GITP: niet iedereen geschikt voor nieuwe werken

15 november 2010 GITP

Niet iedereen is geschikt voor het nieuwe werken, zo blijkt uit onderzoek van GITP en Veldhoen+company naar de invloed van bepaalde eigenschappen van werknemers op werktevredenheid en productiviteit bij het nieuwe werken. Onder de nieuwe werkers zijn er mensen die zich schuldig voelen als ze elders dan op kantoor werken Ze zijn bang dat hun leidinggevende denkt dat ze niets doen.

Een aantal persoonlijkheidseigenschappen maken werknemers geschikt voor het nieuwe werken. Een hoge mate van extraversie en consciëntieusheid en vooral intrinsieke motivatie hebben een positieve invloed op de werktevredenheid en productiviteit. Neuroticisme (onzekerheid) daarentegen, heeft hier juist een negatieve invloed op. Alec Serlie, director Research & Development bij GITP, verklaart: "Personen die hoger scoren op neuroticisme voelen zich schuldiger als zij tijd en plaats onafhankelijk werken en zijn angstiger dat hun leidinggevende en collega’s denken dat ze thuis niets uitvoeren. Ze zijn bang voor een slechtere beoordeling op het moment dat ze minder op kantoor werken."

Rol leidinggevende

Door de grote vrijheid voor werknemers bij het nieuwe werken is het voor de leidinggevende veel moeilijker om controle uit te oefenen. Hij krijgt hierdoor een meer faciliterende en verbindende rol. Serlie: "Het nieuwe werken vraagt niet alleen om andere eigenschappen en competenties van mensen, maar ook om nieuwe methoden om die te meten. Hoe ga je om met grote hoeveelheden informatie, hoe neem je snel goede beslissingen, maar ook: hoe ga je integer om met de vrijheid die je bij het nieuwe werken krijgt." De vraag is niet alleen of deze eigenschappen te meten zijn, maar ook of ze te ontwikkelen zijn.

 

Nieuws