merendeel dat met bezuinigingen te maken heeft, hun ‘klant’ oftewel hun raad niet goed heeft bediend. De kritiek is onder meer dat de rekenkamer niet onderzoekt wat de raad relevant vindt. Of ze hebben het idee dat de rekenkamer een vergadercircus is waar weinig uit komt. Een ander kritiekpunt is dat ze komen met aanbevelingen die voor de hand liggen en voorspelbaar zijn. Natuurlijk is dit koren op de molen van sommige colleges. Die zien hun kans schoon om een belangrijke criticaster een kopje kleiner te maken.”

Hoe kunnen rekenkamers voorkomen dat ze sterk worden gekort op hun budget?
“Dat kunnen ze door zichzelf onmisbaar te maken. De discussie moet niet over jou als rekenkamer gaan. Als dat wel zo is, is het eigenlijk al te laat. Je moet daar geen aanleiding voor geven. Toen ze ontstonden was het idee dat rekenkamers zichzelf terugverdienden. Als het geen rendement oplevert- en het is aan de raad om dat bepalen – dan is het logisch dat erop wordt bezuinigd.”

“Om niet ter discussie te staan, moet je super efficiënt werken en kritisch naar je eigen functioneren kijken. Je kunt onderzoek uitbesteden (dat kost veel overleg en tijd), maar ook zelf de deskundigheid in huis halen en het zelf doen. Je kunt als rekenkamer zelf bijdragen aan de bezuinigingen.”

“Een ander punt is het aangaan van allianties. De rekenkamer is er om de raad te helpen, zodat deze het college beter kan sturen en controleren. Ze zouden meer kunnen samenwerken met andere instanties die de raad ondersteunen, zoals de afdeling controle en de accountants. Je merkt dat de ‘beroepsvereniging’ van rekenkamers nog niet zo open staat voor experimentele of hybride vormen van onderzoek. De vereniging denkt sterk in structuren en in formaliteit. ‘Als het maar goed in de wet of een handboek staat, dan komt het goed…’ Maar het is nu erop of eronder. Van rekenkamers die het niet goed doen, gaat de stekker er echt een keertje uit.”

Moeten ze zich ook beter profileren?
“Rekenkamers kunnen zich inderdaad sterker laten gelden. Het viel mij op in onze Rekenkamermonitor over 2009 dat de commissies vaak niet controleren wat er met hun aanbevelingen gebeurt. Ze leveren hun rapport in en dan is het klaar. Als je merkt dat er weinig gebeurt met je aanbevelingen, dan krab je je toch op je hoofd en ga je navraag doen? Ik ben zelf voorzitter van een gemeentelijke rekenkamer. Ik vraag daar na wat er gedaan is met de rapporten, bij het college, de ambtenaren en de raadsleden. Het klopt dat dat in principe de taak van de raad is, maar ik wil het ook zelf weten: zijn we als rekenkamer nog steeds van toegevoegde waarde? Mijn grootste nachtmerrie zou zijn dat niemand de rekenkamerrapporten gaat missen als ze niet meer zouden verschijnen.”

“De opgave voor rekenkamers is nu dat ze niet alleen maar zorgen dat de rapporten in orde zijn, maar zich verantwoordelijk voelen voor het hele proces. Als rekenkamer moet je er continu voor zorgen dat je onmisbaar bent.”

Nieuws