GITP: Ondernemingsraad laat kansen liggen

05 juli 2009 GITP

Medezeggenschapsorganen van grote bedrijven laten mogelijkheden liggen om invloed uit te oefenen op het beleid van hun onderneming. Dat blijkt uit het onderzoek 'Onderzoek naar de mogelijke onderbenutting van bevoegdheden van de Ondernemingsraad' dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft laten uitvoeren door GITP en de Rijksuniversiteit Groningen.

Het contact met de Raad van Commissarissen is bij een groot aantal ondervraagden zeldzaam en het regelen van extra bevoegdheden via de zogenaamde ondernemingsovereenkomst wordt door 45% nooit gebruikt. Volgens de ondervraagden heeft deze onderbenutting voornamelijk te maken met een gebrek aan eigen initiatieven en de kwaliteit en vaardigheid binnen de OR. Maar ook de stimulerende houding van de bestuurder of het ontbreken daarvan speelt een grote rol.

Afstemming met Europees overleg

De inrichting van de halfjaarlijkse bespreking van de algemene gang van zaken in aanwezigheid van commissarissen kan nog flink verbeteren. Bovendien maken de medezeggenschapsorganen nog weinig gebruik van hun mogelijke relatie en afstemming met het Europese overleg. Meer dan de helft heeft geen Europese vorm van medezeggenschap ontwikkeld, terwijl de landelijke medezeggenschap toch vaak tekortschiet in een steeds meer internationaal georiënteerd veld! Met het spreekrecht in de aandeelhoudersvergadering en het enquêterecht zijn nog weinig ervaringen opgedaan. Veruit het grootste deel van de ondervraagden is met deze bevoegdheden onbekend.

Inzet van strategische bevoegdheden

Onderzoekers Rienk Goodijk en Hans van Ees van de Rijksuniversiteit Groningen en Pieter van Beurden van GITP constateren ook dat het adviesrecht over het algemeen goed benut wordt en dat men een beroep op de ondernemingskamer vrijwel nooit nodig wordt vindt. Van het beroepsrecht op zich gaat al voldoende preventieve werking uit en partijen komen er daarmee samen wel uit. Ook worden er door de OR regelmatig zowel interne als externe deskundigen ingezet. Toch is er bij veel OR´en nog een grote onbekendheid met het inzetten van strategische bevoegdheden zoals de ondernemingsovereenkomst of de betrokkenheid bij de benoeming van commissarissen. De onderzochte OR´en verwachten daarbij meer van eigen initiatieven dan van een verbetering in de wetgeving. Toch kan de wetgever wel iets doen. Het spreekrecht op de aandeelhoudersvergadering kan worden versterkt en de OR zou een eigenstandig enquêterecht kunnen krijgen, zoals dat al geldt voor vakbonden. Daarnaast blijken scholing en ontwikkeling, ook voor de OR en de bestuurder samen, nog steeds van groot belang.

Nieuws